Veredeld boekhouden

Het kabinet legt deze weken in een betrekkelijk ontspannen sfeer de laatste hand aan de voorbereiding van de rijksbegroting voor het volgend jaar. Afgezien van hardnekkige overschrijdingen in de zorgsector bleven de collectieve uitgaven redelijk binnen de perken. Dankzij de gunstige gang van zaken in de economie kan het tekort in 1998 extra omlaag. Bovendien is er ruimte om de lasten voor burgers en bedreven te verlichten. Regeren kan warempel leuk zijn.

Politici van alle partijen kijken op dit moment verder dan hun begrotingsneus lang is. Het komend jaar brengt ook verkiezingen voor de Tweede Kamer. Kleine groepjes zijn al druk bezig met vingeroefeningen voor nieuwe verkiezingsprogramma's. Het Centraal Planbureau staat in de startblokken om te helpen bij de financiële verantwoording van alle plannen. Het bureau inventariseert in nauw overleg met de betrokken partijen alle geldkostende verlangens. Waar willen ze méér voor uitgeven, hoeveel mogen de belastingen eventueel omhoog? Hoewel de economische groei zorgt voor extra budgettaire 'ruimte' - de belastingen brengen vanzelf meer op wanneer de inkomens en de bestedingen toenemen - kloppen de sommen doorgaans pas na talrijke aanpassingen. Zo waakt het Planbureau er tegen dat politici zichzelf en de kiezers voor de gek houden.

Op dit moment is nog geen volledige verkenning beschikbaar van de Nederlandse economie op middellange termijn. Wel heeft het Planbureau twee maanden geleden een 'boekhoudkundige' berekening gemaakt van de budgettaire ruimte in de periode l998-2002. Daarbij is gekozen voor een behoedzaam uitgangspunt: de economie groeit met twee procent per jaar. Door niet al te hoog in te zetten, neemt de kans toe dat de feitelijke economische ontwikkeling later gunstiger uitpakt. Dan ontstaan meevallers. Het kost politici vervolgens weinig moeite daar een mooie bestemming voor te vinden. Partijen die zich vooraf rijk rekenen door bijvoorbeeld uit te gaan van gemiddeld drie procent economische groei lopen grote kans in latere jaren extra te moeten bezuinigen. Dat lukt vaak onvoldoende, het tekort neemt dan toe. Het politieke klimaat verzuurt.

Bij de door het Planbureau veronderstelde groei van twee procent per jaar is de banengroei onvoldoende om al het nieuwe arbeidsaanbod op te vangen. De werkloosheid loopt tot 2002 in totaal met 20.000 personen op. Verder is aangenomen dat het tekort van de overheid na 1998 niet verder daalt, en blijft steken op vijftien miljard gulden. Het beloop van de collectieve uitgaven is geraamd onder de veronderstelling dat het nieuwe kabinet het bestaande beleid ongewijzigd voortzet. Zo is aangenomen dat de uitkeringen de CAO-lonen volgen, omdat deze 'koppeling' wettelijk is vastgelegd. De rentelasten nemen flink toe, omdat het tekort niet kleiner wordt. Uitkeringen aan de groeiende groep werklozen vergen bijna twee miljard gulden meer. Het aantal senioren neemt in vier jaar tijd met honderdduizend toe. Deze voortgaande vergrijzing drijft de uitgaven voor AOW-uitkeringen en zorg met bijna vijf miljard gulden op.

Al plussend en minnend komt het Planbureau tot de conclusie dat bij ongewijzigde voortzetting van het beleid de zich aftekenende stijging van de collectieve uitgaven een groot beslag zal leggen op de budgettaire 'ruimte' die ontstaat als gevolg van de veronderstelde groei van de economie. De totale ruimte is tegen het einde van de volgende kabinetsperiode aangegroeid tot 25 miljard gulden. Daarvan wordt liefst twintig miljard opgeslokt door de tot het jaar 2002 voorziene uitgavenstijging. De resterende vijf miljard is beschikbaar voor vermindering van het tekort dan wel voor lastenverlichting. Sommige politieke partijen, met name de VVD, willen het huidige tekort (15 miljard) ongeveer halveren. Daarvoor is 7,5 miljard gulden nodig. Omdat slechts vijf miljard beschikbaar is zouden de collectieve lasten met 2,5 miljard moeten stijgen. Belastingverhoging is de liberalen echter een gruwel. Dit betekent dat het tekort minder omlaag kan, of dat moet worden bezuinigd op de uitgaven bij ongewijzigd beleid.

De VVD zet de som anders op. Zij trekt eerst, zeg, 7,5 miljard uit voor tekortverkleining. Neem aan dat voor verlaging van de belastingen en sociale premies nog eens 7,5 miljard wordt bestemd. Beide verlangens samen kosten vijftien miljard, bij een beschikbare ruimte van 25 miljard. Voor een stijging van de collectieve uitgaven is dan tien miljard over. Bij ongewijzigd beleid nemen de uitgaven echter met twintig miljard toe. Het is dus nodig in het nieuwe regeerakkoord afspraken te maken over in totaal tien miljard aan ombuigingen. Het volgende kabinet zal bovendien voor een aantal plannen extra geld willen uittrekken. Neem aan dat daarmee vijf miljard is gemoeid. In totaal moet dan voor vijftien miljard uit de tot 2002 verwachte uitgaven worden weggesneden. Dat is ongeveer gelijk aan het bezuinigingsbedrag dat in het regeerakkoord van het kabinet-Kok staat.

Het is niet eenvoudig over een bedrag in deze orde van grootte politiekovereenstemming te bereiken. De verleiding voor politici is groot om uit te gaan van een wat hogere economische groei. Dan daalt het aantal werklozen, zodat minder geld voor de uitkeringen nodig is. De belastingen brengen meer op, zodat het tekort sneller daalt. Zwichten politici niet voor de verleiding die uitgaat van hoge (veronderstelde) groeicijfers, dan dienen coalitiepartners in 1998 overeenstemming te bereiken over ombuigingen in de orde van grootte van tien tot vijftien miljard gulden. Dat is de conclusie van wat veredeld boekhouden met het Centraal Planbureau. Omdat de helft van de totale collectieve uitgaven is bestemd voor zorg en sociale zekerheid, kunnen deze sectoren bij komende ombuigingen niet buiten schot blijven. Dat zal vooral binnen de PvdA heel moeilijk liggen. Daarom spreekt het niet vanzelf dat de paarse coalitie na de verkiezingen wordt gecontinueerd.