Zorg over pensioen komt vaak te laat

Een werknemer die arbeidsongeschikt raakt, blijft aanvullend pensioen opbouwen bij het pensioenfonds van zijn oude werkgever zonder dat hij daarvoor nog premie hoeft te betalen. Voorwaarde is wel dat hijzelf binnen één jaar bij het pensioenfonds een verzoek indient tot deze 'premievrije voortzetting van deelneming'.

Wie dat vergeet, of niet eens weet dat het pensioenfonds zo'n voorwaarde hanteert, kan op zijn 65ste verjaardag tot zijn schrik merken dat het pensioen een stuk lager uitvalt dan verwacht. Het pensioenfonds toont in zulke gevallen zeker niet altijd clementie. Standaardverweer daarbij is dat de regels op de juiste manier zijn toegepast.

“Dat is natuurlijk ook zo. Maar het gaat om mensen die veelal nog geheel in beslag genomen worden door het verwerken van een ommekeer in hun leven, die soms nog te ziek of te overspannen zijn om aan andere zaken zoals pensioen te denken. Daar zouden de pensioenfondsen meer oog voor kunnen hebben”, zegt Ombudsman Pensioenen mr. J. de Ruiter. Veel van de klachten die De Ruiter in zijn eerste anderhalf jaar als ombudsman ontving, hebben betrekking op de weigering van pensioenfondsbestuurders om een te late aanmelding voor premievrije voortzetting nog in behandeling te nemen. “Voor de betrokkenen is dat vaak onbegrijpelijk. 'Wat is het belang van het fonds om het verzoek af te wijzen?', vragen ze dan. 'Als ik me op tijd had aangemeld, hadden ze toch ook moeten betalen'.”

Voor De Ruiter valt er in zulke gevallen formeel weinig te doen. Hij mag als ombudsman alleen (individuele) klachten behandelen die betrekking hebben op de uitvoering van het pensioenreglement van een aangesloten pensioenfonds. Als de regels goed zijn toegepast, is het einde verhaal, al probeert De Ruiter niettemin als bemiddelaar tussen klager en pensioenfonds op te treden. In het geval van de premievrije doorbetaling heeft dat in een aantal gevallen succes gehad, al houden ook fondsbesturen vast aan de formele regels - ondanks een oproep van de overkoepelende organisaties om soepel met de aanmeldingstermijn om te gaan. “Dit is typisch een onderwerp voor frappez toujours, en hopen dat de branche als geheel daardoor uiteindelijk tot een goed beleid komt”, aldus De Ruiter.

Vierentwintig jaar nadat de verzekeraars een ombudsman levensverzekeringen (eveneens De Ruiter) instelden, en elf jaar na de banken (die over een klachtencommissie beschikken), hebben de twee koepelorgansiaties van de pensioenfondsen, na wat politieke aansporingen, ook een onafhankelijke ombudsman ingesteld.

Onwetenheid, onbegrip en drempelvrees blijken voor veel klagers de belangrijkste redenen om zich te wenden tot de ombudsman. Omdat werknemers niet goed begrijpen hoe het pensioen is geregeld, komt het regelmatig voor dat het pensioenresultaat tegenvalt bij de verwachtingen. “Wat hun bezwaarde, was in vele gevallen een probleem dat voortkwam uit onvoldoende bekendheid met de materie. Deels was dit te wijten aan eigen onachtzaamheid, in een niet te verwaarlozen aantal gevallen echter ook aan onvoldoende (kwaliteit van de) voorlichting, vooral in het verleden”, schrijft De Ruiter in het vorige week gepubliceerde jaarverslag 1995/96 van de Ombudsman Pensioenen.

Pensioenfondsen hebben geen wettelijke verplichting om hun deelnemers regelmatig van (toegankelijke) informatie te voorzien. Sommige pensioenfondsen laten pas iets van zich horen als de uitkeringsdatum is ingetreden, anderen sturen wel keurig ieder jaar een overzicht, maar verzuimen duidelijk te maken wat de vermelde gegevens concreet voor betekenis hebben. Juist omdat pensioenreglementen zelf al lastig leesvoer zijn, is het volgens De Ruiter van groot belang dat de pensioenfondsen proberen zo helder mogelijk te zijn in hun voorlichting.

Veel mensen durven met hun klacht of vraag niet aan te kloppen bij het eigen pensioenfonds. “Het lijkt alsof ze een soort drempelvrees hebben”, aldus de ombudsman. “Wanneer hun in telefonisch contact wordt geadviseerd om aan het pensioenfonds zelf om inlichtingen te vragen, is de reactie er soms een van verbazing, van teleurstelling, van terughoudendheid of van machteloosheid”, schrijft hij in het jaarverslag. Anderzijds blijkt ook dat mensen pas belangstelling krijgen voor hun pensioen als de 65ste verjaardag in zicht komt. Reparatie van eventuele fouten in het verleden is tegen die tijd zeer lastig of zelfs onmogelijk geworden.

Tegenvallende pensioeninkomsten kunnen door verschillende gebeurtenissen veroorzaakt zijn. Bijvoorbeeld door wijziging van het pensioenreglement, door wettelijke veranderingen (zoals de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding), door pensioenbreuk als gevolg van baanverandering of doordat de werkgever de zaken met het pensioen niet goed heeft geregeld. In het jaarverslag noemt De Ruiter het voorbeeld van een werknemer wiens bedrijf ten gevolge van bedrijfsovername en uitleenconstructies afwisselend in twee verwante bedrijfstakken werkzaam was geweest. Zonder het te beseffen had deze werknemer twee pensioenbreuken opgelopen, hoewel hij in zijn beleving altijd voor één baas had gewerkt.

Natuurlijk, zo zegt De Ruiter, gaat er ook bij de pensioenfondsen zelf wel eens iets mis. “Er kan een fout zitten in de opgave van het op te bouwen of al bereikte pensioen, die aan geen van beide zijden wordt opgemerkt.” In sommige gevallen kan het fonds gehouden worden aan de verstrekte opgave (als die tenminste in het voordeel van de pensioengerechtigde is), soms kan het fonds zich verweren met het argument dat de deelnemer had kunnen weten dat de toezegging niet kon kloppen. “De vraag die in zulke gevallen wordt gesteld, is of de deelnemer in redelijkheid mocht vertrouwen op de opgewekte schijn van juistheid of dat hij redelijkerwijs moest begrijpen dat het om een fout ging. De deelnemer wordt dus wel geacht zijn gezond verstand te laten werken”, aldus de ombudsman.

Om problemen en onduidelijkheden rond het pensioen zoveel mogelijk te vermijden, is het volgens De Ruiter raadzaam dat mensen altijd een eigen archief bijhouden van pensioendocumenten. Bij verschillende klachten bleek dat de deelnemer de papieren liet bewaren door de werkgever, met soms funeste gevolgen. In enkele gevallen bleek dat de werkgever de betrokken werknemer nooit had aangemeld bij het pensioenfonds of verzuimd had premies over te maken. “Maar ook het pensioenfonds kan wel eens een stukje van het archief in de kelder kwijtraken. Dus, of mensen de inhoud van de stukken nu wel of niet begrijpen, gooi in ieder geval niets weg. Bouw een eigen pensioendossier op, dan sta je een stuk sterker.”

    • Menno Tamminga
    • Marcella Breedeveld