Rechtsstaat heeft meer rechters nodig

De druk op de rechterlijke macht heeft ertoe geleid dat veelvuldig een beroep wordt gedaan op advocaten om als rechter-plaatsvervanger op te treden. Om dit probleem het hoofd te bieden, heeft minister Sorgdrager van Justitie maatregelen voorgesteld, die volgens Bert Quant halfslachtig zijn.

Gedurende de laatste weken is in deze kolommen aandacht besteed aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, naar aanleiding van de discussie over de positie van de advocaat als rechter-plaatsvervanger. Bij menigeen zou daaruit de (onjuiste) indruk kunnen ontstaan, dat het slecht gesteld is met de onpartijdigheid van rechters en plaatsvervangers.

Daar komt bij dat juist dezer dagen vanuit de rechterlijke macht een onomwonden waarschuwing kwam dat de werkdruk te hoog oploopt. Die openlijke waarschuwing is veelzeggend, omdat de rechterlijke macht dit soort zaken buiten de publiciteit pleegt te houden. De veronderstelling dat de rechterlijke macht de mindere inzet van plaatsvervangers vertaald ziet in hogere werkdruk, lijkt voor de hand te liggen.

Niet bekend

Ten tweede worden rechter-plaatsvervangers zeer zorgvuldig geselecteerd. Een advocaat wordt pas plaatsvervanger als hij door het desbetreffende gerecht daartoe uitdrukkelijk wordt uitgenodigd. Solliciteren is 'dodelijk'. Als het gerecht iemand uitnodigt, wordt de betrokkene pas benoemd na een zeer grondige, uitgebreide en volstrekt onafhankelijke selectie.

Voorts is het belangrijk om te weten dat bij de benoeming van vaste rechters ervan wordt uitgegaan dat circa de helft uit de eigen opleiding voortkomt en de andere helft van buitenaf wordt aangetrokken. Op die wijze blijven de vensters naar de maatschappij aan alle kanten open.

En tot slot is het advocaten verboden in wervende uitingen naar buiten bekend te maken dat zij plaatsvervanger zijn. Aan dit verbod houdt men zich. Reclame-waarde heeft het plaatsvervangerschap voor de advocaat derhalve niet. De honorering van een rechter-plaatsvervanger is zeer gering.

De advocaat wordt plaatsvervanger omdat hij zijn voortdurend partijdige instelling daarmee doorbreekt en in zijn oordeelsvorming evenwichtiger wordt door de zaken ook eens 'van de andere kant van de tafel' te zien en daarbij een lijdelijke en volstrekt onpartijdige rol te spelen.

De rechterlijke macht benoemt plaatsvervangers om daarmee de werkdruk te verminderen - oorspronkelijk om tijdens vakanties en afwezigheid vervanging te hebben - en om voor degenen die de overstap overwegen, deze overstap gemakkelijker te maken.

Enkele jaren geleden onstond commotie toen een aantal in het recht teleurgestelden, onder aanvoering van de heer H. Rem, meenden tegenstrijdige belangen te zien bij de rechtspraak, met name omdat advocaten die tevens plaatsvervanger zijn of kantoorgenoten hebben die als plaatsvervanger optreden, op een ander soort recht zouden kunnen rekenen dan anderen. Rem cum suis hebben teweeggebracht dat een discussie is ontstaan over het plaatsvervangerschap. Dat is goed. Zodra aan een zo wezenlijk instituut als de rechterlijke macht in welk opzicht dan ook wordt getwijfeld, verdient dat op zijn minst onderzoek.

Anderzijds moet worden voorkomen dat elk willekeurig geschop tegen een goed functionerend instituut een blijvende deuk veroorzaakt. Iedere serieuze kritiek mag the benefit of the doubt hebben, maar niet in onbeperkte mate. De door Rem en de zijnen geëntameerde discussie heeft geleid tot maatregelen die erop gericht zijn de schijn van partijdigheid te vermijden. Daarmee heeft Rem zijn doel bereikt, temeer daar hij er niet in is geslaagd aan te tonen dat het om meer dan de schijn van partijdigheid gaat. De tragiek van het zogeheten rapport over de integriteit van de rechterlijke macht (IRM) dat Rem cum suis enige tijd geleden het licht deden zien, is dat tussen alle vaak hoogdravende stellingen en veel onjuist feitenmateriaal geen enkel concreet geval van belangenverstrengeling is te vinden.

P.P.M. Ruijs, mede-auteur van het IRM-rapport en schrijver van het artikel 'Rechter kan niet tegen kritiek' in NRC Handelsblad van 24 juli, doet er beter aan zijn pijlen te richten op de halfslachtiger oplossingen die nu worden aangedragen. Minister Sorgdrager van Justitie heeft aangekondigd dat er geen advocaten meer tot plaatsvervanger zullen worden benoemd in het arrondissement waarin zij als advocaat zijn ingeschreven. Daarnaast bestaat sinds 1 januari de verplichting om nevenfuncties van rechters en plaatsvervangers openbaar te maken, zodat de burger eventuele belangenverstrengeling kan signaleren.

Beide maatregelen zijn hypocriet en ondoelmatig. Het registreren van nevenfuncties bestrijkt maar een deel van het probleem. Kijken we naar de advocaat/plaatsvervanger, dan zal belangenverstrengeling en het belang dat de advocaat daarbij zou kunnen hebben, niet zozeer liggen op het terrein van een vennootschap of stichting waaraan de advocaat als commissaris of bestuurslid is verbonden, maar veeleer op het vlak van de belangen die hij heeft in zijn cliëntenkring. Het beroepsgeheim van de advocaat begint bij de identiteit van de cliënt. Registratie van cliënten (onder hen zouden dan alle cliënten van het gehele kantoor moeten vallen) is dan ook absoluut uitgesloten. Tegen registratie van nevenfuncties op zichzelf zullen weinig plaatsvervangers principieel bezwaar hebben. Die functies zijn overigens meestal reeds elders geregistreerd.

De maatregel dat geen plaatsvervangers meer in het eigen arrondissement worden benoemd, is een dooddoener. Wij leven in een tijd van gespecialiseerde, beweeglijke en snel communicerende advocaten, die vaak in landelijk gespreide kantoren werken en al decennia lang niet meer gebonden zijn aan de grenzen van hun arrondissement.

Als minister Sorgdrager niet in de bres wil springen voor de advocaten/plaatsvervangers - en kennelijk wil zij dat niet - is er maar één echt goede oplossing: zo spoedig mogelijk achterstallig onderhoud uitvoeren en met bekwame spoed het gerechtelijk apparaat op peil brengen. Als dat is gebeurd kan worden volstaan met een zeer kleine groep van plaatsvervangers uit andere categorieën zoals ex-rechters en rechterlijke ambtenaren in opleiding, eventueel aangevuld met een aantal wetenschappers, die allen slechts incidenteel en gericht worden ingeschakeld.

Daarmee zou de schijn van partijdigheid die in de ogen van een deel van het publiek over de rechterlijke macht hangt, zijn weggenomen. In een geolied voorbeeld-land als Nederland moet die ook tot elke prijs vermeden worden. Die prijs zal niet gering zijn, maar hetgeen wij ervoor kopen, behoort tot de primaire levensbehoeften van een rechtsstaat.