Pech maakt van ruimtemissie een 'night-Mir'

De Mir is gisteren door nieuwe pech getroffen. De aanhoudende problemen hebben langzamerhand hun weerslag op het professionele optimisme van de vluchtleiding.

KOROLJOV, 19 AUG. Voor de tweede keer in vijf weken tolt het Russische ruimteschip Mir onbestuurbaar om zijn as. De boordcomputer, die onder meer de navigatie-apparatuur aanstuurt, is gisteren onverwachts uitgevallen, kort nadat de bemanning een handmatige koppeling tot stand had gebracht tussen het station en een onbemand vrachtschip van het type Progress. Vandaag is de computer gedeeltelijk hersteld, maar het tollen duurt voort. Door het tollen zijn de zonnepanelen niet op de zon gericht en is de energievoorziening zo goed als uitgevallen.

Toch is er van opwinding onder de vluchtleiders geen sprake. Wel van matheid. “Ik snap er zelf ook niets van”, aldus Vladimir Solovjov, hoofd van het grondstation Koroljov, onder de rook van Moskou. Op de vraag hoe de computer te herstarten, zei hij gisteren nog: “Dat weet God alleen.”

Omdat noodsituaties aan boord van het ruimtelab deze zomer schering en inslag zijn, spreken bezoekende NASA-deskundigen over de 'Night-Mir' (een woordspeling op nightmare). Maar in gesprek met journalisten spelen ze het spel van de Russen mee: “Er wordt gewerkt aan een standaard hersteloperatie”, zegt Bob Castle, die de Amerikaanse gastastronaut aan boord van de Mir, Michael Foale, begeleidt. “De Russen vinden vast wel een oplossing.”

Adjunct-vluchtleider Viktor Blagov verwacht dat de bemanning het verouderde station morgen weer onder controle krijgt. Dat zou betekenen dat de telkens uitgestelde reparatieklus aan de Spektr-module, die eind juni lek sloeg bij een botsing met een ander Progress-schip, donderdag kan beginnen. Maar de woordvoerders van het Russische ruimteprogramma hebben meer en meer moeite om hoopvol te klinken. Zij vrezen het moment waarop de Amerikanen zullen zeggen: “Het is genoeg, wij doen niet meer mee.”

Nog vlak voor de jongste crisis onderstreepten de vluchtleiders dat er niets mis was met de Progress en dat ze “absoluut niet bang” waren voor een herhaling van het rampscenario dat zich op 25 juni ontrolde, toen de Mir tweemaal werd geramd. Maar de koppeling van het vrachtschip aan de Mir verliep ook nu verre van vlekkeloos. Omdat de bijna-fatale aanvaring vorige keer plaatshad tijdens het oefenen met de handmatige besturing, was ditmaal gekozen voor een volautomatische manoeuvre.

Poging nummer twee (de eerste was zondag te elfder ure afgeblazen nadat er een computerfout was ontdekt) werd in het vluchtleidingscentrum in doodse stilte gevolgd. De banen van de Mir en de Progress waren op een grote wereldkaart geprojecteerd; 38 minuten na aanvang van de nadering zouden de beide schepen boven de Oeral bij elkaar komen.

“Okee jongens, daar gaat-ie”, zei de vluchtleider tegen de drie-koppige bemanning. “Hij zal het helemaal alleen doen.” Op de monitoren in het grondstation verscheen een serie parameters (de tijd tot het contact, de snelheid, de afstand, etc.) en een videobeeld van het naderende schip. Het systeem werkte perfect, tot vier minuten voor de koppeling. Ineens ontstond er rumoer, telefoons rinkelden, technici wezen naar het projectiescherm, en toen greep de vluchtleider in: “Okee, we gaan over op het handmatige systeem.”

Met hulp van een beeldscherm, een stuurknuppel en een richtkruis, ongeveer zoals bij een videospelletje, loodste Mir-commandant Anatoli Solovjov de Progress vervolgens zonder ongelukken naar een van de aanlegplaatsen van het moederschip. Op aarde in het vluchtleidingscentrum klonk een dun applaus dat echter gauw verstierf, want meteen na de koppeling schakelde de boordcomputer van de Mir zich spontaan uit.

De bazen van het Russische ruimtevaartprogramma, de experts en de woordvoerders trokken zich terug in een achterkamertje. Joeri Semjonov, de hoofdconstructeur van het ruimtecomplex, stond even later gekweld de pers te woord: “We weten niet wat er mis ging, maar er is geen sprake van een menselijke fout”, zei hij, met een verwijzing naar het incident van 17 juli, toen de vorige bemanning per ongeluk een vitale kabel lostrok waardoor de computer en de stroomvoorziening uitvielen.

De kosmonauten Tsiblijev en Lazoetkin, die vorige week op aarde terugkeerden, liggen onder vuur voor hun vermeende falen, maar lijken met de dag meer gelijk te krijgen: de overjarige Mir is aan het eind van zijn Latijn, en de bijna-rampen die zich aan boord voltrekken zijn de bemanning bezwaarlijk aan te rekenen.