Ahold beschuldigd van afluisteren eigen personeel

ROTTERDAM, 20 AUG. De man die detailhandelsconcern Ahold in 1993 binnenhaalde om “orde op zaken te stellen” bij de noodlijdende winkelketen Jamin beticht zijn werkgever ervan zijn eigen personeel af te luisteren. Maarten Hagenaar (49), die gisteren voor de kantonrechter in Zaandam zijn dreigend ontslag bij Ahold aanvocht, heeft bij het concernbestuur aangedrongen op onderzoek naar 'afluisterpraktijken' bij de afdeling personeelszaken.

Hagenaar kwam daartoe nadat het hoofd personeelszaken van Ahold (inmiddels concerndirecteur human recourses), Arthur Brouwer, zich in een geagiteerd onderhoud met Hagenaar begin dit jaar had laten ontvallen dat eerdere gesprekken tussen Hagenaar en personeelszaken (buiten medeweten van Hagenaar) op de band waren opgenomen - een opmerking die Brouwer overigens kort daarop weer introk en waarvoor hij excuses heeft aangeboden.

Ahold erkent ruiterlijk dat het hoofd personeelszaken een scheve schaats heeft gereden. Een zegsman beklemtoont dat bij Ahold van afluisteren geen sprake is. ,Dat past niet bij Ahold. Dat doen we niet.'' Onderzoek naar afluisteren acht Ahold dan ook niet nodig.

De kiem van wat de advocaat van Hagenaar steevast 'de afluisteraffaire' noemt ligt in een onderhoud dat Hagenaar op 18 februari van dit jaar had met Brouwer. Hagenaar was toen al ruim een half jaar weg bij Jamin, overgeplaatst naar Aholds nieuwe stafafdeling Business Development. Ahold ging ervan uit, en heeft dit volgens eigen zeggen ook schriftelijk bevestigd, dat het hier een tijdelijke plaatsing betrof en dat Hagenaar naar ander werk zou uitkijken. Hagenaar zag zijn nieuwe baan echter als een vaste aanstelling. En daar nu zat hem het probleem. Want Brouwer en Hagenaar bleken het tijdens hun gesprekken dit jaar niet eens te kunnen worden over wat nu precies was afgesproken over de duur van de nieuwe betrekking.

Brouwer was tijdens het gewraakte onderhoud van 18 februari, waarin Hagenaar volhield dat Personeelszaken hem nooit had gezegd dat zijn nieuwe baan tijdelijk was, dusdanig geïrriteerd geraakt dat hij zich liet ontvallen dat Hagenaar zich wel moest realiseren dat eerdere gesprekken tussen hem en personeelszaken op de band waren opgenomen.

Brouwers uitlatingen raakten Hagenaar “zwaar emotioneel”, zo schrijft deze op 26 maart aan het hoofd personeelszaken. “Om je argumenten gewicht mee te geven deelde je me mede 'dat eerdere vertrouwelijke gesprekken tussen ons door jou op tape waren vastgelegd. Ook je mededeling aan het eind van het onderhoud dat - hoewel in het verleden het op de band vastleggen van dergelijke gesprekken steeds standaard geschiedde - onze gesprekken toch niet op tape zouden zijn vastgelegd, vond ik verbijsterend en schokkend.”

Nog geen twee weken later zaten Hagenaar en zijn advocaat Hans Schravenmade op kantoor bij Brouwer en Aholds bedrijfsjurist Dick Stuyfzand. Nadat Brouwer zijn omstreden opmerkingen bevestigde en er zijn excuses voor had aangeboden, zocht de advocaat van Hagenaar het hogerop. Want het hoofd personeelszaken was “gezien de ernst van zijn uitlatingen voor het vervolg geen gesprekspartner meer”.

Op 16 april had Schravenmade een onderhoud met Ahold-bestuurslid Michiel Meurs. Ook die bood zijn excuses aan over de uitlatingen van Brouwer. Maar hij plaatste wel enkele relativeredende kanttekeningen: Worden de vergaderingen van de raad van bestuur van Ahold ook niet altijd op de band oppgenomen? En maakt zelfs een voetballer als Ajax-topper Litmanen niet weleens een foutje?

Het verzoek van Schravenmade onderzoek in te stellen naar “de handelingen en gedragingen van de heer Brouwer, met name gericht op eventuele afluisterpraktijken” wees Meurs van de hand. “Omdat er geen sprake is dat bij Ahold gesprekken op de band worden opgenomen en er overigens geen enkele reden is te twijfelen aan de integriteit van de heer Brouwer”, zo bevestigde de advocaat van Ahold naderhand nog eens in een brief aan Schravenmade.

De voortvarende aanpak van Schravenmade, die de 'afluisteraffaire' uiteindelijk zelfs bij Aholds bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven aankaartte, schoot het concern in het verkeerde keelgat. Het was voor Ahold aanleiding om haar advocaat te vragen “met voortvarendheid” de beëindiging van het dienstverband met Hagenaar na te streven, zo schrijft de advocaat van Ahold, mr. E.J. Henrichs, op 17 juni aan zijn confrère Schravenmade. Want Ahold kon de correspondentie van Schravenmade “niet anders interpreteren dan een poging een incident 'op te blazen' en daarmee de aandacht van het eigenlijke geschil af te leiden.” De kantonrechter doet over twee weken uitspraak in de door Ahold aangespannen ontslagprocedure.