VS maken militaire come-back in Afrika

De Amerikaanse Groene Baretten zijn terug in Afrika. Tot ongenoegen van Frankrijk én van het Congres, dat onraad ruikt. Gingen Amerikaanse instructeurs hun boekje te buiten in Rwanda?

ROTTERDAM, 19 AUG. Voor het eerst sinds de marines in 1994 hopeloos bekneld raakten tussen rivaliserende krijgsheren in Somalie¨ en vervolgens met bebloede koppen afdropen, is er weer sprake van Amerikaanse militaire activiteit in Afrika. Dat ligt gevoelig, zowel in s lands volksvertegenwoordiging, die huiverig is voor Afrikaanse wespennesten, als bij Atlantisch bondgenoot Frankrijk, dat de ontluikende Amerikaanse belangstelling voor het continent met argusogen gadeslaat. De come-back van de GI's speelt zich gedeeltelijk af in het volle daglicht en 'multilateraal' - lees: in samenspraak met Londen en Parijs - deels minder zichtbaar en uitgesproken solistisch.

Op dit moment stelt het Congres een onderzoek in naar de militaire betrokkenheid van de Verenigde Staten in Rwanda. Menig volksvertegenwoordiger is ervan overtuigd dat de Amerikaanse militairen die de afgelopen drie jaar actief waren in Rwanda een ruimere opdracht hadden dan het trainingsprogramma IMED (International Military Education Program), waarvoor ze officiëel werden ingezet, toeliet. IMED is erop gericht strijdkrachten van bevriende landen in de Derde wereld de beginselen bij te brengen van goed bestuur en verantwoording aan civiele autoriteiten. Aanleiding voor de naspeuringen van het Congres was een hoorzitting, begin juli, over schendingen van de mensenrechten door het bewind in Kigali. De Commissie voor Internationale Betrekkingen van het Huis van Afgevaardigden vroeg het Pentagon om bijzonderheden over alle VS-missies naar Rwanda in de jaren 1994-1997. De Washington Post meldde zaterdag dat de Amerikaanse militaire betrokkenheid in Rwanda veel omvangrijker is geweest dan de regering bereid is toe te geven. De trainingen behelsden psychologische operaties en tactische oefeningen voor speciale troepen en hadden plaats luttele weken voordat de rebellie in het buurland Zaïre werd ontketend, naar verluidt met actieve steun van het Rwandese leger. De krant citeert uit een rapport dat het Pentagon heeft voorbereid ter beantwoording van de vragen uit het Congres en waarin slechts sprake is van gevechtstraining, instructie in het opruimen van mijnen, militair management, rampenbestrijding evenals militaire en civiele rechtsspraak. Een Pentagon-ambtenaar zei tegen de Post dat het programma “niet zo onschuldig was als nu wordt voorgesteld”. Terwijl de Rwandese militairen werden getraind door Amerikanen, gaven de cursisten zelf instructie aan Zaïrese rebellen. De bewuste ambtenaar acht het heel goed mogelijk dat de Amerikanen Rwandezen hebben opgeleid die later president Mobutu ten val brachten.

Deze berichten zijn koren op de molen van beleidsmakers in Parijs die Washington ervan verdenken anti-Franse krachten in Midden-Afrika een steuntje in de rug te geven. De machtsovername door de Tutsi-legermacht van Paul Kagame, de huidige vice-president, in Kigali wordt in Frankrijk beschouwd als het vallen van de eerste domino in Franstalig Afrika en als de opmaat voor de val van president Mobutu, die zich lang in de gunst van Frankrijk mocht verheugen. Kagame gaf onlangs toe dat zijn troepen een beslissende rol hebben gespeeld bij de verdrijving van Mobutu.

Dit wantrouwen bemoeilijkt de Frans-Amerikaanse samenwerking bij de vorming van een Afrikaanse troepenmacht voor vredeshandhaving. Op 23 mei kwamen de regeringen van de VS, Frankrijk en Engeland in New York overeen een dergelijke vredesmacht te formeren onder een mandaat van de VN en/of de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), het zogenaamde African Crisis Response Initiative (ACRI). ACRI sluit aan bij het jongste voornemen van Frankrijk om zijn permanente troepenmacht in Afrika met 40 procent te reduceren en het Amerikaanse denkbeeld om de crisisbeheersing op het continent te 'afrikaniseren'. Maar de samenwerking bestaat alleen nog op papier. Een Amerikaanse militaire bron noemde Frankrijk onlangs “weinig coöperatief” en stelde vast dat ACRI “tot nu toe louter een zaak is van de VS”. Eind juli arriveerden de eerste Groene Baretten van de legerbasis Fort Bragg (Noord-Carolina) in Senegal en Oeganda om gedurende twee maanden een aantal bataljons van beide legers te trainen voor inzet in ACRI-verband. Na deze twee landen komen later dit jaar Tunesië, Mali, Ethiopië en Malawi aan de beurt en in het voorjaar van 1998 zullen Ghanese eenheden worden getraind. In juni en juli hielden militairen van de VS, Mali en Senegal onder de codenaam Flintlock Two in Mali gezamenlijke oefeningen met het oog op vredeshandhaving in conflictgebieden. Volgens een werkdocument van ACRI komen alleen Afrikaanse landen in aanmerking wier “militaire establishments de suprematie aanvaarden van een democratisch verkozen civiel bestuur”. De VS lijken haast te hebben. Het Pentagon heeft in allerijl een handboek voor vredesoperaties in het Frans laten vertalen en de leerstof aangepast aan Afrikaanse omstandigheden. Dat is niet helemaal gelukt: één hoofdstuk behandelt de problemen van troepenverplaatsing in de sneeuw.