'Duitsland moet joden Oost-Europa snel betalen'

Omdat ze achter het IJzeren Gordijn woonden, zijn overlevenden van de Holocaust uit Oost-Europa nooit door de Duitse regering schadeloosgesteld. Daar moet nu een einde aan komen.

BONN, 19 AUG. De Duitse regering dient de joodse slachtoffers van het nazi-regime in Oost-Europa met pensioenbetalingen schadeloos te stellen. Een eenmalige betaling schiet tekort.

Dat heeft Ignatz Bubis, de voorzitter van de Centrale Raad van joden in de Bondsrepubliek, gezegd. Bubis deed zijn oproep aan de vooravond van delicate besprekingen, die de regering-Kohl vandaag en morgen in Bonn voert met vertegenwoordigers van de Joodse Claim Organisatie (Jewish Claims Conference). Dat is een internationale organisatie van joden die zich inzetten voor schadevergoeding aan nazi-slachtoffers.

De Bondsrepubliek heeft na de Tweede Wereldoorlog in totaal honderd miljard mark uitgekeerd als 'vergoeding' voor het leed dat de joden door het Hitler-regime is aangedaan. Maar de overlevenden van de Holocaust in Oost-Europa kregen niets, omdat ze aan de andere kant van het vroegere IJzeren Gordijn woonden.

Het is “onverdraaglijk dat voormalige SS-ers, die tot de daders moeten worden gerekend, een pensioen krijgen van de Duitse staat, terwijl slachtoffers van schadevergoeding zijn uitgesloten enkel vanwege hun woonplaats”, meent Karl Brozik, voorzitter van de Claim Organisatie in Duitsland.

In totaal gaat het om 20.000 tot 30.000 joden in Oost-Europa die nog geen enkele vorm van schadevergoeding hebben gekregen.

De Duitse regering wordt flink onder druk gezet door de Verenigde Staten. Nadat Helmut Kohl tijdens zijn laatste reis naar Amerika door president Clinton op dit thema was aangesproken, heeft de bondskanselier de kwestie tot Chefsache gemaakt. Afgelopen weekeinde werd in de belangrijkste kranten in de Verenigde Staten een paginagrote advertentie gepubliceerd van 82 Amerikaanse senatoren, die de claim van de Oost-Europese joden kracht willen bijzetten. “Wij drukken onze diepe bezorgdheid uit over de aanhoudende weigering van de Duitse regering, het pensioen te betalen aan duizenden oudere overlevenden van de Holocaust, die in Oost-Europa en in de voormalige Sovjet-Unie wonen”, luidde de tekst.

De senatoren stuurden tegelijkertijd een brief naar de bondskanselarij van Helmut Kohl met dezelfde tekst. De slachtoffers van de Holocaust dienen “even royaal” te worden betaald als de “veteranen van de vroegere SS en andere militaire organisaties”, menen de Amerikaanse parlementariërs.

De Duitse regering zit lelijk met de kwestie in haar maag omdat er voor voormalige SS'ers geen automatische aanspraak op pensioen bestaat. Alleen als een vroegere SS'er te lijden heeft van “zwaarwegende en aanhoudende schade aan de gezondheid”, heeft hij recht op een pensioen voor zogeheten 'oorlogsslachtoffers'.

Deze wettelijke regeling dateert uit de jaren direct na de oorlog toen alle partijen het er in de Bondsrepubliek over eens waren dat er een sterk onderscheid diende te worden gemaakt tussen strafdaden en ondersteunende wettelijke sociale regelingen. Maar dergelijke nuanceringen worden vooral in de Verenigde Staten, waar een sterke joodse lobby bestaat, als uitvluchten beschouwd. De regering-Kohl zou op dit punt zoeken naar aanpassing van de wettelijke voorzieningen. Nu het kabinet bereid is te onderhandelen is men kennelijk tot vergoeding bereid.

De woorden van de eerste bondskanselier, Konrad Adenauer, over de houding tegenover de joden zijn volgens een regeringswoordvoerder steeds uitgangspunt voor de politiek geweest: de internationale gemeenschap zal Duitsland beoordelen op grond van de verhouding tot de joodse overlevenden van de Holocaust.

Naast de honderd miljard die Duitsland heeft betaald aan joodse slachtoffers, ging er 1,3 miljard mark naar Polen als tegemoetkoming voor pensioenen en ziekteuitkeringen aan joodse oorlogsslachtoffers. Met tal van stichtingen in Polen, Rusland, de Oekraïne en Wit-Rusland zijn individuele schaderegelingen getroffen. In het Duits-Tsjechische Toekomstfonds, waartoe recent is besloten, wordt 140 miljoen mark gestoken. Tussen 1998 en 2000 zal Duitsland 80 miljoen mark uittrekken als schadevergoeding aan joodse oorlogsslachtoffers in Albanië, Bulgarije, Hongarije, Roemenië, Slowakije en voormalig Joegoslavië.