Lekker kankeren onder 't afdakje

Supporters zijn het, trouwe supporters. Maar als hun 'kluppie' niet presteert, zijn de commentaren niet van de lucht. Elke dag weer staan ze op dezelfde, voor de buurt belangrijke ontmoetingsplek. 'Moi!'

GRONINGEN, 18 AUG. De eerste spelers van FC Groningen lopen keuvelend naar het veld. Onder een afdak aan de achterzijde van een tribune staan twintig supporters de training al af te wachten. In de zon vinden ze het te warm. Ze leunen tegen een auto, zitten op hun fiets of lopen wat heen en weer. “Dat was weer helemaal niks zaterdag”, zegt een zeventiger. De man schudt zijn hoofd: “Ik heb dat ook net tegen de trainer gezegd. Hij vond het ook slecht.”

Ze gaan naar bijna elke training: de 'echte' supporters van FC Groningen. Het zijn uitsluitend mannen, vanaf middelbare leeftijd. Vijfenzestig plus vormt de grote meerderheid. Deze dag zijn het er twintig, maar als de vakantie voorbij is, zijn het er meer. “Vooral als het goed gaat. Dan wordt het steeds drukker. Of als het heel slecht gaat, zoals afgelopen seizoen. Dan is er lekker veel te kankeren”, zegt een man in een mouwloos hemd en blauw sportbroekje. Hij wil niet zeggen wie hij is. “Daar heb ik in het verleden gedonder mee gehad. Verweten andere supporters me dat ik te kritisch was.”

De vaste bezoekers van de training bij het Oosterparkstadion kennen elkaar bijna allemaal, ze praten over weinig anders dan voetbal. “Het is een ontmoetingsplek voor de buurt”, zegt zeventiger Piet, die ook zijn achternaam niet wil noemen. Hij zit op de bagagedrager van zijn fiets en steunt met zijn ellebogen op het zadel. “Dat gaat allemaal verloren als het stadion hier ooit gaat verdwijnen”, mompelt hij bezorgd. FC Groningen overweegt een nieuw en groter stadion aan de rand van de stad te bouwen. “Dat is misschien voor de inkomsten van de club wel goed, maar voor onze buurt niet. Dat wordt weer eens vergeten.”

Van onder het afdakje kijkt het groepje supporters met enige achterdocht naar de eerste verrichtingen op de training. Trainer Wim Rijsbergen begint met een bespreking. “Wat staan ze lang te kletsen. Ze moeten trainen”, zegt Piet. “Ze hebben heel wat na te bespreken na die slechte wedstrijd van zaterdag, Pietje”, reageert de man naast hem.

Zoals elk jaar zijn ze hoopvol gestemd over het komende seizoen. “We hebben dit jaar een mooi elftal. Met drie goeie Brazilianen”, zegt de man in het mouwloze hemd. Piet is sceptischer: “Een plaatsje bij de eerste negen? Dat beloven ze ons elk jaar.” Dat FC Groningen de laatste jaren zo slecht heeft gepresteerd, komt volgens hen door gebrek aan geld. Clubs met een minder grote aanhang, zoals Vitesse en Roda JC, hebben veel betere sponsors, aldus Piet. Zijn buurman vindt dat de Gasunie FC Groningen moet sponsoren. “Als ze van elke verkochte kuub aardgas één cent in FC Groningen zouden steken, zouden we hier een Europese topclub hebben. Het is tenslotte ons gas.”

Aan de andere kant van het veld staan twee mannen met hun fiets dicht bij de spelers, die dan net een partijtje afwerken. De 75-jarige L. Haarsma komt al sinds 1940 bij de club. Hij zet zijn fiets weg als de 'goede tijden' ter sprake komen. FC Groningen heette tot begin jaren zeventig nog GVAV Rapiditas. “Met Otto Roffel, Tonnie van Leeuwen, Martin Koeman en Pietje Fransen. Dat waren nog eens tijden. Toen waren we thuis onoverwinnelijk.”

Haarsma zegt nooit bij de supporters aan de overkant te staan. “Zij roddelen mij te veel. Die onder het afdakje zijn altijd negatief. De ergsten staan er nog niet eens bij, want die zijn met vakantie. Als ik kritiek heb, zeg ik het open en eerlijk tegen de trainer. En die luistert altijd.” Dan pakt hij zijn fiets, roept “moi!” (dag!) naar doelman Patrick Lodewijks van FC Groningen en rijdt langzaam weg.