Duwen en trekken in okselwarme Spaanse rivier

Zwemster Edith van Dijk eindigde gisteren als vierde op de vijf kilometer bij de EK in Sevilla. Verslag van een onverschrokken tocht door de Grote Rivier van de Arabieren.

SEVILLA, 18 AUG. Bij de Puenta del Alamillo staart een groep hengelaars verveeld voor zich uit. De barbeel, een geliefde vissoort in Sevilla en omstreken, wil vandaag niet bijten. Als plotseling aan de overzijde van de rivier futuristische muziek uit de luidsprekers schalt, kijken de vissers op de brug verstoord op. Herrie en hengelen gaan niet samen.

Het is half zeven in de avond, Sevilla baadt in de zon en op het terrein van de plaatselijke roeivereniging maken ruim honderdvijftig aanwezigen zich op voor de vijf kilometer voor vrouwen. Plaats van handeling is El Rio Guadalquivir, een 657 kilometer lange zee-arm die door het Zuid-Spaanse land meandert. In de hoofdstad van Andalusië staat de rivier bekend als de 'Grote Rivier van de Arabieren', een historische verwijzing naar de dagen dat Sevilla werd bestuurd door de Moren.

Normaal gesproken varen vrachtschepen door de Guadalquivir. Maar vandaag blijft het geronk van zware motoren achterwege. Op deze oververhitte dag (39 graden Celcius) is de levensader van Sevilla in de vroege avonduren het domein van zevenentwintig potige meiden, afkomstig uit dertien verschillende Europese landen. Om zeven uur precies duiken zij het water in voor een tocht waarvan de eerste 2,5 kilometer stroomopwaarts voert.

Edith van Dijk is een van de deelneemsters. Vrijdag voltooide de 24-jarige Nederlandse de race over 25 kilometer. Van Dijk tikte na bijna vijfenhalf uur als derde aan. De bronzen medaille voor de studente economie betekende de eerste prijs voor de Nederlandse afvaardiging in Sevilla en voor Van Dijk een troost na een intensieve voorbereiding waarin ze gemiddeld honderd kilometer per week aflegde.

Vrijdag moest ze veel pijn lijden, zo vertelde Van Dijk na afloop. Haar armen, haar benen, haar schouders, ja, eigenlijk alles deed pijn. Maar twee dagen later zegt de nationale kampioene op de vijf kilometer “redelijk tot zeer goed” hersteld te zijn. De opgezwollen handen, een gevolg van het okselwarme water hebben hun normale omvang weer aangenomen. Nee, ze ziet de wedstrijd met vertrouwen tegemoet en met een knipoog verdwijnt ze op weg naar de kleedruimte.

Marathonzwemmers zijn wel wat gewend en Van Dijk vormt geen uitzondering op die regel. Op haar dertiende maakte ze kennis met het langeafstandszwemmen en sindsdien raakte ze verslingerd aan het overbruggen van lange afstanden in exotische oorden. “Ik hou van zwemmen en krijg een kick als ik de finish haal”, zegt ze. “Bovendien spreekt de vriendschap tussen de zwemmers en zwemsters mij enorm aan. Wij vormen een hechte groep.”

Van Dijk heeft geen vrees voor besmettingsgevaar. De omstandigheden in de Guadalquivir noemt ze “bijna ideaal, op dat lauwe water en dat vervelende keerpunt na”. Een lang recht stuk, op de terugweg een bries in de rug en een enkele dode vis brengen haar niet van de wijs. “Dit water is gekeurd door allerlei instanties. Ik vertrouw op hun oordeel. Bang voor een hap slagwater ben ik niet. Dat overkomt je. Tijdens een wedstrijd heb ik geen tijd om me daar druk over te maken.”

Slechts één keer zag Van Dijk af van deelname. Dat was een paar jaar geleden toen ze een uitnodiging kreeg voor een wedstrijd over 56 kilometer, in de buurt van het Argentijnse Santa Fe. In Zuid-Amerika nemen ze het niet zo nauw met de voorschriften, weet Van Dijk, en in samenspraak met haar privé-coach bedankte ze voor de eer. “Het is daar meestal zwemmen in troebel water en daar pas ik voor. Ik durf veel, maar neem geen onverantwoorde risico's.”

Naast de hulp van trainer Gerard Meurs kan Van Dijk vandaag in Sevilla rekenen op de steun van haar vriend Hans van Goor, een voormalig langeafstandszwemmer die een bewogen carrière achter de rug heeft. Twee jaar geleden bedwong hij Het Kanaal. Dat kunststukje is voor maar weinig mensen weggelegd en Van Goor beschouwt de oversteek van Dover naar Calais nog steeds als de meest heroïsche daad die hij ooit heeft verricht.

Behalve een liefde voor elkaar delen Van Dijk en Van Goor een liefde voor het marathonzwemmen. Vorig jaar zette Van Goor een punt achter zijn sportieve loopbaan, maar de passie voor het langeafstandszwemmen heeft hij geenszins verloren. “De zolder heb ik ingericht als zwemmuseum. Overal bekers, foto's en kaarten. Echt prachtig.” Spijt van zijn beslissing om de wedstrijdsport vaarwel te zeggen, zegt hij niet te hebben. “Het was een weloverwogen keuze. Mijn maatschappelijke carrière genoot voorrang. Maar ik ben blij dat ik hier vandaag ben.”

Aan enthousiasme ontbreekt het hem inderdaad niet. Vlak na het startschot springt de 26-jarige directiesecretaris op een mountainbike en raast hij, gewapend met de nationale driekleur, langs de oevers van de Guadalquivir. “Edith verdient mijn steun. Misschien dat mijn aanwezigheid haar inspireert.” Maar het geluk laat hem halverwege het parcours in de steek. Een gebroken ketting maakt een einde aan zijn tocht. Hij werpt de fiets in de berm en op een drafje vervolgt hij zijn weg.

Van Dijk ligt na drie kilometer op de zesde plaats en lijkt kansloos voor een plaats op het podium. Maar tot verbazing van haar supporters, tien in getal, blijkt ze over verborgen krachten te bechikken. Met een uiterste krachtsinspanning passeert ze twee concurrentes en krijgt ze zowaar de nummer drie, de Hongaarse Rita Kovacs, in het vizier. In de slotmeters perst ze er zowaar nog een sprint uit, maar verder dan de vierde plaats in 1.01,08 komt ze uiteindelijk niet. Coach Meurs gloeit niettemin van trots en prijst zijn pupil. “Edith kan een hoog tempo vasthouden. Dat is haar kracht.”

Van Goor heeft inmiddels ook de finish bereikt en sluit zijn vriendin met een rood aangelopen hoofd in de armen. “Goed gedaan, hoor. Jammer van die laatste paar meters, maar goed gedaan. Ik ben trots op je.” Van Dijk daarentegen is minder te spreken over het wedstrijdverloop. “Het was duwen en trekken. Wat sommigen zich vandaag allemaal permitteerden, dat was echt ongelooflijk. Steeds kreeg ik een tik op mijn benen of werd ik kopje onder geduwd.”

Zelf liet Van Dijk zich ook niet onbetuigd in het strijdgewoel. “Mocht je zodadelijk een Tsjechische zien met een flinke kras op haar rug, dan weet je dat ik ben langs geweest”, grijnst ze.

Begin volgend jaar wacht haar de volgende uitdaging als de WK in Perth op het programma staan. Van Dijk heeft haar zinnen gezet op een goed optreden in de Australische kustwateren. Komende maanden staat haar leven in het teken van afstuderen en zeewater. Het wordt een zware opgave, weet Van Dijk. “Want ik hou niet van hoge golven.”