'Wij Tsjechen mogen de zigeuners niet'

In de Tsjechische stad Ostrawa wonen veel Roma. Zij willen allemaal emigreren naar Canada. “Alle Tsjechen zijn racisten”, zeggen ze.

OSTRAWA, 16 AUG. Midden in de okergele weilanden staan felgekleurde torenflats. Dit moet Ostrawa zijn, een stad met 360.000 inwoners en met de grootste Roma-populatie van heel Tsjechië. De naar officiële schattingen 25.000 Roma van Ostrawa zijn sinds een week in rep en roer. Ze hebben een door de journalist Josef Klima gemaakte documentaire op de commerciële zender Nova gezien en denken nu dat Canada een paradijs voor Roma is. De vluchten naar Canada zijn tot eind oktober volgeboekt.

De Roma wonen in eigen wijken, maar niet iedereen in Ostrawa wil vertellen waar deze wijken liggen: “Roma? Gipsy? Zigeuners? Waar heeft u het over?” houden twee dames vol. Radka, een jonge telefoniste van de taxicentrale in Ostrawa, vindt het geen goed plan om er heen te gaan. “Ze zullen je beroven”, waarschuwt ze. “Wij Tsjechen mogen de zigeuners niet. Ze zijn anders dan wij. Ik weet niet of ze lui zijn, maar ze willen gewoon niet werken. En ze houden hun huizen niet schoon.”

Onder de taxichauffeurs ontspint zich een discussie over de Roma. “Vroeger was dat anders”, zegt er een, “vóór 1989 konden Tsjechen en zigeuners goed met elkaar opschieten. Maar ze zijn erg veranderd. Ze stelen nu als de raven.” Eén chauffeur is bereid me naar het gipsy-getto te brengen. En uiteindelijk laat Radka zich overhalen om mee te gaan als tolk.

We rijden naar Štramberska, een wijk met verpauperde arbeiderswoningen uit de jaren dertig. Kapotte ramen, verrotte kozijnen, roestige stalen platen op de deuren. De taxichauffeur, die mij net nog uitlegde dat Tsjechen en Roma nooit met elkaar overweg konden, omhelst de 'baas' van deze woonburcht. De twee mannen staan even gearmd en dan begint de baas te vertellen: “Alle Tsjechen zijn racisten en wel voor 100 procent.” Radka vertaalt dat als 99 procent, kennelijk gaat 100 haar te ver. De baas is nu goed op dreef en Radka slikt: “Hij zegt dat we allemaal van nature racisten zijn. Het zit in ons.” De baas ziet dat zij het daar moeilijk mee heeft en zegt verzoenend: “Diep in zijn hart is elk mens een beetje een racist.”

Inmiddels hangen mensen op alle balkons, zwaaien en roepen naar beneden. “We all want to go to Canada. All of us. They are no good here”, roept een jonge vrouw. Ze zegt uit Slowakije te komen en sinds twee jaar in Tsjechië te wonen. Ze is erg teleurgesteld. “Het is hier even slecht als in Slowakije”, verzucht ze. Een jonge man die goed Duits praat komt erbij staan. Hij waarschuwt mij voor de Tsjechen. Ze haten de Roma, zegt hij. Hij is zelf Tsjech. Toen zijn vader de gevangenis in moest, kwam hij op straat te staan. “Niemand wilde mij helpen. Alleen de mensen hier hebben mij opgenomen en nu gaat het weer goed met mij. Het zijn goede mensen, maar ze worden afschuwelijk behandeld.”

Pagina 5: 'Zelfs een zwembad mogen we niet in'

De 'baas' kijkt mij recht aan en zegt: “Wij Roma worden overal op de wereld gehaat. Waarom? Hitler heeft ons naar de gaskamers gestuurd, de communisten zeiden dat we geen cultuur hadden en Klaus [premier Václav Klaus, red] zegt dat we geen opleiding hebben.”

“En die zullen we ook nooit krijgen want 90 procent van onze kinderen gaat naar 'speciale' scholen, omdat Tsjechische ouders niet willen dat hun kinderen met die van ons in één klas zitten”, legt een andere man uit.

Toch willen deze Roma geen van allen naar Canada. Ze maken zich geen illusies. “Als we hier geen werk kunnen krijgen, waarom zou het daar dan wel lukken?” Ze willen helemaal niet weg, ze willen alleen niet onder zulke erbarmelijke omstandigheden leven, zeggen ze. “We worden hier zo vernederd! We mogen geen zwembaden in, worden uit restaurants gegooid en op straat door skinheads in elkaar geslagen. Een paar van ons zijn zelfs doodgestoken en de politie doet er niets aan.” De 'baas' mengt zich nu weer in het gesprek. “De agenten beledigen en treiteren ons en als wij dan een verkeerd woord zeggen, slaan ze toe.”

De voorzitter van de Roma-gemeenschap, Liana Janackova, heeft haar kantoor in een veel betere wijk. Ze staat op het punt om met vakantie te gaan en heeft weinig tijd. Mag ik dan met haar vervanger praten? Beslist schudt ze het hoofd. “Nee, wij hebben hier schoon genoeg van de Canada-gekte.” Als we weer buiten staan, stapt de taxi-chauffeur op de postbode af. Een vriendelijke vrouw van middelbare leeftijd die op een fel roze fiets de post rondbrengt. Heeft ze last van de zigeuners? vraagt hij haar. Nee, ze heeft geen problemen. Zij wordt gerespecteerd, zegt ze trots. Daarmee is de man niet helemaal tevreden. Wil ze niet wat over de zigeuners vertellen? “Ach”, zegt de vrouw, “natuurlijk veroorzaken die mensen veel overlast. Toen ze geëvacueerd moesten worden, konden ze in een school terecht. Dat gebouw is nu rijp voor de afbraak. Wat niet vernield is, hebben ze verkocht. Ik vind het ook zo raar, dat ze geen voedsel of luiers voor de baby's hadden meegenomen, toen ze voor het water moesten vluchten. Maar wel hun videobanden!”

De derde Roma-wijk, šov, is zichtbaar door de watersnood getroffen. Aan de muren van de huizen is goed te zien hoe hoog het water heeft gestaan. Veel huizen staan leeg en door het water vernield meubilair ligt op straat. De vuilstortplaatsen puilen uit. Ook hier worden we snel door druk pratende mensen omringd. Of ik weet wat hun problemen zijn? Ze worden als uitschot behandeld en door skins in elkaar geslagen. Ze willen allemaal naar Canada. Wat ze zullen doen als Canada tegenvalt? Ze halen hun schouders op. “We zullen zien. Nu hebben we eindelijk weer hoop. We willen niet rijk worden, we willen alleen maar gelukkig zijn”, roepen ze. Een oude vrouw begint te vetellen en de weerzin van Radka om te vertalen groeit. “Onder de communisten was alles beter”, vertaalt Radka. Deze vrouw is niet goed bij haar hoofd, dat staat voor haar vast.

Wat er beter was? “We hadden werk en een eigen organisatie waar we in geval van nood konden aankloppen. Nu hebben we helemaal niets meer.”