Schaatser Veldkamp wint koers

Bart Veldkamp, olympisch schaatskampioen in 1992, heeft zaterdag een wielerkoers gewonnen. De 29-jarige Hagenaar was de snelste sprinter in de Grote Prijs Café Reedijk. De wedstrijd over 120 kilometer werd gereden door de elite zonder contract. Veldkamp, die als schaatser de laatste jaren voor België uitkomt, bleef in de laatste vijf kilometer met een Belgische medevluchter over. Aan de finishstreep bleef hij zijn tegenstander voor. Veldkamp ontving een plastic trofee en een bedrag van 170 gulden.

Hoeveel waarde heeft deze overwinning voor je?

Veldkamp: “Ik beschouw het wielrennen als een training voor het schaatsen, meer niet. Toch vind het wel geinig om juist in België te winnen. Daar zijn zulke koersen nog halve klassiekers, met tien rondjes van twaalf kilometer. In Nederland rijden we rondjes van anderhalve kilometer, dan ben je alleen maar rond de kerk aan het draaien. In België is het ook veel relaxter. Je komt een een uur voor vertrek aangereden, in een cafè kun je het inschrijfformulier invullen en een minuut voor de start sta je nog met elkaar te kletsen.”

Niet bekend

“Op de fiets kan ik inderdaad goed aankomen. Schaatsen is meer een explosieve sport. Daar heb je een groot verschil is tussen stayers en sprinters. Wielrennen is vooral een mentale kwestie. Daarom word ik elk jaar sterker. We reden zaterdag met een gemiddelde van 44 kilometer per uur. Dat haalde ik niet op mijn twintigste. Ik had altijd problemen met concentratie. Vroeger dacht ik na anderhalf uur fietsen: 'jezus, ik moet nog vier uur fietsen'. Daar heb ik de laatste jaren geen last meer van.”

Als junior stond je bekend als een talentvolle renner. Wanneer besloot je te gaan schaatsen?

“Voor mijn achttiende wilde ik nog naar Frankrijk om daar wieleramateur te worden. In dezelfde periode werd ik geselecteerd voor de schaatskernploeg. Ik was net aan het groeien en had als schaatser tien keer zoveel talent. Ik heb beide sporten nog een tijdje kunnen combineren. In 1992 haalde ik bijna de Spelen. Door een griepje kon ik me net niet plaatsen.”