Franse socialist Jack Lang: 'Verdrag van Amsterdam wanproduct'

PARIJS, 19 AUG. Jack Lang, voorzitter van de Franse Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, zal tegen het Verdrag van Amsterdam stemmen. De oud-minister van Cultuur en Onderwijs vindt het verdrag een defaitistisch wanproduct.

In een bevlogen ingezonden stuk, dat het dagblad Le Monde vandaag op de voorpagina afdrukt, pleit Lang voor een nieuw, federaal elan. Hij noemt het verdrag “een rudiment, een stompje, een doekje voor het bloeden, een document dat het einde van iedere Europese ambitie vastlegt”. Het opent de weg naar een steeds verdere verwatering van de Europese Unie, en “erger nog, naar het intellectueel, economisch en diplomatiek verval van ons continent”.

Volgens Lang, hoogleraar publiek recht in Parijs, heeft men in Amsterdam volstaan met “het dichten van de gaten in een schip zonder kapitein, zonder koers en zonder motor. Tegenover een sterk, creatief en op verovering gericht Amerika biedt Europa een navrant beeld van inertie. Men zoekt er tevergeefs de durf van Robert Schumann, de verbeeldingskracht van Jean Monnet, de helderziendheid van Mitterrand of de constructieve energie van Delors of Kohl.”

Lang wil een nieuw enthousiasme teweegbrengen. Daarvoor moet eerst de waarheid gezegd worden: geen uitbreiding van de Unie voordat het hele systeem opnieuw is opgezet. “Eerst en niet tegelijkertijd. Anders wordt de vriendschap van onze vrienden in het oosten gechanteerd om ons nog een keer op het laatste moment een minimale en middelmatige tekst op te leggen.” Volgens Lang zou dat de triomf betekenen van het “ultraliberale Europa van mevrouw Thatcher”.

Na grondig voorwerk achter de schermen (“door een gemeenschappelijk gekozen persoonlijkheid”) zou een soort grondwetgevende vergadering op Europese schaal tot stand moeten komen.

De verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie, de staten en de regio's zou duidelijk vastgelegd moeten worden. Lang denkt, zonder het voorstel uit te werken, aan een tweekamer-parlement voor Europa: één om de staten en één om de volkeren te vertegenwoordigen. Lang pleit met verve voor investeringen in (talen-)onderwijs, moderne technologie en uitwisseling van docenten en leerlingen. De oprichting van een Europese universiteit zou daar in passen.

Europese leiders zouden volgens Lang uit hun apathie moeten opstaan. “Als deze weg openstond zouden velen het Verdrag van Amsterdam graag ratificeren als een eerste, bescheiden bouwlaag van een overigens grotere en ambitieuzere constructie.”