Verenigde Staten; De brutale roddelkoning van het internet

WASHINGTON, 16 AUG. Twee jaar geleden verkocht Matt Drudge nog T-shirts in het souvenirwinkeltje van de televisiemaatschappij CBS in Hollywood. Maar dezer dagen is zijn naam te vinden in vrijwel alle Amerikaanse media. Drudge (30) is de oprichter en enige redacteur van Drudge Report, een nieuwsbrief op het internet met roddels en geruchten uit de politiek en de show business.

Het weekblad Time heeft hem uitgeroepen tot de koning van de nieuwe junk-media, The Washington Post wijdde deze week drie stukken aan hem en de respectabele New York Times ging gisteren zelfs in een hoofdartikel in op het fenomeen Drudge.

Drudge is een roddeljournalist zoals er talloze zijn: hij is brutaal, neemt het niet erg nauw met de feiten, stoort zich niet aan journalistieke regels als hoor-en-wederhoor en soms heeft hij een heuse primeur. De afgelopen weken heeft hij de plank een paar keer volledig misgeslagen met verhalen die niet bleken te kloppen, waarna hij zich verontschuldigde met het argument: “Maar ik dacht dat ik tachtig procent van de feiten had”. De media die zichzelf zien als de serieuze pers beschrijven Drudge met een mengeling van professionele minachting en geamuseerde vertedering. Hun fascinatie voor de roddelkoning, als voor een verre neef die in de goot is geraakt, kunnen ze nauwelijks onderdrukken.

Drudge heeft, zoals dat hier met bewondering wordt genoemd, “zichzelf uitgevonden”. Hij heeft een gat in de markt ontdekt: niet alleen particulieren zijn geïnteresseerd in zijn halfbakken feiten, maar ook journalisten van de serieuze media houden goed in de gaten wat hij schrijft. Zo nu en dan geven ze dat door aan hun eigen lezers - meestal onder het mom dat er “opschudding” over is ontstaan. Zo hoeven ze niet het banale nieuws van echtelijke ontrouw of de onbevestigde berichten over politieke misstanden in de kop te zetten, maar kunnen ze het verhaal ophangen aan wat tegen die tijd met een beetje goede wil een maatschappelijk of politiek debat genoemd kan worden.

Zelf is Matt Drudge een deel van zijn product. Met een kleine gleufhoed op zijn pafferige hoofd appelleert hij onweerstaanbaar aan een romantisch beeld van de journalist als straathond. Zijn grote voorbeeld is Walter Winchell, columnist en radiocommentator die in de jaren dertig en veertig een miljoenenpubliek bereikte met een mengeling van politieke commentaren en roddel over de show business. Drudge poseert als een ouderwetse lastpak, maar ook als oer-individualist die vanuit zijn appartement annex kantoor in Los Angeles zijn verhalen de wereld in stuurt, niet gehinderd door lastige chefs die artikelen uit de krant houden als ze nog niet helemaal rond zijn.

Maar wat Drudge vooral onderscheidt van zijn vakgenoten, is dat hij zijn schrijfsels niet verspreidt via blaadjes die te koop zijn in de supermarkt, maar via het internet. Als een ware pionier van de riooljournalistiek nodigt hij zijn lezers uit om per e-mail tips aan hem op te sturen (“vertrouwelijkheid verzekerd”) en verwijst hij naar andere plaatsen op het net waar meer informatie te vinden is. Het is alsof Drudge voor veel lezers door het nieuwe medium een aura van betrouwbaarheid krijgt. Wat radio, tv en kranten melden wordt door steeds meer mensen met een fikse korrel zout genomen, maar wat op een computerscherm verschijnt heeft nog altijd een haast wetenschappelijke glans. Op die manier kon deze maand het nepbericht dat de schrijver Kurt Vonnegut het academische jaar aan het Massachussets Institute of Technology had geopend met een toespraak die begon met de woorden: “Dames en heren, gebruik zonnebrand!” via het internet de landelijke pers halen.

Commentatoren in de traditionele media sporen internet-schrijvers nu aan om hun verantwoordelijkheid te nemen, en zich in te houden bij het verspreiden van berichten van twijfelachtig allooi. Dat de serieuze pers misschien zélf wat terughoudender moet zijn, en minder gretig de bakerpraatjes moet overnemen die rondzoemen op het internet en op de papieren danwel elektronische pagina's van de roddelpers, lijkt voorlopig te veel gevraagd. Want hoe hadden de lezers van Newsweek (en hierbij ook die van NRC Handelsblad) anders moeten vernemen dat de veelbesproken “opvallende kenmerken” bij de geslachtsdelen van president Clinton - die een rol spelen in de aanklacht van Paula Jones wegens ongewenste intimiteiten - de tatoeage zijn van een adelaar? Van dit nieuws is geen enkele bron of bevestiging bekend anders dan Drudge Report, maar wie onthoudt zijn lezers dit “potentiële feit”?

Begin deze week publiceerde Drudge dat een medewerker van Clinton een verleden heeft van vrouwenmishandeling - een bewering die hij inmiddels heeft moeten terugnemen, maar die hem waarschijnlijk toch op een rechtszaak wegens smaad komt te staan. Het hele verhaal, inclusief de ingetrokken aantijging, heeft inmiddels de grote media gehaald. Want die mogen er nog altijd een andere journalistiek aanpak dan de roddelpers op na houden, ze schrijven steeds vaker over dezelfde onderwerpen.