Terug naar een verre geliefde

Op een vooral door studenten druk bezocht Utrechts terras roept iemand mijn naam. Ik kijk op van mijn krant en zie Stef, een gemoedelijke, achttienjarige jongen die vrijwel het hele studiejaar les van mij heeft gehad. Hij is op zoek naar een plaatsje in de zon om - zoals het een aankomend journalist betaamt - zijn krantje te lezen. Met de opmerking “jij lust er vast wel één van mij” pikt hij met een glimlach de stoel naast me in.

Uit de borstzak van zijn overhemd pakt hij vervolgens een filtersigaret en steekt die op. Ik grijp naar m'n pakje shag. “Je bent zeker wel blij om even van ons af te zijn, hè”, begint hij een gesprek. Ik kan een lach niet onderdrukken en vertel hem dat dat klopt. “Maar zo erg is het ook weer niet, hoor. Anders zat ik niet op dit terras.”

We praten wat over het afgelopen studiejaar. Over de vakken die hij leuk vond om te volgen en de vakken die ik graag gaf. Hij vraagt me wat ik zo leuk vind aan les geven. “Jullie studenten”, zeg ik.

We zijn aan ons tweede rondje bier en wijn bezig als het onderwerp van gesprek 'de vakantie' wordt. Ik ben snel uitgepraat, omdat ik eerder in het jaar al ben weggeweest en nu een groot deel van de schoolvakantie doorwerk. “Maar jij, Stef, ga jij nog weg?”

Zijn ogen beginnen te stralen en er verschijnt een gelukzalige glimlach op zijn gezicht, die mij en de rest van het terras voor even uit zijn gezichtsveld doen verdwijnen. Hij is verliefd, weet ik meteen. Dan vertelt hij dat hij komende week naar Frankrijk gaat, naar een meisje dat hij al weer twee jaar geleden heeft ontmoet. “We hebben toen best veel gezoend”, klinkt het wat verlegen maar vooral innemend openhartig.

Na die vakantie, vervolgt hij, schreven ze brieven. In één van die brieven vroeg ze hem of hij in de kerstvakantie een weekje bij haar en haar ouders wilde komen logeren. Nou, dat wilde Stef wel! Naar zijn halfvolle bierglas kijkend vertelt hij dat hij vlak voor zijn vertrek nog een pakje condooms had gekocht. “Ik dacht dat ik eindelijk eens ontmaagd zou worden.”

Het liep anders. Bij aankomst in Frankrijk zei Stefs grote liefde dat ze verliefd was geworden op een Franse jongen. “Toch ben ik nog de hele week gebleven. We hebben ook wel plezier gehad, maar zelfs van zoenen is het niet meer gekomen. Het was eigenlijk een rare week.”

Terug in Nederland probeerde hij haar bijna anderhalf jaar lang te vergeten. Makkelijk was dat niet, omdat hij “toch wel gek op haar” was.

En zij uiteindelijk toch ook op hem. Want een maand of wat voor deze zomervakantie vond Stef bij de post een envelop met een vertrouwd handschrift. “Met die Franse jongen was het uit, schreef ze. En ze kon mij nog altijd niet vergeten. Ze vroeg of ik, als ik nog steeds verliefd op haar was, haar deze zomer wilde komen opzoeken.”

“En dat ga je dus doen”, vraag ik. “Ik denk nog veel aan haar, dus waarom niet”, zegt hij. “Daarnaast”, zeg ik, “heb je natuurlijk ook nog altijd dat pakje condooms.” De laatste slok bier die hij net heeft genomen, verlaat proestend weer zijn mond. Uitgelachen veegt hij met z'n vrije hand de lippen droog, vervolgens steekt hij met een brede grijns een sigaretje op. Mijn blik ontwijkend inhaleert hij diep. Ik vraag hem of hij nog een biertje lust. De rook uitblazend kijkt de verliefde student me aan. En zegt: “Jij lust toch zeker ook nog wel een wijntje?”