Vermeend bindt strijd aan met 'handige' adviseurs

Zit er een lek in de overdrachtsbelasting? Niet volgens staatssecretaris Vermeend (Financiën) maar wel naar de mening van verscheidene belastingadviseurs en notarissen. Die wijzen niet alleen hun eigen cliënten op de maas in de wet, ze brengen ook in het samenzweerderige sfeertje van de talloze dure seminars over belastingbesparing hun mening naar voren.

Hun tip is om een onzorgvuldigheid in een wettelijke formulering te benutten om aanzienlijke bedragen aan overdrachtsbelasting te besparen.

Vermeend heeft schoon genoeg van de steeds breder postvattende stelling dat er iets mis is en heeft een soort openbare waarschuwing de wereld in gestuurd. Hij is er van overtuigd dat de Hoge Raad hem als het er op aankomt zal steunen.

Het lek zou zich specifiek voordoen bij de overdracht van grond. Het kan bijvoorbeeld gaan om bouwgrond of weilanden. Daarvoor is men (afhankelijk van de omstandigheden) 17,5 procent BTW dan wel 6 procent overdrachtsbelasting verschuldigd. Het is navrant dat het lek is gesignaleerd in een wetsbepaling die in 1995 is ontworpen om een ander lek te dichten.

In beide gevallen gaat het om een bijzondere vorm van eigendomsoverdracht. Naast een gewone alomvattende verkoop bestaat er ook de zogenaamde 'overdracht van economische eigendom' (dus van alle kansen op voor- en nadeel), waarbij de juridische eigendom bij de verkoper achterblijft.

De overdrachtsbelasting haakte oorspronkelijk alleen in op de volledige eigendomsoverdracht, maar kent sinds 1 januari 1996 met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995 een voorziening om de belastingheffing ook bij een economische eigendomsoverdracht te waarborgen.

Die reparatiewet regelt dat over de verkoopprijs het normale tarief van zes procent overdrachtsbelasting wordt geheven, zodra er 'tenminste enig risico van waardeverandering en tenietgaan' is overgedragen. In die bewoordingen kan men een dubbele voorwaarde lezen: het moet gaan om het risico van waardeverandering en daar bovenop om het risico van tenietgaan.

Slimme belastingadviseurs en notarissen stellen dat er bij grond welbeschouwd geen risico van tenietgaan bestaat. Aan één van de twee voorwaarden die in de wet worden genoemd, is dus niet voldaan. Om dat nog helderder te maken, stellen ze akten op waarbij wel de risico's van waardeverandering worden overgedragen, maar waarbij de oorspronkelijke eigenaar het volledige (zij het onbestaanbare) risico voor het verloren gaan van de grond blijft dragen.

Er is dan dus zeker niet voldaan aan de tweede voorwaarde die de wet stelt voor een belaste verkoop en de fiscus grijpt tot grote voldoening van de adviseurs achter het net. Slechts een nieuwe reparatiewet kan in hun visie uitkomst brengen.

Met dat soort lepe redeneringen jaagt men staatssecretaris Vermeend steevast op de kast. Hij stelt in de eerste plaats dat een objectieve lezer uit de wetsbepaling geen twee afzonderlijk naast elkaar bestaande voorwaarden kan distelleren. Maar mocht dat wel zo zijn, dan vindt de bewindsman het onaanvaardbaar als men met een dergelijke letterlijke wetsinterpretatie gaten in de wet kan schieten.

Het gaat het er om een 'redelijke wetstoepassing' te vinden, aldus Vermeend.

De discussies in de Tweede en Eerste Kamer maken het volgens hem volkomen duidelijk wat men daar voor ogen had. Vermeend is er van overtuigd dat de Hoge Raad hem met deze interpretatie niet in de steek zal laten. Vooruitlopend op het oordeel van onze hoogste rechter heeft de staatssecretaris zijn belastinginspecteurs opgedragen de ontwijkingsconstructie te negeren en gewoon overdrachtsbelasting te heffen.

Tegelijk heeft hij aan degenen die zich specialiseren in het uitbuiten van belastingconstructies het signaal afgegeven dat hij zijn strijdvaardigheid nog niet is verloren.