Varkenssector voelt niets voor de 'kaasschaaf'

Minister Van Aartsen heeft gisteren met het betrokken bedrijfsleven gesproken over sanering van de varkens- stapel. De minister houdt vast aan harde garanties.Door onze redacteur BRAM POLS

ROTTERDAM, 19 AUG. De crisis rond de klassieke varkenspest was op 1 april bijna twee maanden aan de gang toen een bizar record werd gevestigd. Nederland had nog nooit zoveel varkens geteld, ruim vijftien miljoen ofwel 700.000 meer dan het jaar daarvoor. Binnen een klein, dichtbevolkt land dat meer varkens dan mensen telt moet iets misgaan, was al langere tijd een redelijk algemeen gevoelen. Dat minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) met straffe herstructureringsmaatregelen zou komen verbaasde begin juli dan ook niemand. Over de wijze waarop de sector heringericht moet worden bestaan echter grote verschillen van mening, zo bleek al meteen.

Van Aartsen wil een kleine vier miljoen varkens minder. Die reductie moet eenvoudig worden bereikt door elke varkenshouder een kwart van zijn dieren te laten afstoten. Het bedrijfsleven, dat wordt vertegenwoordigd door de afdeling varkenshouderij van de federatie van land- en tuinbouworganisaties (LTO Nederland) en de Productschappen Vee, Vlees en Eieren vinden dat een wat al te simplistische en daardoor riskante benadering van het probleem. Een structuurgroep van beide organisaties is al sinds begin juni bezig een eigen plan voor die herstructurering op te stellen, die anders dan in het verleden niet het karakter van 'pappen en nat houden' heeft, maar wel degelijk hout zal snijden. Het plan is eind september gereed, maar gisteren werden al wel twaalf essentiële punten er uit bekendgemaakt. In het plan wordt er van uitgegaan dat de varkenspestcrisis zal leiden tot verlies van - Europese - markten die ook niet op korte termijn worden terug gewonnen. Dat de samenleving daar echter onder de huidige omstandigheden niet op kan wachten ziet de sector ook wel in en onderschrijft dan ook de stelling dat een reductie van de varkenssector kan worden bereikt als de overheid (mestproduktie)rechten gaat opkopen. Dat kan leiden tot een snelle en gerichte sanering, maar die zal consequenties hebben voor een hele reeks bedrijven die van de sector afhankelijk zijn. Er zijn 20.000 mensen in de varkenshouderij zelf werkzaam, maar in de toeleverende en verwerkende sectoren verdienen nog eens 30.000 mensen de kost. Die sectoren moeten dan ook worden gecompenseerd, zo stellen LTO en PVE.

Dat het kabinet in de toekomst wil gaan werken met varkensrechten in plaats van (mest)productierechten vindt het bedrijfsleven logisch, maar het één moet wel een duidelijke relatie hebben met het ander. Met andere woorden; een boer die in het verleden een hoeveelheid productierechten heeft gekocht, die correspondeert met 1.000 varkens moet straks in principe een gelijkwaardig aantal varkensrechten krijgen. Bij varkensrechten moet bovendien een onderscheid worden gemaakt tussen rechten voor zeugen en vleesvarkens. Juist het gegeven dat boeren zoveel zeugen hebben dat het aantal biggen daarvan in Nederland onmogelijk kan worden afgemest, is een wansituatie waaraan iets moet worden gedaan. Het is die situatie die heeft geleid tot het op grote schaal transporteren van levende dieren door heel Europa, waartegen zoveel bezwaar bestaat.

Het bedrijfsleven vindt het bovendien onjuist dat bedrijven die zich in het verleden hebben ingespannen om aan alle kwaliteits- en milieu-eisen te voldoen nu op eenzelfde manier worden 'gepakt' als boeren die tot op heden alles aan huh laars hebben gelapt. Van de situatie moet dus gebuik worden gemaakt om randvoorwaarden en minimumeisen aan de bedrijfsvoering te stellen waaraan varkensboeren op korte termijn moeten voldoen. Is dat niet het geval, dan moeten ze daar individueel op worden 'afgerekend' via een korting op hun varkensrechten, zo vinden LTO en PVE. Die varkensrechten moeten echter wel vrij verhandelbaar zijn. Er mag van worden uitgegaan dat de minister het daarmee eens is, gezien zijn opstelling binnen de EU ten aanzien van visserij-rechten.

De twaalf punten die het bedrijfsleven tegenover de generieke maatregel van de minister heeft gezet missen nog de helderheid die de bewindsman er van overtuigen dat er van een werkelijke herstructurering sprake is, zo bleek gisteren. Een reductie-percentage van 25 ontbreekt evenzeer. Dat Van Aartsen vooralsnog stevig vasthoudt aan zijn eigen plan en zodoende de sector dwingt om tot de bodem te gaan is logisch. Maar dat Van Aartsens 'kaasschaaf' uiteindelijk een te rigide middel zal blijken, staat ook wel vast. Natuurlijk zijn er heel wat oudere boeren die niet met moderne ontwikkelingen zijn meegegaan. Voor hun is een warme sanering wellicht een zegening, terwijl ze met een koude sanering gewoon de nek om worden gedraaid. Anderzijds zouden moderne bedrijven, die aan alle eisen voldoen juist kunnen profiteren van de herstructurering. Dat zou de bewindsman moeten stimuleren. Daarnaast zou het wel erg eigenaardig zijn als de huidige situatie er toe zou leiden dat ook milieu-vriendelijke bedrijven met bijvoorbeeld scharrelvarkens failliet gaan. Dat - averechtse - effect kan Van Aartsen nooit beogen.