C. NANCARROW 1912 - 1997; Man van veel noten

Volgens Bluff your way in Music is moderne muziek bij uitstek geschikt om stoute kinderen weer op het rechte pad te krijgen. Of kan avant-garde wel degelijk ook amuseren, hoeft experiment entertainment niet uit te sluiten? Zulke vragen roept het oeuvre op van de vorige week zondag in zijn woonplaats Mexico City overleden Amerikaans-Mexicaanse componist Conlon Nancarrow (84).

Hij was een man van weinig woorden, maar des te meer noten, altijd bedachtzaam en bescheiden in zijn interviews, maar roekeloos overrompelend in zijn zowel gek makende als vrolijk stemmende ritmisch-metrische labyrinten.

György Ligeti stuitte zomer 1980 in Parijs op platen van Nancarrow en was op slag verloren: “Deze muziek is de grootste ontdekking sinds Webern en Ives. Zijn muziek is hoogst origineel en daarbij genietbaar, perfect van constructie en van een emotionele zeggingskracht, voor mij het beste wat welke levende componist dan ook heeft te bieden.”

Ligeti raakte vooral in de ban omdat hij onafhankelijk van Nancarrows experimenten in zijn eigen Monument voor twee piano's uit 1976 op soortgelijke 'Escher'-achtige constellaties uitgekomen was als Nancarrows Study nr. 20. Frank Zappa werkte samen met Nancarrow en ook Elliot Carters metrische modulaties zijn niet denkbaar zonder Nancarrow. Carter reageerde gereserveerder op Nancarrows studies, die hem te eenzijdig percussief en mechanisch zijn, zoals hij ook Henry Cowells experimenten enigszins wenste te bagatelliseren. Cowells onderzoekingen, neergelegd in New musical resources (1930) brachten Nancarrow op het idee zijn muziek geheel in de hand te houden door zijn composities te stansen voor de mechanische piano, toon voor toon gaatjes in een rol prikkend. Een werk van vier à vijf minuten - de gemiddelde lengte van zijn studies - kostte hem een jaar.

Conlon Nancarrow, geboren op 27 oktober 1912 in Texarkana te Arkansas, studeerde muziek in Cincinnatti, waar hij tevens trompet speelde in een jazzband met als favorieten Louis Armstrong, Earl Hines en Bessie Smith. Zijn werk bevat veel canonische verwikkelingen, vaak wordt gewezen op verwantschap met Bach. Daarna werden Stravinsky en Cage zijn favorieten. Study 44 for two player piano's is duidelijk horig aan Cage.

Teleurgesteld door ondermaatse uitvoeringen van zijn hels lastige muziek kwam hij tot zijn idee van een mechanische reproduktie. De eerste stukken voor mechanische piano's uit 1949 zijn blues-studies naast flamenco-modellen. Vanaf Study nr. 13 wordt zijn muziek abstracter, atonaler en bovenmenselijk: niet meer realiseerbaar door mensenhanden.

Die hang naar de flamenco zal te maken hebben met zijn bezoek aan Spanje, waar Nancarrow tegen Franco stelling nam in de Abraham Lincoln Brigade. Bij terugkomst was hij wegens zijn communistische sympathieën persona non grata en gedwongen uit te wijken naar Mexico. Zijn huwelijk met de Amerikaanse schilderes Annette Stephens, een uitgesproken extraverte persoonlijkheid, hield geen stand.

Bizar zijn de transcripties die Ivar Mikashoff maakte van enkele Nancarrow-studies voor 'gewone' instrumenten. Die doen denken aan Tsjechische kubisten die kleuren toepasten. Kubistische schilderijen horen bruin-zwart te zijn, niet afleidend van de essentie, te weten vorm-experimenten. Nancarrows studies zijn bewegingsexperimenten. Er is geen kleur, de klank is percussief, zeker op de eerste platen op het label Arch Records die in 1977 verschenen. Toen een van de twee instrumenten uit 1927 het tijdens een opnamesessie begaf, werd die klank minder meedogenloos. De studies in een ongekend hoog tempo, met soms meer dan honderd noten per seconde, geestig en grotesk, meer Mickey Mouse dan Bach, werkten in Europa sinds Nancarrows doorbraak in de jaren tachtig, verfrissend èn verwarrend. Want mag avant-garde wel leuk zijn? In Amerika en Mexico is het kennelijk geen vraag.

    • Ernst Vermeulen