Zapman

“Wacht effe, je krijgt nog een boekie. Het boekie, je vergeet het boekie.”

Bij de uitreiking van de Johan Cruijff Schaal is Johan in eigen persoon aanwezig om de spelers de hand te schudden. Hij staat achter een tafeltje waarop blauwe boekjes liggen. Het is de bedoeling dat hij iedere speler een boekje toestopt. Soms vergeet Johan de boekjes en dan roept hij dat ze de boekjes vergeten.

Later zie ik zo'n boekje op het voetbalveld liggen naast een teleurgestelde speler van Roda JC. Een bos bloemen ligt erbij en een doosje waarin de verliezers-medaille zit. Op de achtergrond rennen de spelers van PSV hun ererondje, allemaal hebben ze het blauwe boekje in de hand, ze zwaaien ermee, zoals de Chinezen niet lang geleden met het rode boekje zwaaiden. Wat zal er in de blauwe boekjes staan? En wat zal er van ze terechtkomen? Ik heb een flauw vermoeden wat de boekjes te wachten staat als de spelers uit het zicht van de camera langs de grote prullenbakken lopen in de kleedkamers. Voetballers houden niet van boeken. Ik merk het aan mijn neef Koen, hij leest alleen als hij op school leesles heeft. Zaterdag nog heb ik een lans gebroken voor het lezen.

“Wat denk je dat er van mij terecht was gekomen als ik niet alle delen van Pietje Bell gelezen had? En toen ik ze uit had, nóg een keer. Tot ik ze kon dromen. Zonder Pietje Bell was ik een slapjanus geworden geworden, een braverik, een Jozef Geelman. Lezen is mijn redding geweest. Prachtige boeken thuis, of niet soms. Al mijn Pietje Bells heb je. Al mijn Arendsogen.”

Pietje Bell is te veel vroeger en Arendsoog is te dik. Voetballen is trouwens veel belangrijker.

“Want als jij moest kiezen tussen voetballen en lezen, wat werd het dan?”

Hij kijkt er triomfantelijk bij, ervan overtuigd dat ik bakzeil ga halen.

“Lezen”, zeg ik.

Dat kan hij niet geloven. Vrijdag waren we nog naar Ajax-Gremio geweest. Met schorre kelen kwamen we thuis.

“En toch is het zo. Zonder boeken zou ik niet weten hoe het verder moest. Kijk eens om je heen, hier in huis. Wat zie je: voetbal of boeken?”

Dan dringt de vreselijke waarheid tot hem door.