Historisch concert met Menahem Pressler

Concert: Menahem Pressler, Han de Vries, George Pieterson, Joep Terwey en Jacob Slagter. Blaaskwintetten van Danzi, Beethoven en Mozart. Gehoord: 17/8Concertgebouw Amsterdam.

Hij is klein van stuk, uiterst beweeglijk en musiceert als de eeuwenoude maestro al cembalo, de charismatische musicus die vanaf zijn toetsinstrument het ensemble leidt. De 73-jarige pianist Menahem Pressler, die zondag in het Concertgebouw een eenmalig concert gaf met hoboïst Han de Vries, klarinettist George Pieterson, fagottist Joep Terwey en hoornist Jacob Slagter, stuurt met kleine en grote gebaren zeer beslist de koers van zijn medemusici. Maar dominant is hij eigenlijk geen moment. Pressler is verbindende schakel en solide pijler tegelijk.

Met het zomerconcert dat De Vries, Pieterson, Terwey en Slagter samen met Pressler gaven is een wens in vervulling gegaan. Al eerder zetten de Nederlandse musici met meesterpianist Radu Lupu de blaaskwintetten van Beethoven en Mozart op cd, maar de gedachte deze werken (aangevuld met een kwintet van Franz Danzi) ook eens te spelen met Menahem Pressler liet hen niet meer los.

Pressler, die met zijn ouders uit Duitsland vluchtte voor de nazi's, was leerling van Egon Petri en maakte in Amerika furore, met name in de kamermuziek. Vanaf 1955 bewees hij als mede-oprichter en spilfiguur van het legendarische Beaux Arts Trio als weinig anderen de kunst te verstaan eenheid te brengen in die verraderlijke combinatie van viool, cello en piano. Dat hij instemde met de Nederlandse blazers op te treden, is opvallend. Pressler is over het algemeen niet geporteerd voor ad hoc-formaties; zijn decennia lange trouwe dienst aan het Beaux Arts Trio spreekt wat dat betreft boekdelen.

Tussen Pressler en de Nederlandse musici - allen (voormalig) soloblazer van het Koninklijk Concertgebouworkest - boterde het echter wonderwel. De klankbalans, de manier waarop het vijftal elkaar de motiefjes toespeelde, de wendbare en onversaagde wijze waarop overgangen werden genomen; het deed nauwelijks vermoeden dat het hier om een eenmalige gebeurtenis handelde.

Aanstekelijk was het te zien hoe de musici zelf met volle teugen leken te genieten. Bij ieder nieuw detail in de recapitulatie van het eerste deel van Mozarts kwintet kon je ze betrappen op een glimlach, alsof er telkens een hoefijzer werd gevonden. Het spel van Pressler, De Vries, Pieterson, Terwey en Slagter is zeldzaam intens, spontaan en in hoge mate communicatief. Na het bisseren van het slotdeel van Mozarts kwintet als toegift, bleef echter een vraag onbeantwoord. Waarom was de radio niet present om dit historische concert te documenteren?