Schrijfster Karlijn Stoffels wint met eerste kinderboek de Gouden Zoen; Detectives en Sartre als voorbeeld

Vorige week werd Mosje en Reizele van Karlijn Stoffels bekroond met Nederlands eerste 'Gouden Zoen', de nieuwe jaarlijkse prijs van de stichting CPNB voor het beste boek voor twaalf- tot vijftienjarigen. Stoffels is een geëngageerd schrijfster, die haar hoofdpersoon een cynische blik meegaf.

Karlijn Stoffels; Mosje en Reizele. Uitgeverij Querido. 158 blz, vanaf 12 jaar, ƒ 29,90

Mosje Schuster, de dertienjarige hoofdpersoon van Mosje en Reizele van Karlijn Stoffels, heeft een scherp oog voor de bizarre combinatie van gruwelijkheid en speelsheid. In Polen vlak voor de Tweede Wereldoorlog blijft hij op de been door het maken van wrange grappen: 'In Duitsland hebben de kinderen een nieuw soort ganzenbord. Het heet Joodse Hoedjes. Je moet zoveel mogelijk keppeltjes verzamelen. Die moet je jatten in de jodenwijk. Wie er het meeste heeft, is de winnaar. De Duitse kindertjes vervelen zich zeker ook in de zomer.'

Voorafgaand aan dit prozadebuut schreef Karlijn Stoffels, die Frans en Nederlands studeerde, hoorspelen en toneelstukken voor volwassenen, onder andere over Simone de Beauvoir en over Sartre, die indruk op haar maakte: “Hij schreef over de oorlog, maar dan over dagelijkse, op het oog gewone gebeurtenisjes.” Ze nam er een voorbeeld aan voor haar boek.

Stoffels leest graag detectives, waarvan ze eveneens belangrijke dingen leerde, bijvoorbeeld over spanningsopbouw. “Maar ook dat als er iets verschrikkelijks gebeurt, je de held dat niet allemaal kunt laten voelen. Dat wordt larmoyant gedoe.”

Ze had nooit voor jongeren geschreven. Wel koos ze al eerder, in haar hoorspelen, hoofdpersonen op de grens tussen jeugd en volwassenheid. Rond de dertien jaar noemt ze 'haar favoriete leeftijd': “Jongeren hebben van zichzelf meer begrip dan veel volwassenen.” Ze is een geëngageerd schrijfster te noemen. Na Mosje en Reizele werkte zij aan Stiefland, dat binnenkort verschijnt. De hoofdpersoon is dit keer een illegale jongen uit Ghana. “Een beetje hetzelfde verhaal, maar dan nu,” zoals Stoffels zegt. “Een boek over de 'verschillende Nederlanden', of hoe een politieagent voor de één een beschermer is, voor de ander een gevaar.”

In oorlogstijd zijn er twee manieren van overleven, denkt ze. Mosje is tegendraads, zijn vriendin Reizele volgzaam. “Je indekken, afschermen, groothouden, dat is Mosjes manier. Als haas kun je onmogelijk voor de vos vluchten en denken o,o wat ben ik bang. Je kan daar niet bij stilstaan, je denkt hoogstens aan waar je je volgende pootje neerzet. Reizele kan zich niet overgeven aan de angst omdat ze jongere kinderen uit het weeshuis waar zij en Mosje wonen, beschermt. Haar kleintjes moeten eten, moeten slapen.” Beide kinderen zijn op hun eigen manier dapper. “Mensen die in afschuwelijke omstandigheden leven, ontwikkelen hoe dan ook een stoer en sterk ik,” zegt Stoffels.

Mosje en Reizele is allesbehalve sentimenteel. De oorlog is niet, zoals in veel jeugdboeken, het enige thema van het boek. Het gewone leven in het weeshuis gaat door. De kinderen worden verliefd, maken ruzie, knikkeren en tollen en vieren de joodse feesten. 'De profeet Elia is ook dit jaar niet verschenen. Hij kijkt wel uit,' mompelt Mosje grimmig op Seideravond. Hij ergert zich aan de religieuze ijver van sommige medebewoners, vindt zionisten malle dromers, Jiddisj niet om aan te horen.

'Zo is het allemaal begonnen, idioot!', bijt hij Reizele toe. 'Eeuwen en eeuwen wonen ze hier al en geen woord Pools komt uit hun stomme bek! Geen Pools boek hebben ze gelezen, geen Poolse worst gegeten, geen Poolse kleren gedragen. Geen wonder dat ze hier denken: rot maar op!' Door zijn bokkige gedrag maakt Mosje snel kennis met de 'kinderrechtbank', een van de praktische uitwerkingen van de pedagogie van dokter Korczak.

Dokter Korczak heeft bestaan, net als zijn collega's mevrouw Stefa en de Pool Zaliewski. De schrijver en radiospreker Korczak, alias Henryk Goldszmit, vond dat kinderopvoeding gericht moest zijn op zelfstandigheid en moreel besef. In 1912 werd hij directeur van het weeshuis voor joodse kinderen in Warschau. Hij paste allereerst de inrichting aan de bewoners aan.

Stoffels is de weeshuistrap met de twee leuningen, één gewone, één op kinderhoogte, zelf opgelopen. In de badkamer stelde ze zich voor hoe er eens tientallen badkuipen op een rij stonden. Op foto's zag ze de speciale weeshuisbedden. Een uitsparing in het midden van de bedrand bood 's nachts, indien nodig, plaats aan een troostende volwassene. Stoffels overnachtte zelfs in het weeshuis, dat nog steeds in gebruik is.

“Bijna alles klopt,” vertelt ze. “Ja, natuurlijk niet als Korczak binnenkomt en zegt: 'Goedemorgen, wil je een boterham'? Maar wel de anekdotes, sommige uitspraken en uiterlijkheden. Op een foto zag ik dat mevrouw Stefa een bobbeltje op haar kin had. Mosje vindt dat ze onder de wratten zit, want zo gaat dat als een kind bang is, of boos. Die ziet de kleinste pukkel als iets ontzettends.”

Dokter Korczak liet de kinderen elkaars gedrag beoordelen. Zelf kreeg hij ook eens een berisping. Stoffels: “Hij was voor die tijd heel vooruitstrevend, net zoals bijvoorbeeld die Duitse kinderboekenschrijver, Erich Kästner. Nu kan het een beetje oubollig lijken, toen was het volkomen nieuw: kinderen die voor zichzelf beslissen.”

Karlijn Stoffels wist nauwelijks iets van hem af, tot ze een tekst voor een programmaboekje bij een muziekstuk over hem voor kinderen schreef, onder de titel Wij hadden vogels kunnen zijn. Het was ook voor het eerst dat ze zich in de verschrikkingen van de oorlog verdiepte. “Vroeger kregen we op de lagere school boekjes met van die akelige foto's. Ik wilde het niet weten, schoof het terzijde. Daar voelde ik me schuldig over.” Tijdens haar onderzoek en het schrijven van haar boek heeft ze alsnog 'maandenlang met de verschrikkingen geleefd.' “Ik kan me niet herinneren in die tijd ook maar een keer gelachen te hebben,” zegt ze, opnieuw geëmotioneerd.

Stoffels vond alles wat ze over Korczak las 'zo heldenvereerderig.' Dankzij Mosjes kijk op het leven kon zij van dokter Korczak in plaats van een held, een mens van vlees en bloed maken: “Geen in- en ingoede man, die voortdurend zieke dametjes en arme wezen helpt.” Het respect dat Stoffels en haar personage tegelijkertijd wel degelijk voor hem hebben, blijkt uit Mosjes bijna droge beschrijving van zijn einde: 'Ze waren in een ordelijke optocht naar het goederenstation gelopen. Dokter Korczak voorop met een kind aan elke hand. (-) We gaan een uitstapje naar buiten maken, had hij gezegd. Zijn eerste leugen? In ieder geval zijn laatste (-). Hij heeft het de nazi's makkelijk gemaakt, honderden kinderen zonder paniek naar de dood te vervoeren. Hij heeft het de kinderen makkelijker gemaakt.'