Angst voor terreur in Kwazulu/Natal

In de Zuid-Afrikaanse provincie Kwazulu/Natal staan politici en krijgsheren elkaar naar het leven.

RICHMOND, 20 AUG. Tussen het suikerriet en de sinaasappelbomen, op de glooiingen van Natal, ligt een lieflijk stadje, Richmond. Ruime straten, huizen met veranda's en grote tuinen, bakkies (open bestelauto's) voor de deur. Het is een late wintermorgen. De vorst van de afgelopen nacht is verdwenen, de temperatuur klimt naar een behaaglijke 20 graden. In de Shepstonestraat slenteren mensen, op weg naar de winkel of naar nergens. Uiterlijk heerst in dit typisch Engels Zuid-Afrikaanse plaatsje rust en kalmte. De 4.500 blanken en 4.000 Indiërs lijken een manier van vreedzaam living-apart-together te hebben gevonden met de 37.000 zwarten van Richmond. Maar waarom draagt de eigenaar van de kiosk een pistool op zijn linker- en een dolk op zijn rechterheup?

In de Settlers' Cottage, een VVV annex banketbakkerij, komen de eerste antwoorden, de eerste onweerswolken ook. Hier koopt men nog een kop koffie voor een rand (45 cent) en wisselt de gegoede burgerij - lees: de blanken en de Indiërs - tussen de cakes en de tarts door de jongste gossip uit. Richmond is sinds enkele maanden in de greep van politiek geweld met een criminele ondertoon. Het ANC, de Inkatha-partij en een derde factie, het National Consultative Forum (NCF), bevechten elkaar op leven en dood. Voorlopig dieptepunt: de moord, in executie-stijl, op vijf ANC'ers, onder wie twee gemeenteraadsleden, eind juli. Volgens sommigen is er een derde macht bij betrokken, dat wil zeggen politieagenten en/of politici uit het 'oude Zuid-Afrika' die het land willen ontregelen.

Al dat boze nieuws gaat volkomen voorbij aan de twee stokoude mensjes die de Cottage drijven. Ach, het zal hun tijd wel duren. Het echtpaar telt, turende met bijziende ogen, zijn rands. Een klant van middelbare leeftijd daarentegen heeft haar oordeel klaar, ze fluistert schande van wat er in het stadje gebeurt. “Dit land gaat maar één kant op, de verkeerde”, zegt de vrouw, afkomstig uit 'Europa'. Ze smeekt haar geboorteland niet te vermelden, “want dan ben ik aan de beurt”. Ze drijft samen met haar man een zaak en is herhaaldelijk bedreigd. “We nemen jullie te pakken, hebben ze gezegd.” Zodra ze de kans krijgen gaan ze terug naar Europa, zegt ze. Hoewel niet vaststaat wie de daders van het geweld zijn, heeft de vrouw haar antwoord al klaar. “Het zijn de zwarten, zij daar buiten, niks derde macht, ze doen het zelf”, sist ze en wijst met haar duim naar buiten.

In een halve cirkel aan de rand van Richmond liggen de zwarte en gekleurde townships Ndaleni, Magoda, Maswazini en Esimozomeni. Het is daar, tussen de hutjes en de kleine huisjes, waar de grootste terreur heerst.

Pagina 4: De krijgsheer van Richmond is een racist

Voor bezoekers zijn de townships van Richmond nu verboden gebied. 2.500 à 3.000 inwoners, hoofdzakelijk vrouwen en kinderen, zijn hun buurten ontvlucht. Ze hebben een goed heenkomen gezocht op het plaatselijke sportveld, waar inderhaast een vluchtelingenkamp is ingericht. Hordes kinderen van drie tot tien jaar rollebollen in het gras. Geen van hen spreekt Engels, wat betekent dat ze nooit naar school zijn gegaan.

Gerry van Vuuren, een plaatselijke politicus, heeft de leiding van het kamp op zich genomen. “Ik ben een van de elf raadsleden die momenteel in leven zijn”, schampert hij. Van Vuuren vertegenwoordigt geen politieke partij en daaraan dankt hij zijn leven. Hij heeft bewust politiebescherming, die de andere raadsleden en de burgemeester genieten, van de hand gewezen om elke vorm van partijdigheid te vermijden, en, zo voegt hij eraan toe: “Mijn bescherming komt van boven”.

Van Vuuren zit met zijn dikke lijf uit te hijgen in de 'bestuurstent'. Hij heeft sinds vanmorgen vroeg met ambulances van de provinciale Basic Medical Rescue door de townships gereden om eventuele zieken op te halen. Een van de wagens is tegengehouden door gewapende mannen; de bestuurder werd mishandeld en de auto zwaar beschadigd. Hij is buitengewoon somber over de nabije toekomst. “Het geweld verspreidt zich naar andere gebieden, als een bush-fire en ik weet niet waar het zal stoppen.”

KwaZulu/Natal (een samenvoeging, na 1994, van het vroegere thuisland KwaZulu en het blanke Natal) is in de historie altijd een van de meest gewelddadige streken van Zuid-Afrika geweest. De jongste geweldsgolf begon in de jaren tachtig met bittere gevechten tussen leden van het ANC en Inkatha, allen Zulu's overigens. Begin jaren negentig was het geweld het ergst, met enige duizenden moorden per jaar. Pas naderhand werd duidelijk dat het oude veiligheidsapparaat van het wegkwijnende apartheidsregime een 'derde macht' vormde. Protagonisten van de apartheid gebruikten Inkatha om het ANC te bestrijden en hoopten dat chaos en anarchie het nog zittende blanke bewind zouden doen besluiten alsnog rechtsomkeert te maken en de apartheid te behouden. Dat gebeurde niet.

Het ANC liet zich in de geweldsspiraal niet onbetuigd. Zoals Harry Gwala, de stalinistische voorman van de communistische partij in de provincie en tevens ANC-activist, placht te zeggen: “Hoe kun je onderhandelen met iemand die een zwaard heeft als je zelf geen zwaard hebt”. Gwala - in 1996 een natuurlijke dood gestorven - stond bekend om zijn meedogenloze methodes. Hij selecteerde in zijn standplaats Richmond zorgvuldig politieke talenten en leidde hen op in de harde leer. De belangrijkste van hen: ene Sifiso Nkabinde, die het bracht tot burgemeester van Richmond.

Nkabinde ontwikkelde zich tot een warlord van het klassieke type: Richmond was zijn territorium, hij eigende zich het recht toe te doen en te laten wat hij wilde. Gerry van Vuuren, die 'Sifiso' van nabij kent, omschrijft hem als “een racist, die fel anti-blank is”. Nkabinde vertelde Van Vuuren openlijk dat politieke tegenstanders uit de weg werden geruimd.

De Nederlandse zendeling Hans Vonkeman woont al veertig jaar in KwaZulu/Natal. “Om u een indruk te geven van de situatie: vraag aan iemand in Nederland of hij iemand uit de naaste omgeving kent die is vermoord. Vrijwel iedereen zal ontkennend antwoorden. Vraag het aan een inwoner van Richmond en vrijwel iedereen zal ja zeggen.”

Lange tijd liet de landelijke leiding van het ANC Nkabinde zijn gang gaan, maar in mei van dit jaar besloot men dat het genoeg was. Nkabinde werd 'ontmaskerd' als een vroegere informant van het apartheidsbewind en uit de partij gezet. De verbolgen politicus, die de beschuldigingen woedend van de hand wees, eiste daarop van alle ANC-gemeenteraadsleden dat ze met hem het ANC zouden verlaten. Negen gehoorzaamden, één niet, Rodney van der Byl. Op 8 mei kwam de afrekening. “Ik hoorde de schoten”, zegt zijn broer Lionel nu, “mijn vrouw riep op het ritme van de kogels Rodney, Rodney, Rodney. Ik holde naar buiten, mijn broer lag scheef tegen zijn huis, dood. Ik legde mijn hand op zijn voorhoofd en zei 'vader vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen'.”

Nkabinde sloot zich na zijn royement uit het ANC aan bij het National Consultative Forum (NCF), een beweging van politiek daklozen, geleid door Bantu Holomisa, een andere geroyeerde uit het ANC. Eind juli hadden nieuwe lokale verkiezingen plaats, waaraan ook het NCF mocht deelnemen. De uitslag was desastreus voor Nkabinde, het ANC won twaalf zetels, de dertiende was voor Gerry van Vuuren. Drie dagen na de verkiezingen werden twee van de nieuw verkozen ANC'ers en drie andere ANC-activisten koelbloedig geëxecuteerd door hen van nabij kogels door het hoofd te jagen.

Nkabinde ontkende elke vorm van betrokkenheid, maar zijn voornaamste hitman, Bob Ndlovu, die als hoofduitvoerder te boek staat, is sindsdien ondergedoken. Ook Nkabinde zelf laat zich niet meer zien, de politie heeft zijn arrestatie gelast.

De autoriteiten, die na de moord op Van der Byl en enkele anderen een afwachtende houding aannamen, reageerden na de vijfvoudige moord met het sturen van legereenheden en extra politieagenten. Richmond is vandaag een gewapende vesting. Meer dan 600 politieagenten verblijven nu in het stadje, een verdubbeling van de normale sterkte. Ruim 100 leden van de krijgsmacht, afkomstig uit het 1.100 kilometer noordelijker gelegen Venda, patrouilleren door de straten in hun Mamba's, de zware pantservoertuigen. Desondanks is men er tot nu toe niet in geslaagd ook maar een van de hoofdverdachten aan te houden. Voor Gerry van Vuuren is het een uitgemaakte zaak: “Het leger en de politie zijn beide geïnfiltreerd”.

Ook Mary de Haas, antropologe aan de universiteit van Natal, in Durban, houdt het erop dat het geweld in KwaZulu/Natal niet op zichzelf staat. Volgens De Haas is er een “conservatieve reactie-macht” actief die het land als geheel wil destabiliseren. Ze zegt dat de politieke mafia nauwe banden heeft met internationale misdaadsyndicaten, die handelen in drugs, ivoor en wapens.

Maar Tom Lodge, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Witwatersrand ('Wits') wijst de samenzweringstheorie van de hand. “Het ANC heeft er een handje van samenzweringsverklaringen te bedenken voor problemen die te moeilijk zijn om op te lossen”, zegt hij. Voor een 'derde macht', zoals die begin jaren negentig bestond, is op dit moment geen enkel bewijs, meent Lodge. Hij denkt eerder dat door een combinatie van angst en knulligheid de politie er nog niet in is geslaagd plegers van geweld aan te houden.