Mediwiet

DE VRAAG: is cannabis een geneesmiddel of genotmiddel werd actueel met een brief van de inspectie volksgezondheid aan de apothekers. Op straffe van vervolging werd het verstrekken van medicinaal zuivere cannabis op doktersrecept verboden. Argument: als medicijn is cannabis binnen het raam van de Opiumwet niet toegelaten. De veronderstelde genezende werking van de zogenoemde 'mediwiet' berust op onvoldoende wetenschappelijk bewijs. Met als resultaat: als genotmiddel is cannabis gedoogd, als geneesmiddel verboden.

Daarmee komt een acuut einde aan weer een klein hoekje van de Nederlandse gedoogpraktijk. Er waren nu eenmaal ernstig zieke patiënten die baat vinden bij cannabis: kankerpatiënten voelen zich minder misselijk, aidspatiënten hervinden hun eetlust, MS-patiënten lijden minder pijn en bij staarlijders vermindert de druk in het oog. Sympathiserende artsen schreven recepten, en de ideële stichting Maripharm kweekte, bewerkte en distribueerde de 'mediwiet'. En, niet onbelangrijk, de verzekeraar betaalde. Met een omzet van drie kilo per maand en een gemiddelde consumptie van een à twee gram per dag, waren er gaandeweg zo enige honderden patiënten cannabisklant bij de apotheek geworden. Vanaf nu dienen zij zich (weer) bij de coffeeshop te vervoegen, op eigen kosten.

DAARAAN KLEVEN enkele opvallende nadelen. Cannabis is verkrijgbaar in vele variëteiten met sterk verschillende gehalten van het werkzame bestanddeel THC. Het product in de coffeeshop kan vervuild zijn met virussen of pesticiden. Is het niet redelijk dat een ernstig zieke patiënt daartegen beschermd wordt? Ligt het dan niet voor de hand dat hem de gang naar de coffeeshop wordt bespaard?

De vraag 'geneesmiddel of genotmiddel' kan rustig overgeslagen worden: als een aids- of kankerpatiënt met cannabisgebruik de therapie beter verdraagt, dan is dat argument reeds afdoende. Het is gebruikelijk stoffen van de verboden lijst uit de Opiumwet uit te zonderen ten bate van de geneesmiddelenvoorziening - er zou niets op tegen zijn cannabis daar te zijner tijd onder te brengen. Het argument van minister Borst (Volksgezondheid), afgelopen vrijdagavond in een RTL-nieuwsuitzending, dat cannabis “onder de Opiumwet valt, en we hebben ons te houden aan de internationale regels” is derhalve van beperkte waarde. Tegelijk is haar bereidheid wetenschappelijk onderzoek naar het medisch nut van cannabis te financieren, te prijzen. Dergelijk onderzoek is ook in de VS geprobeerd, maar steeds gestuit op de onmogelijkheid marihuana zelfs maar als testmiddel geleverd te krijgen. Eerder deze maand verklaarde het National Institute of Health nog dat er voldoende positieve indicaties zijn om cannabis op z'n therapeutische waarde te testen.

POLITIEK BLIJFT echter het bezwaar bestaan dat cannabis op enigerlei wijze gaat 'lekken'; het fenomeen van de al te vrij voorschrijvende arts is ook bij andere roesmiddelen niet onbekend. Het CDA vreest zelfs de aanwezigheid van 'mediwiet' in de coffeeshop - dit eerste 'reguliere' product in het assortiment zou de drempel voor de gewone consument weleens verder kunnen verlagen en zo de consumptie verhogen. Geen van beide bezwaren zijn irreëel. Tegelijk mogen de legitieme bezwaren tegen het genotmiddel cannabis het denken over het geneesmiddel cannabis niet verdringen. Een regulier afzetkanaal van een gecontroleerd middel met een voldoende therapeutische werking voor een bepaalde doelgroep moet mogelijk zijn, ook als het om cannabis gaat.