Ida Gerhardt (1)

Geen van de gedichten van Ida Gerhardt is klassiek geworden, en zij heeft ook geen gevleugelde regels nagelaten, aldus Guus Middag in zijn lezenswaardig in memoriam (NRC Handelsblad, 16 augustus). Hij ziet 'Het carillon' over het hoofd, het bij een breed publiek bekende oorlogsgedicht dat begint met de regels 'Ik zag de mensen in de straten, / hun armoe en hun grauw gezicht.'

Gerhardts latere uitgever Johan Polak kreeg het vers in 1948 voorgelegd op zijn mondeling eindexamen HBS B. 'Die regels ontroerden mij dermate op die snikhete junidag van 1948, toen ik ze van het blad hardop moest lezen, dat droppels van transpiratie en tranen samenvloeiden, onopgemerkt gelukkig door gecommiteerde en leraar', aldus Polak in 1980 over 'het nu vermaarde Het Carillon' (naar Rita Bonte in Literatuur, 1997, nr. 4).