Uiteindelijk loopt alles goed af

Laatst belde iemand me op vanuit haar tuin. Op de achtergrond hoorde ik het telkens weer oplaaiende lawaai van schreeuwende stemmen. Het bleken een vader en een moeder te zijn, enkele tuinen verderop bekvechtend met hun ongeveer 7-jarige zoontje, een moeilijk opvoedbaar kind dat vanwege de vakanties niet naar de dagopvang van een of ander instituut kon.

De ouders wisten zich geen raad met het kind en vochten een soort oorlog uit, die de hele dag duurde. Dreigen, schreeuwen, schelden, slaan. De buurtgenoten werden er hoorndol én angstig van. Moest men niet ingrijpen voor er verschrikkelijke dingen gebeurden?

Ik moest aan hun situatie denken bij het zien van de Engelse documentaire Een moeilijke jongen die de NPS gisteren uitzond. Ook hier draaide het om een (12-jarig) jongetje dat zijn ouders tot pure wanhoop dreef met gedrag dat varieerde van lamlendig zeuren tot diefstal.

“Rond zijn achttiende maand begon hij een draak van een kind te worden”, vertelde de moeder. “Ze zeggen wel dat je niet tegen hem moet schreeuwen, maar zelfs de paus zou dat doen als hij hier twintig minuten woonde.”

Ze was ervan overtuigd dat er 'iets medisch' met Paul aan de hand was. Een Amerikaanse gedragsdeskundige, specialist in de jeugdcriminaliteit, sprak dat tegen. Hij weet het gedrag aan de opvoeding. De ouders zouden niet consequent genoeg zijn geweest bij het uitvoeren van straffen. Het voortdurende geschreeuw van het kind zou een nabootsing zijn van het gedrag van de moeder, die vroeger veel tegen hem had geschreeuwd om haar zin te krijgen.

Terwijl de BBC doorfilmde - ook met verborgen camera's - probeerden Amerikaanse gezinstherapeuten het gedrag van het gezin te beïnvloeden. De ouders werd geleerd consequenter te straffen en er kwam een puntensysteem waarmee Paul goed gedrag beloond zag. De situatie verbeterde. Paul werd wat rustiger, maar soms gleed hij toch weer terug in zijn oude gedrag.

Na twaalf therapeutische sessies moest het gezin alleen verder. Jammer genoeg hield daar ook de film op. Het ging op dat moment allemaal redelijk. De moeder praatte opeens veel positiever over haar kind. “Hij is totaal gewetenloos”, had ze in het begin nog gezegd. Nu klonk het verzoenend: “Hij heeft een goed hart.”

Voor de kijker was die afloop minder bevredigend. Want hoe zal het met Paul gaan als hij in zijn puberteit belandt? Zijn gedrag was de afgelopen jaren zó huiveringwekkend bizar dat de vraag gewettigd leek of twaalf therapeutische sessies toereikend waren.

Veel tv-makers houden nu eenmaal, evenals hun collega's in Hollywood, van happy endings. Eerst is er het probleem, dan de loutering. Wij analyseren de situatie en passen ons aan, waarna wij alsnog een buitengewoon gelukkig leven tegemoet gaan. Zo klonk het ook uit de mond van die zelfverzekerde Amerikaanse gezinstherapeut.

Eind goed, al goed.

Het is een benadering die, vermoedelijk onbewust, ook wordt nagestreefd door de makers van Villa Felderhof dat gisteren aan een nieuw seizoen begon. De gasten - ditmaal Jos Brink en Patty Brard - worden geacht ons, in ruil voor een zonovergoten logeerpartijtje in de Provence, hun persoonlijke leed te vertellen. Zij zetten braaf hun het-leven-kan-hardzijn-masker op - vooral Jos is daar een kei in -, maar aan het einde maken zij toch tevreden de balans van hun leven op. Het was zwaar, maar au fond hebben zij toch eigenlijk niet te klagen.

Daarna omhelzen zij hun gastheer allerhartelijkst, en reizen terug naar het land waaraan zij zo gehecht zijn, ook al heeft het hun kwaliteiten lang niet altijd naar waarde geschat. Onderweg nippen zij nog wat van de cadeau gekregen Villa Felderhof-wijn (ƒ 9,95) om ten slotte met een stevig hoofdpijntje van de sulfiet onder de Nederlandse wol te kruipen.

Rest mij nog de nieuwste aflevering van de Kluivert-feuilleton door te geven. Henk Spaan vroeg er in zijn nieuwe sportprogramma Rinus Michels naar. Wel of niet selecteren? Ook hij weigerde, evenals Cruijff en Hiddink eerder, een eenduidig antwoord te geven. Maar één ding is zeker: het loopt goed af.