Britse vorstin stuit in India op onverwerkt verleden

De Indiase premier heeft de Britse koningin gevraagd bij haar bezoek aan India Amritsar te mijden. Dat bezoek is niet onomstreden.

NEW DELHI, 19 AUG. In India is opschudding ontstaan over het komende bezoek van de Britse koningin Elizabeth ter ere van de vijftigste verjaardag van de Indiase onafhankelijkheid. De Indiërs en de Britten, wier betrekkingen sinds 1947 hartelijk zijn geweest, lijken zich te verslikken in een brokje onverteerde koloniale erfenis.

De opwinding concentreert zich rond een plan de vorstin in oktober een bezoek te laten brengen aan Jallianwala Bagh in de noordwestelijke stad Amritsar. Elke Indiër kent Jallianwala Bagh als de plek waar in april 1919 honderden vreedzame betogers werden doodgeschoten door de schietgrage Britse generaal R.E. Dyer.

De Indiase premier, Inder Kumar Gujral, riep de vorstin dit weekeinde in een vraaggesprek op af te zien van de tocht naar Amritsar. “Het bezoek is bedoeld om goodwill te kweken”, aldus Gujral, “en wij zouden niet graag iets historisch willen toevoegen dat bitterheid zou kunnen veroorzaken.” De uitlatingen leidden tot zeer verdeelde reacties in India zelf. De Britse regering vroeg Gujral gisteren “dringend om opheldering”. Zegslieden in Londen verklaarden ervan uit te gaan dat Amritsar nog steeds op het programma staat.

Waarom Gujral, een ervaren diplomaat, geen discretere weg gekozen heeft om zijn verzoek aan de Britten kenbaar te maken, is niet duidelijk. Deed hij het om een groeiend koor van critici de wind uit de zeilen te nemen? Veel nationalistische Indiërs zijn van mening dat de koningin alleen Jallianwala Bagh mag aandoen als ze met een openlijke excuus voor het bloedbad van 1919 komt.

Jallianwala Bagh, nu een herdenkingspark, is een symbool van de Indiase vrijheidsstrijd. Prominenten als Mahatma Gandhi en de schrijver Rabindranath Tagore putten er inspiratie uit voor hun campagne voor onafhankelijkheid.

Pagina 4: Eis Britse excuses is in India niet onomstreden

Veel koloniaal gezinde Britten daarentegen beschouwden Dyer als een held. Hoewel hij na het bloedbad ontslag moest nemen, verzamelden zijn bewonderaars de lieve som van 26.000 pond om deze bittere pil te verzachten. De Indiërs hadden echter het laatste woord. In 1940 werd Dyer in Engeland doodgeschoten door een wraaklustig familielid van een van de slachtoffers.

Een van de vertegenwoordigers van het kritische kamp, het dagblad The Indian Express, merkte twee weken geleden in een commentaar op: “In deze tijd van politieke correctheid is 'verontschuldiging' een goed woord en de kwaliteit van de Indiase eis hiertoe is indrukwekkend.” Het blad drong er verder op aan dat de koningin het hier niet bij zou laten, maar ter gelegenheid van India's gouden jubileum ook de vermaarde Kohinoor-diamant zou teruggeven. Deze uit India afkomstige diamant belandde ten tijde van koningin Victoria onder de Britse kroonjuwelen.

De uitlatingen van Gujral schoten velen in India echter in het verkeerde keelgat. Vertegenwoordigers van de sikhs, die zich al hadden verheugd op een bezoek van Elizabeth aan hun befaamde Gouden Tempel in Amritsar, toonden zich zeer geïrriteerd. Ze veroordeelden de eis van sommige Indiërs dat de koningin uitdrukkelijk haar excuses zou moeten aanbieden. Volgens hen was de bereidheid van de koningin om zo'n gevoelige plaats als Jallianwala Bagh te bezoeken op zichzelf al een impliciete schuldbekentenis.

“De eis voor een verontschuldiging is al te absurd om serieus overweging te verdienen”, oordeelde het dagblad The Pioneer vanmorgen. “De huidige generatie Britten heeft een oprechte poging gedaan de onfrisse erfenis van het kolonialisme uit te bannen. Verdrietig genoeg dreigt de Amritsar-controverse deze opmerkelijke poging nu te overschaduwen.”

Zowel Indiërs als Britten hebben er dikwijls hun verbazing over geuit dat er de afgelopen vijftig jaar, anders dan elders, nauwelijks bitterheid heeft bestaan tussen beide staten. India voegde zich vanaf het begin bij het Gemenebest en ook op economisch terrein zijn de betrekkingen steeds innig geweest. De Britten horen tot de grootste buitenlandse investeerders in India.

Het wemelt ook in India nog van de Engelse straatnamen en andere plaatsaanduidingen. Een van de belangrijkste musea in het land heet bij voorbeeld nog altijd naar de Britse troonopvolger het Prince of Wales Museum, Indiërs die het zich kunnen veroorloven sturen hun kinderen graag naar een Britse universiteit en de zeer rijken houden er gaarne een appartement in Londen op na.