Een wanhopige strijd om erkenning

De beachvolleyballers Marco Klok en Michiel van de Kuip mochten niet naar de Spelen van Atlanta. Zelfs een rechtszaak mocht niet baten. Gisteren verloren ze de NK-finale van Sander Mulder en bondscoach Michel Everaert; het koppel dat wél deelnam aan de Spelen.

Ontgoocheld ploften Marco Klok en zijn partner Michiel van de Kuip in hun stoeltjes na de kansloze nederlaag in twee sets (12-5, 12-5) tegen het team dat het beachvolleybal in Nederland al enkele jaren regeert. Zo was de missie van een verguisd duo toch nog gestrand en pijnlijk was de gedachte dat Klok en Van de Kuip het zelfs tegen een geblesseerde bondscoach hadden moeten afleggen. Maar de Europese kampioenen van 1995 weten uit ervaring dat aan de hegemonie van Michel Everaert en Sander Mulder niet te tornen valt.

“Het is in feite een absurde situatie”, mopperden de verliezers in de finale van het Nederlands kampioenschap op het strand van Scheveningen. “Onze sport kent een spelende bondscoach, die ons in die hoedanigheid zelfs heeft getraind. Everaert weet dus alles van ons.” En Klok, bedachtzaam: “Het is illustratief voor de langzame ontwikkeling van het beachvolleybal. We moeten nog steeds alles alleen doen. Als wij ons niet inschrijven voor internationale toernooien doet niemand het.”

Beachvolleybal is een vinding van de (Amerikaanse) commercie en de bakermat van de sport ligt op de stranden van Californië. Geen wonder dat het strandvolleybal nog steeds een hoog Baywatch-gehalte heeft, want het veelal ondeskundige publiek genoot ook in Scheveningen meer van de ambiance dan van het vaak stroperige spel. “Ik vind het geen probleem dat ik als beachvolleyballer word geassocieerd met mooie meiden en blote borsten', zegt Klok, grijnzend. “Dat imago is blijkbaar aantrekkelijk. Laten we dat dan ook uitbuiten.”

'Klokkie' deed op zijn beurt aan image-building door zich tijdens de NK in Scheveningen met een rood en oranje geverfde haardos te tooien. Zijn visie: “Basketballers hebben ook een fysieke aantrekkingskracht. Dennis Rodman is toch een wandelend schilderij? Van mij mag beachvolleybal een trendy sport zijn. Ik wilde iets speciaals doen en misschien nemen kinderen mijn haardracht wel over.” Het valt niet te hopen, maar Van de Kuip erkent dan ook schoorvoetend dat strandvolleybal “helaas meer wordt beschouwd als lifestyle dan als sport”.

Tegen dergelijke vooroordelen wil hij nog wel vechten. “Want de tijd ligt achter ons dat beachvolleybal een surrogaat was voor het zaalvolleybal. Hoewel de technieken op het strand wezenlijk verschillend zijn, hebben wij als topspelers in de zaal ook de power van het indoorvolleybal geintroduceerd. Bovendien speel ik liever voor 1.500 toeschouwers op het strand dan voor maximaal 400 in de zaal.”

Het beachvolleybal maakt in Nederland inderdaad een stormachtige groei door. Maar liefst 4.500 teams schreven zich in voor het Corona-circuit, een tournee voor alle niveaus langs de Nederlandse stranden. Voor de top werd een apart Masters-circuit georganiseerd met een puntensysteem in de geest van het tennis en een snel groeiend prijzenfonds. Voor Klok en Van de Kuip kwam die waardering te laat. Hun wanhopige strijd om erkenning leed vorig jaar schipbreuk in de rechtszaal en die nederlaag heeft diepe wonden geslagen.

zegt Klok, ironisch nadat hij met zijn teamgenoot de NK-finalisten van vorig jaar, Matijs Dekker en Joost van der Hoek, in de halve finales met 15-2 heeft afgedroogd. Het onverbiddelijke oordeel van Jan Loorbach, bestuurslid NOC*NSF met technische zaken in zijn portefeuille, galmt nog steeds na.

Volgens de normen van de internationale volleybalfederatie (FIVB) hadden Klok en Van de Kuip zich gekwalificeerd voor de Spelen van Atlanta. Maar de eerste plaats op een weliswaar gedevalueerd Europees kampioenschap bleek een titel zonder waarde te zijn. NOC*NSF wenste bij de mannen alleen de nationale kampioenen Everaert en Mulder af te vaardigen, omdat zij op de 'geschoonde' wereldranglijst een zevende plaats bezetten.

Tijdens het door Klok en Van de Kuip aangespannen kort geding haalde Loorbach namens NOC*NSF keihard uit naar de “bier drinkende flierefluiters, die in de zomer de zaal even verlaten om op het strand te ballen”. Het pleidooi van de meester in de rechten tegen wat hij betitelde als 'kampioenen van de achterdeur' was onnodig grievend en tevens hypocriet. Tafeltennistoeristen en bluffende softbalsters mochten in Atlanta wel een afgang beleven op kosten van NOC*NSF.

“Schelden doet nu eenmaal pijn”, meent Klok. “Loorbach heeft ons diep gekwetst door ons zo belachelijk te maken in de rechtszaal”, voegt Van de Kuip daar aan toe. “Het ergste is dat wij zelf met niemand hebben gesproken. We kregen alle informatie uit de tweede hand. Aanvankelijk dreigde de FIVB nog met harde maatregelen als we niet zouden worden ingeschreven. NOC*NSF heeft vervolgens handjeklap gespeeld met de NeVoBo en de FIVB. Toen onze bond de handen van ons af trok, waren we uiteraard kansloos. We zijn gepiepeld.”

Vijf jaar geleden was de inmiddels 29-jarige Klok een nuttige reserve bij het Nederlandse zaalvolleybalteam op de Spelen van Barcelona. “En nog steeds ben ik ervan overtuigd dat ik ook in Atlanta had behoren te spelen.” De twee jaar jongere Van de Kuip: “Het ergste vond ik dat wij niet in staat werden gesteld onze grenzen te verkennen. Die werden bepaald door mensen die het beachvolleybal niet serieus nemen.”

“Toen Marco uit Barcelona terugkeerde, werd hij als zilveren medaillewinnaar met respect bejegend. Een jaar later was hij een flierefluitende nobody, omdat hij op het strand speelde. Ik vind dat zó typisch Nederlands, zo bekrompen! Volgens Loorbach bestonden wij niet, waren we geen team, omdat we bij verschillende clubs in de zaal spelen. Maar dat is wel onze broodwinning. Van het beachvolleybal kunnen we nog niet leven.”

Een jaar lang worstelden Klok en Van de Kuip met hun olympische kater. “Het is eigenlijk een wonder dat we nog steeds bij elkaar zijn”, meent Klok. “Alle ingrediënten voor een scheiding waren aanwezig na de uitspraak van de rechter. Van Loorbach mocht ik geen glimlach op mijn gezicht tonen om niet voor een losbol te worden versleten. Maar die glimlach, de liefde voor mijn sport heeft we wel overeind gehouden in een jaar vol ellende. Michiel en ik moesten elkaar diep in de ogen kijken om nieuwe motivatie te vinden voor dit seizoen.”

In de zaal treedt Klok bij het Duitse Moers in de voetsporen van het vertrokken Nederlandse trio Blangé, Grabert en Zoodsma; Van de Kuip speelt komend seizoen bij het naar Rotterdam verhuisde Zevenhuizen. “Maar we hebben beiden een clausule in ons contract laten opnemen dat we ons een jaar voor de Spelen van Sydney vrij kunnen maken om alleen nog op het strand te spelen”, vertelt Klok.

Van de Kuip, cynisch: “Het zal wel weer een zware strijd worden met NOC*NSF om ze duidelijk te maken dat we onze olympische ambities niet hebben begraven.” Toch wenst Klok niet om te zien in wrok. “Ik heb aanvankelijk thuis zitten kniezen. Me afgevraagd wat ik tegen Jan Loorbach zou zeggen als ik hem tegen zou komen. Maar ik heb die negatieve gedachten van me afgezet. Alleen met topprestaties kunnen we wederom in beeld komen bij NOC*NSF.”

Van de Kuip, waarschuwend: “Maar de voorwaarden voor een nieuwe olympische missie zullen ook moeten worden gecreëerd door TVN. Het beleid voor beachvolleybal staat nog in de kinderschoenen. Ik begrijp best dat de zaalteams een flink gat slaan in de begroting. Toch zal TVN meer geld vrij moeten maken voor het beachvolleybal wil Nederland in Sydney beter kunnen presteren dan in Atlanta.”