Verdachte Kroaat naar tribunaal

ZAGREB, 19 AUG. De Kroatische autoriteiten leveren - waarschijnlijk nog vandaag - een van oorlogsmisdaden verdachte Bosnische Kroaat uit aan het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië.

De verdachte, Pero Škopljak, zit gevangen in de Remetinec-gevangenis in Zagreb. Hij had gisteren al naar Nederland moeten worden overgebracht, maar procedurekwesties hebben tot vertraging geleid. Vanochtend werd in Zagreb gezegd dat Škopljak waarschijnlijk in de loop van vandaag naar Den Haag wordt overgebracht.

Niet bekend

Zaterdag zei de Kroatische minister van Buitenlandse Zaken, Mate Granic, tegen zijn Duitse collega Kinkel dat zeven Bosnische Kroaten die van oorlogsmisdaden worden verdacht, nu bereid zijn zich ter beschikking van het tribunaal te stellen, op voorwaarde dat ze snel worden berecht en niet maandenlang op een proces moeten wachten.

Pero Škopljak werd in november 1995 door het tribunaal in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden, gepleegd in de Lašva-vallei in Centraal-Bosnië ten tijde van de oorlog tussen de Bosnische Kroaten en de moslims in 1993 en 1994. Hij was tussen oktober 1992 en mei 1993 als chef van de politie van Vitez betrokken bij - zoals het in de aanklacht is geformuleerd - “de vernietiging en verdrijving van vrijwel de hele moslim-bevolking” van de door de Kroaten veroverde Lašva-vallei. De moslims werden gevangen genomen, gefolterd, als menselijk schild gebruikt, vermoord of op de vlucht gejaagd.

De belangrijkste Bosnisch-Kroatische verdachte, Dario Kordic, behoort tot de groep van verdachten die bereid zijn zich bij het tribunaal te melden op de voorwaarde van een snelle berechting. Het Kroatische lid van het Bosnische staatspresidium, Krešimir Zubak, noemde zijn naam in die zin al vorige week. Hij zei dat er contacten waren tussen Kordic' familie en het tribunaal. “De zaak-Kordic kan redelijk snel worden opgelost”, zo zei Zubak in een vraaggesprek met een Kroatisch tijdschrift. (Reuter, AFP)