La Prise du Pouvoir par Louis XIV

La prise de pouvoir par Louis XIV (Roberto Rossellini, 1967, Frankrijk). TV5 20.00-21.30 u. Herh. vrijdag 22 augustus 13.30-15.00u.

Wie onlangs in de bioscoop Ridicule van Patrice Leconte heeft gezien, mag de televisiefilm La prise de pouvoir par Louis XIV van Roberto Rossellini uit 1967 niet missen. Ridicule toont het Franse koninklijk hof in de achttiende eeuw, waar iedereen verstrikt is in een ingewikkeld systeem van rituelen en omgangsvormen, waarvan niemand nog weet waar het toe dient.

Deze film van Rossellini toont de wording van dit systeem in de Zeventiende eeuw: op zijn achttiende jaar beseft Lodewijk XIV, de Zonnekoning, dat hij zijn macht zal verliezen als hij de hofadel, altijd tot een opstand tegen de macht van de koning bereid, niet in een ijzeren greep neemt. De veelal als absurd beschouwde rituelen als de aanwezigheid bij 's konings ontwaken en het aangeven van de pispot waren geen irrationele uitingen van grootheidswaanzin van de koning, laat Rossellini zien. Ze maakten deel uit van een systeem van gunsten en verplichtingen waarmee de koning de adel voortdurend bezig, en dus geknecht hield.

Roberto Rossellini (1906-1977) maakte La presa di potere di Luigi XIV als een televisiefilm, nadat hij in de jaren daarvoor gedesillusioneerd was geraakt over de ontvangst van zijn bioscoopfilms. Voor het relatief nieuwe medium televisie zocht Rossellini het vooral in de historische thema's, zoals bij Atti degli apostoli (Handelingen der apostelen) uit 1969, en televisieportretten van Socrates, Descartes en Pascal.

Rossellini zei zijn historische thema's niet te kiezen uit affiniteit met bepaalde perioden of historische personen, maar om te laten zien hoe 'de mens zich bewust wordt van zijn situatie of, integendeel juist wegvlucht voor die bewustwording''. In mijn herinnering doet Rossellini's machtsgreep van Lodewijk XIV een klein beetje aan die van Sovjet-leider Stalin in de jaren twintig denken - met name in zijn meedogenloosheid. Of Rossellini's houding tegenover de jonge potentaat door bewondering of door afschuw gekenmerkt werd, staat daarbij nog te bezien.