Nieuw fiscaal stelsel: wie werkt wint

Het nieuwe fiscale stelsel is nog niet af, maar uit de uitgelekte voorstellen spreekt een duidelijke visie: individualisering wordt beloond, 'slapend rijk worden' gestraft, werken wordt aantrekkelijker. Bovendien zullen de grootste voordelen vallen bij de hoogste inkomens.

DEN HAAG, 19 AUG. De sfeer van het fin de siècle zet het kabinet-Kok aan tot een bezinning over het Nederlandse fiscale stelsel. In de Miljoenennota van vorig jaar werd de toezegging gedaan dat het kabinet dit jaar “een verkenning” zou presenteren van de “richting waarnaar het Nederlandse belastingstelsel zich in het begin van de 21ste eeuw moet ontwikkelen”.

Vorige week besprak de ministerraad een 'proeve' van VVD-minister G. Zalm en PvdA-staatssecretaris W. Vermeend (Financiën). Premier W. Kok deed een dringend appèl op zijn collega's om niets uit de discussie-nota in de publiciteit te brengen. “Het intrekken van een variant wordt vaak uitgelegd als politieke capitulatie”, verklaart een direct betrokkene. Maar de oproep van de premier was tevergeefs, zaterdag publiceerde het Algemeen Dagblad een aantal details van het belastingconcept.

Bij het aantreden van het kabinet-Kok ('werk, werk, werk') was het leitmotiv van het belastingconcept eigenlijk al bekend: de lastendruk moet verschuiven van arbeid naar consumeren (minder loonbelasting, meer omzetbelasting). Door de relatief hoge belasting- en premiedruk op arbeid prijst Nederland zich internationaal uit de markt. Daarnaast moet het belastingsysteem een bijdrage leveren aan verbetering van het milieu door milieubelastende activiteiten zwaarder te belasten.

Het Nederlandse fiscale stelsel staat bovendien steeds meer onder invloed van internationale ontwikkelingen; een trend die zich manifesteert in de nu uitgelekte 'proeve'. Zo is de verhoging van de omzetbelasting een Europese trend. In de strijd tegen de werkloosheid wil Europees Commissaris M. Monti de belasting op arbeid verlagen en de BTW en accijnzen verhogen. In hun belastingplan rekenen Zalm en Vermeend met een BTW van 19 procent; 1,5 procentpunt boven het huidige niveau.

In de voorstellen wordt de Nederlandse fiscale geschiedenis evenwel niet verloochend; de draad van 1990 wordt weer opgepikt. In dat jaar werd bij de belastingoperatie-Oort fors gesaneerd in het aantal aftrekposten en het toptarief werd verlaagd. Het aantal belastingschijven werd teruggebracht van negen naar drie.

Zalm en Vermeend handhaven de bestaande structuur van drie schijven, maar de tarieven worden sterk verlaagd. Nu gelden percentages van 37, 50 en 60, de ministerraad discussieert over percentages van 18, 36 en 48 procent.

Deze verlaging van de tarieven wordt, evenals bij de belastingoperatie-Oort, gefinancierd door te schrappen in de aftrekposten. Zo komt de belastingvrije som te vervallen. Dit bedrag van 7.100 gulden (14.200 gulden voor gehuwde tweeverdieners) wordt in mindering gebracht op het inkomen voordat belasting wordt geheven.

De lastendruk op de laagst betaalde arbeid loopt fors terug. De 'wig' tussen de bruto loonkosten die de werkgever betaalt en het netto loon dat de werknemer ontvangt, wordt kleiner. Volgens een economische wet stijgt de vraag wanneer de prijs van een produkt daalt; het 'werk-werk-werk-kabinet' hoopt zo de banenmachine op gang te houden.

Zalm en Vermeend kiezen ervoor om het verschil tussen minima met en zonder baan te vergroten. Immers de werkloze verliest de belastingvrije som en wordt maar gedeeltelijk gecompenseerd door de tariefverlaging. Het kabinet-Kok wil met financiële prikkels uitkeringsgerechtigden stimuleren om een betaalde baan te accepteren en wil deze discussie niet laten frustreren door 'koopkrachtplaatjes'. Bij vorige belastingherzieningen moest altijd worden geopereerd binnen de randvoorwaarde dat de inkomensverhoudingen ongemoeid moesten blijven. Het kabinet-Kok kan voor deze aanpak kiezen omdat er genoeg 'smeergeld' is om 'financiële pleisters' te plakken.

Mensen met een relatief hoog inkomen zijn waarschijnlijk de winnaars van het belastingplan. Het toptarief gaat naar beneden van 60 naar 48. De niet geschrapte aftrekposten, waaronder de 'heilige' hypotheekrente, kunnen weliswaar tegen een lager tarief worden afgetrokken (48 in plaats van 60), maar in de meeste gevallen wordt dit ruimschoots gecompenseerd door de tariefverlaging.

Daarnaast wordt de vermogensbelasting afgeschaft, waarbij Nederland keurig het Duitse voorbeeld volgt, want sinds 1 januari is deze belasting daar vervallen. Het nieuwe systeem kent wel een belasting op de inkomsten uit vermogen. Op dit moment zijn vermogenswinsten onbelast. Het “slapend rijk worden” wordt nu in Nederland fiscaal gestimuleerd. “Daar willen we vanaf”, zei premier Kok vorige week. “Voor je geld moet je werken.”

De 'proeve' heeft een hoog 'paars' gehalte. De belastingen worden verder geïndividualiseerd. Zo vervalt met het schrappen van de belastingvrije voet het zogeheten kostwinnersvoordeel waarbij een alleenverdiener een dubbele belastingvrije voet heeft. Het CDA heeft dergelijke ideeën altijd getorpedeeerd als een aanval op het klassieke gezin. Maar het paarse kabinet is pragmatisch genoeg - en heeft genoeg 'smeergeld' - om een tijdelijke regeling te creëren omdat anders de koopkracht van alleenverdieners sterk zou verslechteren.

Verder willen Zalm en Vermeend belastingen en sociale premies gelijk schakelen. Verzekeringsideologen, veelal van CDA-huize, wijzen erop dat verzekerden aan premiebetaling bepaalde rechten op een uitkering ontlenen. Er zou sprake zijn van een rechtstreekse tegenprestatie; een eigenschap van belastingen is dat die relatie ontbreekt. In het kamp van belastingpragmatici (PvdA, VVD en D66) wordt het onderscheid tussen belastingen en premies kunstmatig gevonden. Sociale premies zijn een soort belasting waarop alleen een ander etiket is geplakt. Voor het loonstrookje maakt de gelijkschakeling niets uit, maar voor de bedrijven betekent het aanzienlijk minder administratieve rompslomp.

De ministerraad praat deze week verder over de 21ste eeuw. Het Centraal Planbureau gaat de visie van Zalm en Vermeend vertalen in koopkracht en werkgelenheid. Premier Kok streeft ernaar om op Prinsjesdag een hoofdlijn van een belastingconcept voor de volgende eeuw presenteren. Het concept is geen blauwdruk omdat de uitslag van de verkiezingen en de kabinetsformatie volgens Kok ook hun weerslag moeten hebben op het nieuwe fiscale stelsel. Maar als 'paars-1' een concensus weet te bereiken over een politiek gevoelig onderwerp als belastingen dan is wel een gunstige uitgangspositie gecreëerd voor een eventueel 'paars-2'.

    • Cees Banning