Kleine man ontpopt zich als ervaren belegger

De kleine belegger was vroeger per definitie de kluns die op de effectenbeurs de hardste klappen mocht opvangen. Inmiddels steekt hij, beter geïnformeerd dan ooit, de professionele handelaren naar de kroon.

AMSTERDAM, 19 AUG. De particuliere belegger heeft er genoeg van. Niet van de 'camping hausse' en de effectenbeurs, maar van het beeld van de sukkel die als laatste in de markt komt en er, als de nervositeit toeneemt, ook als eerste weer uitstapt. En die zijn effecten daarbij tegen afbraakprijzen verkoopt. Aan de professionals, die hem dankbaar toelachen.

De reactie gisterochtend op de scherpe koersval van de voorafgaande vrijdag in Amsterdam en Wall Street was nog uit het boekje: particulieren verkochten effecten met bestensorders tegen prijzen die de laagste noteringen van de dag waren. Maar vervolgens begonnen de koersen weer te stijgen, mede doordat een nieuwe serie kooporders van particuliere beleggers de markt bereikte, zowel via koopopdrachten van aandelen op de effectenbeurs als via de optiebeurs.

Wanneer beleggers daar kooprechten (call opties) aanschaffen, zal de optiebeurshandelaar die dat recht verleent zichzelf moeten beschermen voor het geval dat het recht ook wordt uitgeoefend. Hij dekt zich in door ook alvast wat aandelen te kopen.

En vanochtend ging het zo mogelijk nog sneller omhoog dan gisteren. De particuliere beleggers deinen nu mee op het ritme dat de afgelopen anderhalf jaar in de markt is gevestigd. Na een snelle koersstijging volgt een 'correctie' van een procent of tien die enkele dagen duurt en daarna test de markt een nieuwe opmars.

Zo is het de laatste achttien maanden al drie keer gegaan. Na de terugval van de beursindex vorige week met bijna 100 punten (10 procent) volgde gisteren en vanochtend een herstel met 60 punten.

De particuliere belegger is nu de marginale koper op de beurs geworden, constateert F. van Schaik, hoofd aandelenresearch van zakenbank ABN Amro Hoare Govett. Geen marginale koper in de traditionele betekenis van de belegger die er niet toe doet, maar als de laatste belegger die nog wat extra geld in de markt steekt.

Van Schaik: “Is dat het ABP, dat al 6 procent van de aandelen Nutricia heeft, of een particuliere belegger die 100 aandelen wil hebben?”

Alles wijst nu op de particuliere belegger, die vorig jaar zijn aandeel in de omzet van de effectenbeurs met 8 procentpunt vergrootte tot 36 procent en op de optiebeurs met 7 procentpunt naar 69 procent.

De kapitaalkrachtige kopers, zoals Nederlandse pensioen- en beleggingsfondsen, laten zich weinig zien. Het koopgedrag van buitenlandse professionals is grillig: opeens wel, maar dan weer tijden niet, afhankelijk van de waarderingen van aandelen, obligaties, vastgoed op de verschillende financiële markten.

In tegenstelling tot de professionele vermogensbeheerders, die hun strategie mede baseren op de rente op langlopende staatsobligaties, kijkt de particulier in feite naar de (lagere) rente op spaargeld, zijn belangrijkste alternatief voor aandelen, meent Van Schaik. Doordat de spaargeldrente nog steeds relatief laag is verwacht hij dat de geldstroom naar aandelen nog wel even kan aanhouden.

Uit een vergelijking tussen de spaarrente en het dividend dat een aandeelhouder ontvangt op zijn belegging vanaf 1980 komen drie grote koopmomenten naar voren: begin 1983, toen de beurshausse echt van start ging, begin 1988, na de zware beurskrach van oktober 1987, en medio vorig jaar. Sinds juli vorig jaar is de Nederlandse beursindex vrijwel verdubbeld.

In zijn timing na correcties lijkt de particuliere belegger zich meer te gedragen als een ervaren belegger, die de trucs van de markt kent en de valkuilen omzeilt. “Wat je nu ziet zijn de opgeluchte particulieren die weer kopen en professionele beleggers die meedoen, doordat zij voor de tweede keer in successie dit jaar zien dat zij anders vergeten om te kopen tijdens een inzinking.”

De informatieachterstand die de particuliere belegger had ten opzichte van de professionals is (dankzij Teletekst en nieuwe informatie per telefoonlijn) kleiner dan ooit. Zijn kosten om te handelen zijn dankzij de opbloei der beursorderlijnen dramatisch gedaald.

In één opzicht lijken de kleine man en vrouw al een voorsprong te nemen. De particuliere belegger heeft nieuwe favorieten gevonden. Niet meer de Hollandse gloriefondsen als Daf of Fokker, maar de grote, bekende namen: ABN Amro, Ahold, Philips, ING. Dit zijn fondsen die tevens zwaar wegen in de beursindex.

“De particulieren richten zich op de grote fondsen, waar ook opties op zijn”, zegt een handelaar. “Liquiditeit is heel belangrijk.”

Zo wordt de particuliere belegger met zijn liefde voor liquiditeit ook een beetje een handelaar, net als de professionals. En hij zit in hun vaarwater doordat hij met zijn aankopen van de grote fondsen de beursindex omhoog drijft.

Menig professioneel vermogensbeheerder ziet dat met lede ogen aan. Wat is zijn onderscheidend vermogen, een goed gespreide beleggingsportefuille met een beperkt aantal indexfondsen, nog waard als hij achterblijft bij de beursindex, maar de particulier niet?