Advies aan minister Borst: Meldpunt voor adequate hulp aan verwarden

DEN HAAG, 19 AUG. Er moet een meldpunt komen voor patiënten met psychische stoornissen die ernstige overlast veroorzaken en niet kunnen worden geholpen. De Inspectie voor de gezondheidszorg moet bij een melding nagaan waarom hulp ontbreekt en moet adequate zorg en opvang regelen.

Dit schrijft de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg in het advies 'Beter (z)onder dwang?', dat vandaag wordt gepubliceerd. De Raad beantwoordt in dit advies vragen van minister Borst (Volksgezondheid) over het gebruik van dwang en drang in de gezondheidszorg.

Sinds de komst van de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) in 1994 mag niemand meer tegen zijn wil worden opgenomen of behandeld, tenzij hij een gevaar is voor zichzelf of zijn omgeving. Volgens de Raad dient de BOPZ vooralsnog niet zodanig te worden gewijzigd dat meer dwang kan worden toegepast. Wel zou de BOPZ kunnen worden uitgebreid met ambulante dwangbehandeling thuis, als alternatief voor dwangopname. Nu is dit alleen mogelijk als vervolg op dwangopname. Het innemen van medicijnen kan bijvoorbeeld een voorwaarde van verlof of ontslag uit een ziekenhuis zijn.

Volgens projectleider H. Dokter van de Raad moet het meldpunt “uiteindelijk voorkomen dat patiënten op een afgelegen plek worden gedumpt”. Zo stierf onlangs een verwarde man in Dordrecht aan zuurstofgebrek nadat hij door twee agenten was afgezet in een recreatiegebied, waar hij te water raakte.

J. van de Pol, bestuurslid van de Nederlandse Politiebond, zegt “ieder initiatief toe te juichen” dat voorkomt dat agenten verantwoordelijk worden voor de opvang van personen met een psychische stoornis. “Maar de grote vraag blijft: is dit meldpunt 24 uur per dag bemand? En zijn de daarop aangesloten instanties dat ook? Want wij mogen van de wet niet iedereen vastzetten.”

Of sprake moet zijn van een 24-uurs meldpunt “weet de Raad nog niet”, aldus projectleider H. Dokter. Zij stelt dat het meldpunt in de eerste plaats is bedoeld om zicht te krijgen op het aantal mensen dat “tussen wal en schip valt”, en niet op het bieden van hulp: “We willen eerst onderzoeken of het bijvoorbeeld waar is dat ziekenhuizen zwarte lijsten hebben van lastige gevallen die zij niet meer opnemen en hoe de situatie van deze mensen is te verbeteren.”

Voorts adviseert de Raad minister Borst een discussie op gang te brengen over de vraag hoe kan worden bepaald of iemand wilsbekwaam of wilsonbekwaam is. Volgens de Raad zou eventueel tot gedwongen opname besloten kunnen worden nadat een in te stellen commissie van deskundigen oordeelt of een patiënt wilsonbekwaam is. De minister kon vanmorgen nog niet reageren.

Volgens de Raad zouden ook de zogenoemde vangnetprojecten, die in grote steden al bestaan, kunnen worden uitgebreid. De GGD coördineert hierbij onder meer medicijnverstrekking en zorg voor onderdak. Van de ongeveer 250.000 mensen in Nederland die aan een ernstige psychiatrische stoornis lijden zijn er nu circa 5.000 die geen goede hulpverlening krijgen en gaan zwerven.