Koude drukte over warm zwemwater

De temperaturen bij de EK zwemmen in Sevilla lopen op tot boven de veertig graden Celsius. Wat zijn de gevolgen van de hitte voor de zwemmers?

SEVILLA, 19 AUG. Zomer in Sevilla. Extreme temperaturen met uitschieters van ver boven de veertig graden Celcius. In de hoofdstad van Andalusië schijnt de zon onbarmhartig. Ook het buitenbad van het Palacio de Deportes de San Pablo, het complex aan de rand van Sevilla waar vanmorgen het EK-zwemtoernooi begon, wordt niet ontzien.

Vorige week verschenen alarmerende berichten in de media. Een zwemtoernooi in Sevilla in de openlucht, was dat niet vragen om problemen? De zon zou het bassin doen veranderen in een lauwe bak met water van minimaal dertig graden, goed misschien voor reumapatiënten, maar niet voor Europa's meest vooraanstaande zwemmers. Zij gedijen het beste bij een watertemperatuur van rond de 26 graden. Vraagtekens werden verder geplaatst bij de koelingsinstallatie. Hadden de Spanjaarden ooit gehoord van spoelen en verversen? Sevilla is immers een stad die eens in de zoveel jaar kampt met een watertekort.

Het bericht kreeg extra gewicht toen de organisatie in een reactie daarop nogmaals liet weten de Campeonatos Europeos de Natación liever naar september te verplaatsen. Het klonk als een verwijt aan het adres van de LEN, de overkoepelende zwemfederatie van Europa. Want op last van de zwembestuurders moesten de Spanjaarden dit voorjaar al afzien van dat voornemen. Over minder dan vijf maanden beginnen in Australië de wereldkampioenschappen en een nog kortere voorbereidingstijd druiste volgens de LEN in tegen de belangen van coaches en zwemmers.

Ook bij sommige zwemmers rezen afgelopen weken twijfels. Marcel Wouda, de Nederlandse wereldrecordhouder op de 400 meter wisselslag, vreest de hitte. Onlangs vroeg de 2.02 meter lange Brabander zich af hoe zijn lichaam zou reageren op een watertemperatuur van om en nabij de dertig graden. “In het water heb ik het al snel warm. Ik presteer het beste bij 26,5 graden. Hoe warmer het is, hoe moeilijker ik mijn lichaamswarmte kwijt kan. Zeker voor iemand met mijn lengte is dat een probleem.”

Wouda's vrees berust volgens Rik van de Kolk, in Sevilla aanwezig als arts van de Nederlandse ploeg, op een misverstand. Niet de lengte van een zwemmer maar diens lichaamsomvang is van belang bij de afgifte van warmte via de huid in het water. “Hoe groter het lichaam, hoe moeilijker het wordt”, zegt Van de Kolk, zelf een oud-waterpoloër. “Daarnaast speelt het huidtype een rol. De ene zwemmer geeft makkelijker warmte af dan de andere.”

Van de Kolk deelt de vrees van Wouda niet. De temperatuur van het wedstrijdwater in Sevilla schommelt rond de 28 à 29 graden. Dat is weliswaar warmer dan de 26 graden die in Nederland wordt voorgeschreven bij kampioenschappen, maar verontrustend noemt de bondsarts dat gegeven niet. Recent onderzoek heeft aangetoond dat een zwemmer nauwelijks hinder ondervindt van een watertemperatuur van tegen de dertig graden. De 1.500 meter is de langste afstand op een EK of WK. Dat betekent dat de zwemmers zich hooguit vijftien minuten in het water ophouden. Van de Kolk: “En vijftien minuten in zogeheten warm water, daar is de mens tegen bestand. Zelfs bij het leveren van grote inspanningen.”

Het bewuste onderzoek werd enkele jaren geleden uitgevoerd door medewerkers van de faculteit Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Onderzocht werd de invloed van de watertemperatuur op het menselijke gestel bij zware inspanningen. Uit de resulaten bleek dat het lichaam zich aanpast zodra de watertemperatuur stijgt naar waarden van om en nabij de dertig graden. “Zwemmen in warm water is volstrekt ongevaarlijk”, aldus Peter Hollander, inspanningsfysioloog aan de VU en een van de onderzoekers. “Het wordt pas uitkijken bij afstanden zoals die bij het marathonzwemmen gebruikelijk zijn of bij een waterpolowedstrijd.”

De ideale watertemperatuur bestaat niet volgens Hollander. “Zwemmers hebben vaak het idee dat 26 graden ideaal is, maar dat is een gedachte die is gebaseerd op gewenning en niet op wetenschappelijk onderzoek. Niemand kan een zinnig woord zeggen over wat nu de ideale watertemperatuur is.” Datzelfde geldt voor de vraag of prestaties toe- of afnemen bij oplopende watertemperaturen. Onderzoek daarnaar ontbreekt, maar het zou volgens Hollander de moeite waard zijn. “Wie weet komen we tot de slotsom dat dertig graden wel ideaal is. Wie zal het zeggen?”

Bondsarts Van de Kolk maakt zich meer zorgen over de voorbereiding van de zwemmers op een wedstrijd. Hoe langer iemand in de zon verblijft, hoe meer energie hij verspeelt. In samenspraak met de technische staf heeft Van de Kolk bij de organisatie geïnformeerd of de zwemmers gebruik mogen maken van een overdekte hal, in afwachting van hun wedstrijden. “Mijn belangrijkste advies dezer dagen is: blijf weg uit de zon en ga pas op het allerlaatste moment op het startblok staan.”

Het is voor de zwemmers een bekende boodschap, vertelt Van de Kolk. Ook al verbleef de nationale ploeg de afgelopen drie weken in het al even oververhitte Granada, de Nederlandse zwemmers bleven keurig in de schaduw, aldus de bondsarts. “Het zijn professionals. Ze weten waarmee ze bezig zijn en hangen niet de toerist uit. Niemand zal het in zijn hoofd halen om ergens in het gras van de zon te gaan zitten genieten. Ze weten dat de zon hun grootste vijand is.”