Singapore: krachtmeting in rechtszaal

Gisteren begon in Singapore een rechtszaak, die de politieke elite van de stadstaat heeft aangespannen tegen een oppositieleider in het parlement. Amnesty International mag meekijken.

SINGAPORE, 19 AUG. Joshua Jeyaretnam had gisteren voor de gelegenheid een oranje anjer in de revers van zijn donkergroene pak gestoken. Daarmee onderscheidde de 71-jarige oppositieleider, voorman van de Singaporese Arbeiderspartij, zich van de vele grijze en blauwe pakken in de volgepakte zaal van de Hoge Raad waar gistermiddag de rechtszaak begon die politici van Singapore's regeringspartij, de People's Action Party (PAP), tegen Jeyaretnam hebben aangespannen wegens smaad.

De fleurige anjer symboliseerde de hoop waarmee Jeyaretnam het proces ingaat. Als hij de zaak verliest, kan hij een hoge boete tegemoet zien en zal hij zijn zetel in het parlement moeten opgeven. Maar als hij wint, slaat hij een belangrijke slag, niet alleen voor zijn eigen Arbeiderspartij, maar voor alle politici van de Singaporese oppositie. Zij verwijten de PAP, die de stadstaat al 32 jaar onafgebroken bestuurt, de oppositie via de rechtbank het zwijgen op te leggen.

Singapore is de komende twee weken in de ban van de zaak tegen Jeyaretnam, die draait om een schijnbaar onschuldig zinnetje dat hij begin dit jaar uitsprak tijdens een campagnebijeenkomst kort voor de Singaporese verkiezingen, die overigens ruim werden gewonnen door de PAP. Tijdens de campagne was Jeyaretnams partijgenoot Tang Liang Hong door premier Goh Chok Tong omschreven als een “anti-christen en een Chinese chauvinist”. Tang, een 61-jarige Singaporees die net als Jeyaretnam advocaat is, dreigde op zijn beurt met een rechtszaak tegen Goh en liet de politie proces-verbaal opmaken van de aantijgingen.

Een paar dagen later refereerde Jeyaretnam tijdens een bijeenkomst aan de politierapporten en sprak hij de woorden waarop hij nu wordt aangeklaagd: “Tang Liang Hong gaf mij net deze twee rapporten die hij bij de politie heeft laten opmaken tegen, u weet wel, Goh Chok Tong en zijn mensen”. Goh, die eerder dit jaar al een rechtszaak aanspande en won tegen Tang, zag in deze zin een insinuatie die zijn gezag ondermijnt en besloot Jeyaretnam aan te klagen wegens smaad. Tien partijgenoten van Goh deden hetzelfde.

De Singaporese regering heeft inmiddels een reputatie opgebouwd in het voor de rechter slepen van oppositiepolitici. In veel gevallen werd de politicus in kwestie veroordeeld tot een hoge boete en soms tot enkele weken gevangenisstraf. In alle gevallen, zo beweren de veroordeelden, ging het erom hen monddood te maken en zo praktisch uit te schakelen via de rechtbank. Jeyaretnam maakte in 1986 kennis met dit fenomeen, vijf jaar nadat hij was gekozen tot de eerste oppositie-politicus in het Singaporese parlement sinds de onafhankelijkheid in 1965. De toenmalige premier Lee Kuan Yew klaagde hem destijds aan wegens het afleggen van valse verklaringen over de financiën van de Arbeiderspartij. Lee won en Jeyaretnam werd veroordeeld tot een maand gevangenisstraf en een boete van vijfduizend Singaporese dollar. Ook werd hij gediskwalificeerd als parlementariër, moest hij zijn werkzaamheden als advocaat staken en mocht hij vijf jaar lang geen kandidaat meer zijn voor een parlementszetel.

Jeyaretnam ging in hoger beroep tegen de straf bij de Britse Kroonraad, de hoogste beroepsinstantie binnen het Singaporese recht dat gebaseerd is op het Britse systeem. De Kroonraad gaf Jeyaretnam in 1988 gelijk en bepaalde dat hem met zijn veroordeling “ernstig onrecht” was aangedaan. Jeyaretnam mocht zijn werk als advocaat weer oppakken, maar bleef gediskwalificeerd voor het parlement. In 1994 besloot de Singaporese regering haar banden met de Britse Kroonraad te verbreken, waardoor het nog moeilijker wordt voor de oppositie om veroordelingen door een Singaporese rechtbank aan te vechten. In de rechtszaken tegen Jeyaretnam die gisteren begonnen, zijn nieuwe elementen ingebouwd die een “eerlijke en vrije” rechtsgang moeten verzekeren. Zo hebben beide partijen prominente Britse advocaten ingehuurd en zijn vertegenwoordigers van Amnesty International in de rechtszaal toegelaten.

Voor de PAP-politici komt alles in dit soort rechtszaken, die draaien om smaad en laster, neer op het tot in detail kunnen staven van feiten. Maar het vrij onschuldige zinnetje van Jeyaretnam, diens retorische gaven en de talenten van zijn Britse raadsman zouden het de PAP nu wel eens heel lastig kunnen maken om haar gelijk te halen.

Ook de pers voelt dat er een verrassing in de lucht hangt. Maar ook hier geldt dat zolang er niets met feiten te staven valt, een botsing dreigt met de autoriteiten. De correspondent van de BBC-radio in Singapore, Simon Ingram, kreeg gisteren de eerste waarschuwing. De Brit had gemeld dat de PAP-ministers “volgens goed ingevoerde bronnen” een schikking wilden voorstellen aan Jeyaretnam. Per koerier werd nog dezelfde middag een brief van Goh's woordvoerder afgeleverd bij Ingram met de vraag of hij zo spoedig mogelijk “zijn ongegronde suggestie” wilde corrigeren.