Strauss gevoelig en zuiver onder Chailly

Concert: Koninklijk Concertgebouworkeest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Godfried Hoogeveen (cello) en Ken Hakii (altviool). Programma: R. Strauss: voorspel Guntram, Tod und Verklärung, Don Quixote. Gehoord: 16/8 Concertgebouworkest.

Ter voorbereiding op een tournee naar Duitsland, Zwitserland, Spanje en Londen (twee Promsconcerten) speelde het Koninklijk Concertgebouworkest zaterdag in Amsterdam een Richard Strauss-programma. De opbouw was fraai: het voorspel van de nauwelijks bekende opera Guntram (1892), het symfonisch gedicht Tod und Verklärung (1889) en de 'phantastische Variationen' Don Quixote (1897). Al die stukken, binnen één decade ontstaan, delen Strauss' voorliefde voor hoge, zilverige geluiden, die staan voor een bovenaardse en onaantastbare eeuwige schoonheid. Elders, zoals in liederen en Der Rosenkavalier, worden ze vaak door sopranen gerealiseerd, hier door de violen en de solo-viool van concertmeester Rudolf Koelman. De Guntram-muziek verbond deze Strauss-obsessie met Wagner. Dit voorspel citeert de ijle glans van Lohengrin, terwijl verderop wordt verwezen naar Tannhäuser. Prachtig in de uitvoeringen onder leiding van Riccardo Chailly was de gevoelige zuiverheid van die hoge noten: strak, maar niet van staal; stralend, maar niet blikkerend; vervoerend maar niet sentimenteel.

Tod und Verklärung werd donderdag ook al uitgevoerd, voorafgaande aan Mahlers Vijfde symfonie. Als ik opnamen van beide uitvoeringen op de cd zou moeten zetten, nam ik het begin van donderdag en het vervolg van zaterdag. Chailly begon het verhaal over de dood van een man, wiens leven in flarden aan hem voorbijtrekt, met korte losse veegjes - de onregelmatige hartekloppen - alsof hij aarzelend met verfkwast begon aan een schilderij, nog niet precies wetend hoe het zou worden. Zaterdag klonk dat begin coherenter en minder bijzonder, terwijl die hechtheid verderop resulteerde in een veel heftiger uitvoering van de hallucinaties dan donderdag, met meer contrasten tussen de steigerende climaxen en de stille weemoed van de orgelende finale.

Don Quixote, in juni nog met dezelfde solisten (cellist Godfried Hoogeveen en altist Ken Hakii) gespeeld onder leiding van Wolfgang Sawallisch, kreeg nu een geheel andere uitvoering: lichter en helderder, onderhoudend verteld, maar eerder een evocerende en etherische herinnering aan de groteske avonturen van de quasi-ridder, dan een vettige schildering van bulderlach-opwekkende anekdotes. De overdaad aan orkestkleuren was fabuleus en de twee solisten glorieerden: Hoogeveen met zijn rijke, chique sonoriteit en Hakii met zijn zorgvuldige zwier.