Hoofdredacteur met Amsterdams accent

Matthijs van Nieuwkerk (36) is sinds 1 juli hoofdredacteur van Het Parool. Hij wordt geprezen om zijn enthousiasme en charme, maar er is ook twijfel of hij niet te 'licht' is. Zelf zit hij daar niet mee.

Maandenlang heeft een teennagel van Gerard Reve in een glazen potje op het bureau van Matthijs van Nieuwkerk gestaan. Van Nieuwkerk ontmoette zijn favoriete schrijver begin jaren negentig om hem te interviewen voor het toenmalige VPRO-kunstprogramma Prima Vista. “U bent zeker een bewonderaar van de grote schrijver Gerard Reve”, vroeg de volksschrijver kort nadat de interviewer was gearriveerd in Schiedam. “Ja”, hoorde Van Nieuwkerk zichzelf zeggen. Reve raapte vervolgens een zojuist geknipte teennagel van de grond en overhandigde deze aan de interviewer. Van Nieuwkerk stopte de nagel in zijn borstzak, maar Reve vroeg: “Kunt u de nagel even in uw mond nemen?” Van Nieuwkerk weigerde dat. “Ik zat te kijken naar een act, ik kon geen contact met Reve maken. Je kunt je helden meestal maar beter niet ontmoeten.” Het glazen potje met de nagel is later op mysterieuze wijze van zijn bureau verdwenen.

Van Nieuwkerk (36, gehuwd, twee jonge kinderen) begon zijn loopbaan als redacteur literatuur, vervolgens was hij chef kunst, daarna adjunct-hoofdredacteur, en nu is hij de hoofdredacteur die leiding moet geven aan de vernieuwing van Het Parool. Daarbij zal de krant een sterker Amsterdams accent krijgen. Ook komt de krant dagelijks met een tweede katern op halfformaat ('tabloid') waarin de oude bijlagen zullen opgaan. Op 28 augustus verschijnt het vernieuwde Parool voor het eerst.

Er staat veel op het spel. Naar alle waarschijnlijkheid is dit de laatste kans voor de krant die al bijna dertig jaar kampt met problemen. De oplage van de krant bereikte begin jaren zestig een hoogtepunt met, kopbladen meegerekend, 225.000 exemplaren. Daarna begon het verval als gevolg van de uittocht van Amsterdammers naar nieuwe gemeenten als Almere en Lelystad. De oplage van de krant is sinds het einde van de jaren tachtig stabiel met zo'n 95.000 exemplaren, maar jaarlijks wordt er circa 10 miljoen gulden verlies geleden.

De uitgever van Het Parool, PCM, heeft de krant nu tot het jaar 2001 de tijd gegeven om het verlies weg te werken. “In dat jaar moeten we op de nul draaien”, zegt C. Smaling, de voorzitter van de raad van bestuur van PCM. “In de jaren naar 2001 moet een positieve ontwikkeling zichtbaar zijn.” De tijd die Van Nieuwkerk heeft gekregen, is dus kort, maar hij blaakt van zelfvertrouwen. “Als het een mission impossible zou zijn, was ik er niet aan begonnen.”

De eerste vier jaar van zijn leven woonde Van Nieuwkerk op de Lange Niezel op de Amsterdamse wallen. Zijn grootvader had daar een slagerij, zijn ouders woonden boven zijn grootouders. Later verhuisde het gezin naar de Achillesstraat in Amsterdam-Zuid en vervolgens, toen Van Nieuwkerk zes was, naar Hilversum. Zijn vader klom op van inkoper van sportartikelen voor V & D tot directeur-Nederland van Mitchell, een bedrijf in hengelsportartikelen. In Hilversum bleef de familie sterk gericht op Amsterdam. Het gezin bleef Het Parool lezen en Matthijs behield zijn Amsterdamse accent. Pogingen van een lerares om hem van het accent af te helpen toen hij de hoofdrol zong in de afscheidsmusical in de zesde klas van de lagere school, mochten niet baten.

Voetbal is Van Nieuwkerks grote passie. Hij speelde bij de Hilversumse vereniging Victoria. Hij was een fanatieke speler, hoewel al snel duidelijk was dat hij niet het talent had om profvoetballer te worden. Van Nieuwkerk: “Tot mijn achttiende was mijn hele leven voetbal. Ik ben ook tot een iets te hoge leeftijd 's avonds buiten blijven voetballen.” Nu speelt hij in het tweede elftal van Buitenveldert, onder anderen met de sportjournalist Frits Barend. “Matthijs is een hele goede”, zegt Barend. “Als hij zou willen, zou hij nog in het eerste meekunnen.”

Van Nieuwkerk ging naar het VWO aan het Alberdink Thijm College in Hilversum. “Hij was geenszins een studiebol”, zegt zijn jeugdvriend Rob Kuyper. “Het was iemand die met zo min mogelijk moeite door de opleiding probeerde te komen.” Zijn favoriete vak was Nederlands. “Hij had een bepaalde feeling met literatuur.” Kuyper herinnert zich hem als een jongen die niet vaak alleen stond. “Hij heeft een grote charme waarmee hij mensen in zijn omgeving voor zich kan innemen. Zijn vermogen om taal te manipuleren was toen al aanwezig.”

In 1980 ging Van Nieuwkerk samen met Kuyper Nederlands studeren aan de toenmalige Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. Hij maakte de studie niet af. Schrijfster Connie Palmen herinnert zich dat ze de naam van haar medestudent Van Nieuwkerk eens onder een scriptie over de filosoof Hegel heeft gezet, die zij had geschreven. Palmen: “Matthijs was zo'n doerak waar je dat met alle plezier voor deed. Ik herinner me hem als een jongen die met zijn enorme charme overal doorheen rolde.”

Via zijn jeugdvriend Mark van den Heuvel kwam hij bij Het Parool terecht. Van den Heuvel werkte freelance voor de krant en vroeg Van Nieuwkerk of hij niet samen met hem een stuk wilde schrijven. Ze maakten interviews met sporters, onder anderen met de schakers Kasparov en Karpov en de voetballer Johnny Rep. De stukken vielen op. Toenmalig kunstredacteur Frans Kotterer: “Het waren verhalen die verder gingen dan het gemiddelde sportverhaal, waarin aandacht werd besteed aan de menselijke kant van sport. Daar werd op de redactie over gepraat.” Van Nieuwkerk ging vervolgens schrijvers interviewen. Daar viel hij behalve door zijn vlotte pen op doordat hij kort voor het overlijden van de dichter C. Buddingh' het laatste interview met hem maakte. De laatste dagboeknotitie van de dichter, op 15 oktober 1985, ging over Van Nieuwkerk: “Ik hoop dat hij nog eens vaker langskomt. Een bijzonder aardige jongen.”

In 1987 werd Van Nieuwkerk redacteur literatuur, hij was toen 26. “Hij was een hele frisse, een beetje springerige jongen met originele ideeën”, zegt toenmalig hoofdredacteur Wouter Gortzak, die Van Nieuwkerk destijds aannam. “Het enige punt van discussie was dat Matthijs nog zo verdomd jong was.” Van Nieuwkerk begon de literatuurpagina voortvarend te vernieuwen. Hij wilde een andere, minder plechtige toon en meer aandacht voor trends en nieuwe ontwikkelingen in de literatuur. Daarbij werd hij niet gehinderd door een overdreven ontzag voor de geschiedenis van de krant. Het kwam al snel tot een conflict met Max Nord, Parool-man van het eerste uur, toen Van Nieuwkerk een stuk van hem over Canadese literatuur weigerde te plaatsen. Gortzak steunde Van Nieuwkerk en Nord verdween naar Vrij Nederland.

In 1988 werd Sytze van der Zee hoofdredacteur. Het eerste gesprek dat hij na zijn aantreden voerde was met Van Nieuwkerk. Van der Zee vroeg hem toen meteen of hij chef van de kunstredactie wilde worden. Toon Schmeink, die acht jaar adjunct-hoofdredacteur was onder Van der Zee: “Sytze wilde de kunstpagina's nieuw leven inblazen. Hij had een hele hoge pet op van de creativiteit en ideeënrijkdom van Matthijs. Dat is ook ongetwijfeld zijn sterkste punt.” De kunstredactie zag de benoeming van Van Nieuwkerk echter niet zitten. Te jong, luidde het oordeel. Pas na een aantal gesprekken met Van der Zee, waarin de hoofdredacteur beloofde Van Nieuwkerk een beetje in toom te zullen houden, ging de kunstredactie akkoord. Kort daarna kreeg Het Parool een kunstbijlage waarmee Van der Zee “een punt wilde scoren” (Schmeink) in zijn concurrentieslag met de andere landelijke kranten. Van Nieuwkerk zette de bijlage op. Hij plaatste grotere foto's dan tot dan toe gebruikelijk was en besteedde veel meer aandacht aan populaire cultuur, zoals popmuziek en cabaret. Hij zocht ook de polemiek door literatuurrecensent Bob Polak en columnist Theo van Gogh aan te trekken. “Een tamelijk radicale koerswijziging”, zegt Schmeink. “Maar daar lag geen visionair concept aan ten grondslag. Het was sterk gebonden aan de personen die hij naar de krant haalde.”

Van Nieuwkerk haalde jonge mensen binnen, zoals de schrijver Ronald Giphart. “Matthijs ziet de journalistiek niet als een Jurassic park”, zegt Giphart, die Van Nieuwkerk een “absoluut inspirerende figuur” noemt. En: “Het is een hele mooie man. Mijn vriendin zit helemaal weg te smelten op de bank als hij op televisie is.”

Naast zijn werk voor de krant schnabbelde Van Nieuwkerk veel voor radio en televisie. Hij werkte onder andere mee aan het VPRO-kunstprogramma Prima Vista, de quiz De Connaisseur en hij presenteerde vijf jaar lang het culturele radioprogramma Opium van de AVRO. “Op het laatst zagen we hem steeds vaker binnenkomen met een das om en zonder zijn spijkerjack”, vertelt Opium-redacteur Arjan Peters. “Dat was weliswaar een gebreide das, maar dat zal nog wel een echte worden.”

Drie jaar geleden zette Van Nieuwkerk samen met zijn vriend Henk Spaan het 'voetbaltijdschrift voor lezers' Hard Gras op, dat onmiddellijk een succes werd. Zijn bemoeienis met dit blad is de enige nevenfunctie die hij naast zijn hoofdredacteurschap aanhoudt. Spaan: “Er waren wel mensen bij Het Parool die vonden dat hij ook Hard Gras moest opgeven - er is veel jaloezie onder de mensen - maar Matthijs heeft toen zijn poot stijf gehouden.”

Van Nieuwkerk kreeg twee jaar geleden het aanbod om directeur televisie te worden van de VPRO. Hij was uitgekeken op het leiding geven aan de kunstredactie en zei ja, maar de overstap stuitte uiteindelijk af op de hoogte van het salaris. Vriend Henk Spaan: “De VPRO bood een belachelijk laag salaris. Die zijn echt niet meer van deze tijd.”

Bovendien kreeg Van Nieuwkerk het aanbod om adjunct-hoofdredacteur te worden, mede omdat Van der Zee en Schmeink hem niet kwijt wilden raken aan de VPRO. Toen Van Nieuwkerk begin vorig jaar nog maar net deel uitmaakte van de hoofdredactie, was Van der Zee in een bitter gevecht verwikkeld met uitgever Smaling. Inzet was het plan van Van der Zee om Het Parool op tabloid-formaat te gaan maken. Smaling zag daar niets in.

Van der Zee verloor dat gevecht uiteindelijk, waarna hij op 28 augustus 1996, precies een jaar voor de publicatie van het eerste nummer van het vernieuwde Parool, het veld moest ruimen. Van der Zee betrok Van Nieuwkerk nauwelijks in zijn plannen. Later zei Van der Zee dat hij Van Nieuwkerk “bewust uit de wind had gehouden”. Maar dat is toen nooit met zoveel woorden gezegd en zo heeft van Nieuwkerk het destijds ook niet ervaren. Schmeink, die tegelijkertijd met Van der Zee opstapte, daarover: “Ik kan begrijpen dat dat heel onprettig is geweest voor Matthijs. Maar toch was het een verstandige politiek. Matthijs kon daardoor zonder loyaliteitsconflicten met Smaling aan tafel gaan zitten na ons vertrek.”

Van Nieuwkerk heeft zich van meet af aan sceptisch opgesteld tegenover het tabloid-plan. Hij gaf te kennen daarin niet de enige reddingsmogelijkheid voor Het Parool te zien. Hij gaf er de voorkeur aan het Amsterdamse karakter van de krant te versterken. Schmeink: “Matthijs heeft vanaf het begin altijd gezegd meer in de Amsterdamse formule te zien. We hebben hem nooit kunnen overtuigen van onze lijn.”

Voor Van der Zee moet dat pijnlijk zijn geweest. Schmeink omschrijft de relatie van Van der Zee met de twintig jaar jongere Van Nieuwkerk als “toch een beetje zoals de vader de zoon graag ziet. Van der Zee heeft de carrière van Matthijs altijd heel goed in de gaten gehouden. Matthijs heeft veel aan hem te danken”.

Op dit cruciale moment ging 'de journalistieke zoon' echter niet onverkort achter Van der Zee staan. “Dat is pijnlijk voor Sytze geweest, ja”, zegt Schmeink. “Maar ook in andere vader-zoonrelaties komt het weleens voor dat de zoon iets anders gaat doen dan de vader zou willen.” Van der Zee wilde niet meewerken aan dit artikel. Hij is momenteel een boek aan het schrijven waar de redactie van Het Parool met enige bezorgdheid naar uitkijkt.

Van Nieuwkerk heeft een ongebruikelijke route naar het hoofdredacteurschap afgelegd. Hoofdredacteuren hebben doorgaans ervaring als verslaggever in de 'harde' sector van het nieuws op hun curriculum vitae staan. Soms rijst over Van Nieuwkerk de vraag of hij wel voldoende verstand heeft van hard nieuws, van politiek en economie. Buitenland-redacteur Lambiek Berends: “De redactieraad heeft uitgebreide gesprekken gevoerd met Van Nieuwkerk over de vraag of hij wel 'breed' genoeg is. Uiteindelijk is er een positief advies gegeven over zijn benoeming. Tot nu toe valt hij niet tegen, maar de twijfel is na twee maanden natuurlijk niet helemaal weggenomen.”

Tegelijkertijd zijn vriend en vijand het erover eens dat Van Nieuwkerk bij uitstek geschikt is om de krant aantrekkelijker te maken voor jonge lezers. “Hij voelt heel goed de tijdgeest aan, zonder dat hij in ieder opzicht een modieuze Amsterdammer is”, zegt Felix Rottenberg, die wekelijks samen met Parool-columnist John Jansen van Galen “als een marginaal adviescollege” met Van Nieuwkerk ontbijt in een Amsterdams koffiehuis.

Van Nieuwkerk zelf maakt zich niet al te druk over de sceptici. Dat hij te jong zou zijn voor de functie die hij bekleedt, hoort hij al tien jaar. “Ik ben even oud als Danny Blind en van hem wordt altijd gezegd dat hij oud is.”