Sars-la-Buissière heet ook wel 'Dutroux-dorp'

In het Belgische dorpje Sars-la-Buissière is dit weekeinde herdacht dat een jaar geleden de lichamen van Julie en Mélissa, twee slachtoffers van kinderontvoerder Marc Dutroux, werden gevonden. “We zijn een nieuw soort bedevaartgangers.”

SARS-LA-BUISSIERE, 18 AUG. “Collecteert u voor de kinderen? Dan zal ik u wat geld geven.” Een oud dametje spreekt me aan voor de kerk van Sars-la-Buissière, een Belgisch gehucht onder de rook van Charleroi. “Dit had nooit mogen gebeuren”, snikt de vrouw die even tevoren in de kerk een bosje witte anjers heeft neergelegd en een kaars aangestoken. “Ik heb zelf vier kinderen verloren. Maar dat was anders.”

In Sars-la-Buissière werd gisteren herdacht dat daar precies een jaar geleden de lichamen van de doodgehongerde meisjes Julie en Mélissa werden opgegraven in de tuin van kinderontvoerder Marc Dutroux. Een jaar later lopen de emoties over deze gruwelvondst nog steeds hoog op, maar de actiebereidheid om politici en justitie ter verantwoording te roepen lijkt af te nemen. Slechts enkele honderden mensen liepen gistermiddag mee in een herdenkingsoptocht van het nabijgelegen Merbes-le-Château naar Sars-la-Buissière.

“Ik wil de herinnering aan de kleintjes levend houden en ik vind dat justitie niet verandert”, zegt een metaalarbeider uit Charleroi, die met zijn buurman en zoon vooraan in de stoet loopt. “Mensen vergeten snel.” Hij kwam al eens eerder naar “Sars”. Is hij eigenlijk een nieuw soort bedevaartganger? “Zo kun je het noemen. We komen zeker niet uit sensatiezucht, maar uit respect.” In het rouwregister van de kerk, waar een altaar ter ere van de meisjes is opgericht, staan uitspraken als “Julie en Mélissa, jullie zijn heiligen.”

In de mars worden borden meegedragen van verschillende witte comités die sinds eind vorig jaar werden opgericht op verzoek van de ouders, zoals Sneeuwwitje uit Brussel en Witte Mars uit Viroinval. Een man draagt een wit T-shirt met daarop de Belgische vlag. Anderen dragen witte paraplu's of bezems. “Om de justitiepaleizen schoon te vegen”, verduidelijkt een vrouw.

“We eisen dat de maatschappij het individu weer centraal stelt”, roept een organisator tijdens een korte toespraak aan het eind van de wandeling. “Door onze aanwezigheid hier tonen we aan dat we vastbesloten blijven dat ingrijpende veranderingen nodig zijn.” De ouders van de in juni 1995 verdwenen Julie en Mélissa zijn bij de mars vertegenwoordigd door een grootvader die de stoet oproept zijn kleindochter niet te vergeten. De moeders van de achtjarige meisjes, die zich grotendeels uit de openbaarheid hebben teruggetrokken, waren gisterochtend wel aanwezig bij een herdenkingsmis.

Voor veel ramen in het anders stille Sars-la-Buissière hangen foto's van Julie en Mélissa. Een oude man ziet de stoet voor zijn huis voorbijtrekken. Van alles heeft hij dit jaar zien langskomen: Belgen, maar ook Nederlanders en Fransen. “Soms kwamen ze in touringcars. En maar foto's maken.”

Op verzoek van de burgemeester die chaos vreesde, gaat de optocht niet naar het huis van Dutroux. Maar dat maakt niet uit, vinden het organisatoren. Ze wilden er toch geen processie van maken naar een huis waar kinderen waren begraven. Voor de deur van de ruïneuze woning liggen bloemen en foto's. Ramen zijn ingegooid. Onbekenden hebben er eind april vernielingen aangericht. Het plan is het huis te onteigenen om er een gedenkteken te plaatsen. Maar dat kan pas na het proces tegen Dutroux, dus zeker niet eerder dan midden volgend jaar.

“Laat dit huis symbool zijn voor wat men nooit meer een kind laat aandoen”, staat op een spandoek. “Maar het is nu nog altijd mogelijk”, smaalt een man uit een naburig dorp. “En u zult zien, over tien jaar is er nog niets gebeurd.” Een vrouw die uit het Belgisch-Limburgse Maaseik is gekomen beaamt zijn uitval. Ze reed de paar honderd kilometer naar Sars-la-Buissière niet voor de mars, maar “om er eens te kijken - het is tenslotte een jaar geleden.”

In het aangrenzende café l'Embuscade zitten buurtbewoners en dagjesmensen achter bier en frisdrank. De uitbater, die het afgelopen jaar goede zaken deed, had hooglopende ruzie met Dutroux die midden in de nacht aan het graven was in zijn tuin en de auto's van zijn klanten beschadigde. “Stom dat ik hem niet heb vermoord”, zei de cafébaas toen vorig jaar duidelijk werd wie zijn buurman was. Andere inwoners van Sars-la-Buissière praten liever niet over de man die zij nauwelijks kenden, maar die hun woonplaats besmette met de bijnaam 'Dutroux-dorp'.