Verdelingsvraagstuk

Prof J. Theeuwes beschrijft (NRC Handelsblad, 8 augustus) hoe het verdelingsvraagstuk in de economie verschuift van 'geld' naar 'tijd'. Over de consequenties hoor je nog niet veel, maar die zijn wel van belang. In de eerste plaats voor de arbeidsparticipatie.

In een gezamenlijke studie (Bevolking en Arbeidsaanbod, Drie Scenario's tot 2020, SDU 1997) concluderen CBS en Centraal Planbureau dat de vergrijzing voor Nederland lang niet zo'n probleem is als voor andere Europese landen. Sterker nog: wij ontlenen er een concurrentievoordeel aan. De input in het model die tot deze verrassende output leidt, is een in alle varianten sterk stijgende arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen. Je kunt je afvragen of in een 'post-materiële' maatschappij, waar extra tijd hoger wordt gewaardeerd dan extra inkomen, de arbeidsparticipatie inderdaad nog zo sterk zal toenemen.

In de tweede plaats voor de inkomensverdeling. Het is een interessante vraag hoe de door ons gewenste 'rechtvaardige verdeling' eruit ziet als de waardering van tijd blijft toenemen, en als je als uitgangspunt neemt dat ieder mens dezelfde levensverwachting heeft.

Mij lijkt het onvermijdelijk dat zoiets op den duur tot een heel erg platte inkomensverdeling leidt. De moeilijkheid is, dat de platheid van de inkomensverdeling in een markteconomie een kritische grens heeft. Nog platter en de economie wordt socialistisch, met alle verspilling en welvaartsverlies die er onlosmakelijk bij horen.