Weduwen bezorgd over streng regime nieuwe wet

De nieuwe Algemene nabestaandenwet geldt vanaf volgend jaar ook voor mensen die vóór 1 juli 1996 al weduwe of weduwnaar waren. Extra inkomen of een nieuwe partner kunnen ertoe leiden dat de ANW-uitkering met honderden guldens per maand wordt gekort.

ROTTERDAM, 19 AUG. De afgelopen weken viel bij circa 190.000 weduwen en weduwnaars een brief in de bus van de Sociale Verzekeringsbank. Of de geadresseerden maar wilden doorgeven wat hun inkomen is, naast de uitkering voor nabestaanden, en of ze op dit moment met iemand samenwonen. Vanaf 1 januari 1998 valt iedere weduwe of weduwnaar onder het strenge regime van de vorig jaar ingevoerde Algemene nabestaandenwet (ANW), mèt inkomens- en partnertoets. Vooral weduwen met opgroeiende kinderen zullen fors in de problemen komen, zo verwacht men bij de Vrouwenbond FNV. Veel vrouwen maken zich zorgen dat ze straks hun huis zullen moeten opgeven.

“Mensen gaan er honderden guldens per maand op achteruit. Wie kinderen te verzorgen heeft of een hypotheek op het huis heeft lopen, kan financieel heel erg klem komen te zitten”, zegt Tineke van der Kraan, secretaris van de Vrouwenbond FNV. Samen met de actiegroep Weduwen in de Kou en stichting De Ombudsman heeft de Vrouwenbond deze week op het Amsterdamse FNV-hoofdkantoor een informatiemeldpunt ingericht waar weduwen en weduwnaars met hun vragen terecht kunnen. Leden van de FNV kunnen er eventueel ook voor kiezen hun formulier door vakbondsmedewerkers te laten invullen.

“De meesten zitten met zo onzettend veel vragen, wat mag wel, wat mag niet; ze zijn bang om fouten te maken die niet meer terug te draaien zijn. Vaak vragen ze ook dingen als: Heeft het nog wel zin om mijn baantje aan te houden als het inkomen toch gekort wordt op de uitkering? Voor ons als Vrouwenbond is dat heel lastig te beantwoorden. Wij zijn er voor dat vrouwen hun economische zelfstandigheid bewaren, maar ik kan me wel voorstellen dat een weduwe er in zo'n geval voor kiest om haar werk op te geven”, aldus Van der Kraan.

De Algemene nabestaandenwet is vorig jaar in de plaats gekomen voor de Algemene Weduwen- en wezenwet (AWW). Belangrijkste verschil is dat de AWW-uitkering inkomensonafhankelijk was: weduwen en weduwnaars konden tot aan hun eigen overlijden op een bijdrage van de overheid rekenen, zonder dat andere inkomsten in mindering werden gebracht. Bij de ANW is daaraan een einde gemaakt.

Om in aanmerking te komen voor een uitkering moet de nabestaande vóór 1950 zijn geboren óf een kind onder de 18 jaar verzorgen óf ten minste 45 procent arbeidsongeschikt zijn.

Pagina 15: 'Mensen zijn gewoon misleid'

Wie uit salaris of uitkering (AOW, Bijstand, WW, WAO) een inkomen kan krijgen, wordt bovendien gekort op zijn Anw-uitkering. Iemand die meer dan 4.000 gulden bruto per maand verdient, krijgt niets. In tegenstelling tot de AWW kent de nieuwe nabestaandenwet ook een partnertoets: weduwen en weduwnaars die met iemand gaan samenwonen, zien het inkomen van die partner in mindering gebracht op hun Anw-uitkering.

De strenge toelatingseisen en de inkomens- en partnertoetsen van de nieuwe nabestaandenwet golden in eerste instantie alleen voor mensen die na 1 juli 1996 hun man of vrouw verloren. Onder zware druk van vooral vrouwenorganisaties besloot het kabinet op de valreep om een overgangssituatie te creëren voor 'bestaande gevallen'. Deze groep weduwen en weduwnaars hoeft niet te voldoen aan de nieuwe toelatingseisen en krijgt pas per 1 januari 1998 te maken met de toetsing van het eigen inkomen en dat van de eventuele partner. Van der Kraan: “Die periode van anderhalf jaar blijkt veel te kort te zijn. Mensen met een inkomen naast hun Anw-uitkering raken de uitkering per 1 januari kwijt, maar ze hebben hun uitgavenpatroon wel op dat volledige inkomen gebaseerd. Vrouwen moeten straks hun huis uit omdat ze de hypotheek of de huur niet meer kunnen betalen.”

De afgelopen maanden hebben enkele weduwen via de rechter geprobeerd om de gevolgen van de nieuwe nabestaandenwet aan te vechten. Tot dusver zonder resultaat: de rechters weigeren zelfs om de zaken inhoudelijk te behandelen, omdat zij van mening zijn dat de vrouwen eerst moeten wachten op de beschikking van de Sociale Verzekeringsbank. Die beschikkingen, waarin per individu is vastgesteld hoeveel uitkering overblijft, worden eind dit jaar verwacht. Advocaten wagen zich niet aan de zaak van de weduwen, omdat de wet - hoe onrechtvaardig zij ook mag lijken - wel door het parlement is aangenomen. Hoewel Van der Kraan van de Vrouwenbond FNV sympathie heeft voor de pogingen van de weduwen om via de rechter hun protest te laten horen, heeft ze haar bedenkingen. “Ik vind het strategisch niet handig, omdat het nu alleen maar het beeld oplevert dat vrouwen op die manier niets kunnen bereiken.”

De Vrouwenbond wil de reacties die de komende weken binnenkomen verzamelen en vervolgens weer aankloppen bij het parlement, in de hoop in ieder geval voor de meest schrijnende problemen tot een oplossing te komen. Van der Kraan is echter niet erg optimistisch. Een eerdere brandbrief in maart leverde nauwelijks reacties op van de belangrijkste politieke partijen, met uitzondering van het CDA dat zich achteraf niet tevreden toont met de nabestaandenwet in deze vorm. Toch hoopt Van der Kraan dat parlementariërs nu wel gevoelig zijn voor de verhalen van de weduwen. “De regering heeft steeds heel laconiek gedaan over de gevolgen van de wet. Ze hebben steeds gezegd dat het voor de huidige gevallen wel mee zou vallen. De mensen zijn gewoon om de tuin geleid.”