Pensioenmoestuin

Een lezeres (29) erfde een pakketje van 30.000 gulden met aandelen Florente Fund, Divirente Fund en Lux-o-rente fund, obligatiefondsen van Robeco, en een Robeco AEX Garantfund, een clickfonds. Ze wil daarmee in de komende twintig jaar meer ouderdomspensioen opbouwen en daartoe gaan husselen met aandelen, spaargeld, verzekeringen en nabestaanden-lijfrenten. Hoe doe je dat?

Zo'n exercitie heeft alleen zin als je uitgaat van cijfers en data, als je tenminste niet alles zonder enige fantasie wil smoren in een verzekering, om louter fiscale redenen. Hoe kom je aan streefgetallen?

Laten we uitgaan van pensionering op 65 jaar. De (luxe) regel luidt dat iemand circa 70 procent van zijn laatste salaris, inclusief AOW, als pensioen moet ontvangen; de eindloonregeling. Mevrouw valt in de eerste belastingschijf en verdient dus minder dan 46.000 gulden per jaar. Voor de berekening nemen we 40.000 als 'laatste' salaris, want het inkomen bij pensionering is nu natuurlijk onbekend. Het pensioen moet uitkomen op 28.000 gulden (70 procent van 40.000), waarbij inbegrepen bijna 20.000 gulden alleenstaanden-AOW.

De eigen reserve moet over 36 jaar naar schatting 15 jaar lang 8.000 gulden (28 min 20) per jaar opleveren. Er hoeft niets over te blijven. Stel dat op dit potje gemiddeld 6 procent per jaar haalbaar is, door in obligaties te beleggen, dan moet je die 8.000 met de factor 9,712249 vermenigvuldigen (zonder met overlijden rekening te houden) om op het beginsaldo van 77.698 uit te komen. De factoren zijn bij 8 procent, 7 procent, 5 procent en 4 procent respectievelijk 8,559479; 9,107914; 10,379658 en 11,118387. Hoe kom je straks aan bijna 78.000 gulden? Daarvoor is nu slechts 19.000 gulden nodig, die ieder jaar (onbelast) bijvoorbeeld 4 procent rente op rente oplevert. Of, wanneer je met niets begint, ieder jaar een besparing van circa 1.000 gulden tegen 4 procent, wat goed past in de bedrijfsspaarregeling waaraan mevrouw deelneemt.

De conclusie luidt dat schuiven met aandelen, verzekeren of wat dan ook op dit moment, uitgaande van de aangenomen cijfers, niet nodig is. Dat verandert wanneer zij meer gaat verdienen, in een pensioenregeling gaat deelnemen, tijdelijk stopt met werken of al op 55 jaar (gedeeltelijk) wil stoppen met werken. Dan zal er om op die 70 procent te blijven meer nodig zijn dan de genoemde 8.000 gulden.

Stel dat deze lezeres dat zelf wil regelen, haar eigen moestuintje wil onderhouden, hoewel ze niets van tuinieren weet. Net als bij een echte tuin, moet je weten wat je wilt: bedragen en jaren. Laten we eens heel optimistisch dit veronderstellen: vanaf 55 jaar een uitkering van 24.000 gulden per jaar, uit eigen tuin, 30 jaar lang, met interen. Kan dat met de huidige middelen?

Omdat het nu om een lange periode van 30 jaar gaat, wordt de reserve niet belegd in obligaties maar in aandelen en nemen we geen 6 procent maar 8 procent rendement. Dertig jaar 24.000 tegen 8 procent komt uit op een contante waarde van 270.000 gulden, die over 16 jaar beschikbaar moet zijn. Teruggerekend naar vandaag, tegen 8 procent onbelast, komt dat neer op bijna 80.000 gulden.

Ze heeft nu ongeveer de helft om te beleggen. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, we zijn uitgegaan van een optimistisch doel. Te optimistisch, blijkt uit de berekening. Dat is inherent aan plannen.

In werkelijkheid ziet het er gunstiger uit. De spaarloonregeling en de spaarrekening voor de gedeblokkeerde inleggelden zorgen al voor een aanvullend pensioen van 8.000 gulden. Tussen nu en haar 65-ste zal ze vast nog wat pensioen opbouwen via een werkgever, bijvoorbeeld 16.000 gulden. De behoefte na 65 jaar, 24.000 is hiermee gedekt. Voor de tien voorafgaande jaren blijft 24.000 gulden per jaar nodig. Dat is contant op 55 jaar, tegen 8 procent en met interen, 161.000 gulden, of op dit moment 47.000. Dat is met passen en meten net haalbaar.

Voorwaarde is wel dat de drie obligatiefondsen op een geschikt moment worden omgezet in één of meer Nederlandse aandelenfondsen in guldens, die zich meer richten op onbelaste koerswinst dan op belast dividend. Die drie fondsen zijn gericht op belastingvrije groei (na aftrek van 35 procent vennootschapsbelasting), dividend-uitkering op obligaties en fictief rendement op een in Luxemburg gevestigd fonds. Geknipt voor een ouder iemand, maar niet voor een 29-jarige die andere doelen nastreeft.

Zeven aandelenfondsen die wereldwijd beleggen lopen qua rendement over de afgelopen 5 jaar (bron: Mees Pierson) uiteen van 15,8 procent tot 20,3 procent per jaar. Van goed naar iets minder zijn dat: ABN Amro Aandelen Fonds, Aegon Aandelenfonds, Delta Lloyd Investment Fund, OBAM, Postbank Aandelenfonds, Robeco en Rolinco. Het is aan de briefschrijfster daar uit te kiezen of toch een ander fonds te nemen. De nabestaandenrenten kunnen ook in aandelen gaan, wanneer ze voldoende andere inkomsten geniet.

    • Adriaan Hiele