Lastige vragen en stroeve gesprekken

Mag een voetballer die beschuldigd is geweest van verkrachting, voor het Nederlands elftal worden uitgenodigd? Dat is de vraag waar Nederland zich de komende weken met grote zelotendrift over zal buigen.

Na afloop van PSV-Roda JC namen we al een weinig bemoedigend voorschotje op deze discussie. Frits Barend vroeg er Johan Cruijff naar: Kluivert wel of niet tegen de Belgen? Cruijff gaf zo'n volstrekt onnavolgbaar antwoord waarmee hij altijd doet denken aan Lubbers in zijn beste dagen. Een jonge speler heeft recht op zijn fouten, maar hij moet wel gecorrigeerd worden - daar kwam het op neer. Betekende dit dat... Nee, dat betekende het niet. Het betekende helemaal niets.

Toen kwam de bondscoach zelf. Helaas. Hij had afgesproken dat hij alleen voor de camera zou verschijnen als hij geen vragen over het Nederlands elftal hoefde te beantwoorden. En daar hield hij zich aan. Het is een trend. Autoriteiten willen alleen nog maar met hun kop op de buis als er geen lastige vragen worden gesteld.

Zo miste ik, volkomen onnodig, de eerste tien minuten van Arnon Grunberg als zomergast bij Wim T. Schippers. Maar er waren nog 230 minuten te gaan - dus die schade viel nog wel te repareren. Of dat lukte? Niet écht. Als bij iemand die te laat op een feestje is gekomen, bleef de hele tijd het gevoel knagen dat ik het leukste deel had gemist.

De conversatie wilde voor mijn gevoel maar niet vlotten. Grunberg wilde wel - hij zat vier uur lang bijna op het puntje van zijn stoel - maar het was alsof Wim T. Schippers er zijn hoofd niet helemaal bij had. Hij wil geen zakelijke interviewer zijn - en dat hoeft ook niet - maar hij hield het tempo van de verbindende gesprekjes ditmaal wel erg laag. Het bleef te veel een aarzelend-verstrooid zoeken naar thema's en 'bruggetjes'.

Daar kwam nog bij dat ik met een grote handicap zat te kijken: ik houd wel van speelfilms, maar niet van speelfilmfragmenten - en helaas had Grunberg vooral daar zijn keus op laten vallen. Zulke fragmenten zeggen, geïsoleerd van hun context, niet zo veel.

Zodoende kwam deze avond voor mij alleen tot leven op momenten dat er over andere onderwerpen werd gepraat: Mohammed Ali, Kosinski, Sellers, McEnroe, Wolkers.

De avond tevoren was er in Nova een curieus interview te zien van Paul Witteman met zijn grote voorbeeld en voorganger Koos Postema, die 65 jaar is geworden. Aan het einde van het gesprek bleef Postema een beetje beduusd achter.

Hij had vermoedelijk op een gezellige babbel gerekend, maar in feite kreeg hij ze lelijk uitgemeten. Witteman hield hem voor dat hij destijds beter niet bij de VARA had kunnen weggaan en dat hij bij de commerciëlen, afgezien van Klasgenoten, hoofdzakelijk dingen had gedaan die ver beneden zijn journalistieke stand waren. En wat hij tegenwoordig zat te doen, daar bij Radio Rijnmond, nou ja, dat stelde toch ook niet veel voor?

Postema moest er een paar keer diep van zuchten en riep toen maar in arren moede: “Bezorg jij mij dan een baan? Jij bent hier toch een machtig man?”

De neiging bestaat tegenwoordig - alweer een trend? - om jubilaressen pittig toe te spreken. Hun verdiensten worden genoemd, natuurlijk, maar daarna worden, al of niet met knipoog, de zwakheden stevig ingewreven. Je ziet sommigen beven als een riet terwijl ze de lof en spot machteloos ondergaan.

Het interview met Postema deed eraan denken. Witteman zal het wel goed bedoeld hebben, maar hij klonk te veel als de leerling die gaandeweg teleurgesteld is geraakt in de meester.

De enige jubilares die dit weekeinde zonder enige reserve heilig werd verklaard, was Elvis Presley. Bakken zendtijd werden er tegenaan gegooid, en wat uit al die belabberde speelfilms en de latere concertfragmenten vooral duidelijk werd, was dat Elvis zijn artiestenleven voor twee-derde heeft vergooid aan een boef uit Noord-Brabant die hem smakeloos exploiteerde. Die boef, 'Colonel Parker', heeft op zijn knekelveldje de tijd van zijn leven.

    • Frits Abrahams