The Pleasure Garden

Het Nederlands Filmmuseum vertoont deze zomer bijna alle films van Alfred Hitchcock. In 'The Pleasure Garden' worden verlovingen en huwelijken gesloten met doortrapt zelfbehoud als enige overweging.

The Pleasure Garden, Nederlands Filmmuseum, Vondelpark 3, Amsterdam. Wo. 20 aug. 21.30u, za. 24 aug. 19u. Res. 020-5891400.

In 1925 was Alfred Hitchcock een tevreden scenarist. Films bestonden in zijn hoofd. Hij zag en beschreef ze op grond van zijn verbeelding. Aangenaam alleen. Ver verwijderd van alle hem wezensvreemde mensen die hij in zijn stoutste dromen bedacht en die hij nooit daadwerkelijk zou willen leren kennen. Maar in die kalme hof van Eden mocht hij niet blijven. De jongeman viel op en kreeg zijn eerste speelfilmregie opgedrongen. Nee zeggen ging niet. Hij vond het een ramp. Hij moest ervoor naar rare buitenlanden zoals Zwitserland en Italië, hij moest een budget beheren en een troupe aanvoeren, hij moest de luimen en nukken van heuse filmsterren verduren. En alleen zou hij nooit meer zijn. Hij nam wraak. Op wie? Op zijn personages. Op al die frivole Pinocchio's die onsproten aan zijn brein en die de gore moed hadden om onder zijn aanvoering tot leven te komen. Altijd zou hij ze blijven behandelen als een boze stiefvader en dat begon in 1925, met The Pleasure Garden.

The Pleasure Garden is Hitchcocks allereerste speelfilm en dat is te zien. Het is een zwijgende film, nadrukkelijk geacteerd, met al te veel slagschaduw gedraaid en vaak onhandig van mise en scène. Zijn kenmerkende gewiekste elegantie en snuggere psychologische manipulatie zijn nog ver te zoeken evenals de Hitchcock Blonde: elke vrouw heeft donker haar, de meiden provocerend opgeknipt, de moederlijke types (iets daartussenin bestaat niet) in een fletse knot die niets te maken heeft met de Grace Kelly-roll.

Aan de verhalen van Hitchcock zijn altijd steekjes los en direct al in zijn eersteling lapt hij het verhaalverloop aan zijn laars. Het is een zuur melodrama met een ongeloofwaardig happy end. Geeft niets. Het gaat Hitchcock om vorm en spanning. Die vorm staat gelijk aan obscure observatie. Hitchcock gluurt en ziet van alles: rijen molige meisjesbenen op een toneel, rijen mollige, even warme, mannenkoppen in de zaal. Twee chorus girls maken zich klaar voor de nacht in één bed. Niks aan de hand zou je zeggen, maar Hitchcock stelt vast hoe hun ondergoed op elkaar fladdert en constateert vervolgens achteloos dat de ene een ponnetje draagt en de ander een herenpyama.

De spanning houdt hij op stoom, en zou hij hierna film na film superieur op stoom houden, door ons elk personage in weergaloos opportunisme uit te leveren. Het best komt dat tot recht in de liefde. Liefde is een strovuur wat Hitchcock aangaat. Het zet alles even in een gloed. Verder stelt het niets voor en het huwelijk slaat al helemaal nergens op. In The Pleasure Garden worden allerlei verlovingen en huwelijken gesloten, met doortrapt zelfbehoud als enige overweging. Want liefde is een waan en het huwelijk het brandmerk van een sigaar die een mooie meid plaatst in de wang van de adellijke aanbidder die het waagt haar hals te kussen zonder een verlovingsring als tegenprestatie.