Opvoedcursussen tegen onzekerheid en onrust; De goed genoeg ouders

Geboren ouders lijken niet meer te bestaan. Wie twijfelt aan zijn kwaliteiten als opvoeder kan zich wenden tot een antistresscursus, het pedagogische spreekuur of de opvoedtelefoon. Met een certificaat als beloning. 'Vroeger deed ik maar wat, nu heb ik een idee.'

Kinderen worden gemaakt, ouders niet. Ouders zíjn. Ze zijn tegelijk oorzaak en gevolg van hun kinderen. Van de ene dag op de andere is iemand ouder en met de geboorte van het kind ontstaan specifieke eigenschappen zoals ouderliefde, de behoefte om te verzorgen en groot te brengen, de drang om te beschermen. Dat is de natuur, zo gaat dat.

Maar soms gaat het niet zo en dan moeten ouders gemáákt worden. Of ze moeten worden bijgesteld, met een zetje hier en een duwtje daar. Die zetjes en duwtjes gaan met de opvoedtelefoon, het opvoedspreekuur, de oudercursus of de videotraining. Als het ouderschap ernstig uit de hand is gelopen en er echt gerepareerd moet worden, zijn er RIAGG's en therapeuten om kinderen en hun ouders te helpen.

Je hoeft alleen maar te lezen in een folder van bijvoorbeeld het Steunpunt Opvoeding Amstelland en de Meerlanden: Cursussen en workshops over bedplassen, over babymassage ('zowel voor moeder als baby zeer ontspannend en rustgevend'), over spelen met je baby, een cursus voor ouders met buitenlandse adoptiekinderen, over omgaan met kinderen bij echtscheiding en een cursus 'nieuwe partner-nieuw gezin', over drukke kinderen, over pesten en gepest worden. Op ouderavonden kan een opvoedingsdeskundige langskomen om over televisie te praten, of over pesten, over kinderangsten, seksuele opvoeding, drukke kinderen, over belonen en straffen en over agressie.

Bovendien kunnen ouders naar een opvoedspreekuur als ze een individueel advies willen hebben. Willen ze onmiddellijk antwoord op een opvoedingsvraag dan kunnen ze de landelijke Opvoedtelefoon (0900-82122-05) bellen die elke dag en drie avonden openstaat.

Wie de hausse aan opvoedhulpmiddelen, cursussen en tijdschriften, voorlichting en trainingen overziet, moet wel denken dat de geboren ouder op z'n retour is. Er moet veel bijgesteld en gerepareerd worden, het geloof in de maakbare ouder is groot en er zijn tientallen mogelijkheden om matige en slechte opvoeders op te waarderen tot redelijke opvoeders.

Is het niet wat veel allemaal? Zijn al die avonden en cursussen over drukke kinderen en nieuwe gezinnen niet erg modieus?

Opvoedvoorlichting bestaat al heel lang, zegt Geraldien Blokland, een van de hulpverleners bij de Opvoedtelefoon en al twaalf jaar als pedagoog adviseur van ouders. Al in het begin van de eeuw waren er instanties die ouders voorhielden dat Rust, Reinheid en Regelmaat gouden regels voor de opvoeding waren. “Maar sinds een jaar of vijf is het aanbod aan opvoedingshulp wel enorm toegenomen. De vraag naar zulke hulp trouwens ook”, zegt Blokland.

De Opvoedtelefoon is een groot succes: vijf jaar geleden opgericht, het eerste jaar zevenhonderd keer gebeld en vorig jaar al bijna negenduizend keer. Negenduizend telefoontjes over slaapproblemen bij peuters, over kleuters die niet willen luisteren, over geruzie en agressief gedrag van schoolkinderen.

“Bij de Opvoedtelefoon merken we dat mensen kennelijk hun schroom hebben overwonnen om buitenstaanders om advies en hulp te vragen”, zegt Blokland. “Er rust nauwelijks nog een taboe op. Ze willen praktische oplossingen en dan ook vaak meteen. Maar zo werkt het niet, we hebben geen receptenboekje voor opvoedproblemen. Wat wij doen, is luisteren en advies geven.”

Wie meer wil dan een eenmalig advies, kan op cursus. Het succes daarvan is ook enorm; voor Opvoeden: zó, vijf avonden over 'basisvaardigheden', is er een wachtlijst. Erik hoefde niet te wachten, omdat hij een man is en mannen bij dit soort cursussen een minderheid zijn. De opvoedingsboeken die hij op aanraden van zijn vrouw had gehaald, bleken niets voor Erik te zijn. Na vijf bladzijden was hij de draad al kwijt, het was hem veel te theoretisch. “Voor mij was de cursus een verademing, omdat ik met andere ouders kon praten. Het waren heel herkenbare verhalen die je het idee geven dat je niet de enige bent die problemen heeft met z'n kinderen. Bij anderen is het soms nog veel erger heb ik gemerkt.”

Erik schreef zich in omdat hij in een uitzichtloze uitputtingsslag met z'n zoon van negen verwikkeld raakte. Als hij hem 's avonds naar bed stuurde, begon de ellende. Het kind wilde niet, en liet zich door zijn vader ook niet naar bed dragen. Of liever gezegd: hij liet zich naar boven dragen, maar kwam direct weer naar beneden. Elke avond werd dit gevecht tussen vader en zoon geleverd. Nooit was er een winnaar, want vader en zoon geven elkaar niets toe. “Mijn zoon is ontzettend eigenwijs en dat ben ik ook. We willen allebei altijd het laatste woord hebben. Dat botst.”

Een andere cursist uit de regio Amstelland, Marijke, vond dat ze iets moest ondernemen toen ze vaststelde dat de sfeer thuis eigenlijk altijd onaangenaam was. Ze was haar twee zoons alleen maar aan het verbieden en corrigeren. “Als ik mijn zoon van twaalf vroeg iets voor mij te doen, weigerde hij bijna altijd. Hij pestte zijn broer van zeven, hij lag altijd dwars. Het hoeft thuis niet altijd leuk te zijn, maar als het nóóit leuk is, zelfs steeds vervelender wordt, is er iets mis. Toen ik me dat realiseerde, en ook dat ik zelf geen idee had hoe ik de opvoeding weer in de hand kon krijgen, vond ik dat ik er iets aan moest doen.”

Vroeger ging zoiets eenvoudiger. Je zei tegen je zoon dat hij naar bed moest en hij ging. Je vroeg je dochter de tafel te dekken en ze deed het. En als een kind ongehoorzaam was, dan waren de sancties simpel en doeltreffend: een draai om je oren, over de knie, zonder eten naar bed of voorlopig niet naar de sportclub. Ouders die zelf vaak op deze overzichtelijke manier zijn grootgebracht, hoeven tegenwoordig niet meer aan te komen met rechttoe-rechtaanbevelen en al helemaal niet met sancties waar een kind zelf niet mee instemt. Wat dan? Moeten ouders streng optreden? Nog strenger? Toegeeflijker misschien? Meer door de vingers zien? Meer overleggen? Meer uitleggen?

De cursus was voor zowel Erik als Marijke een verademing. Gedeelde smart blijkt machteloze ouders ontzettend goed te doen - misschien is dat zelfs het belangrijkste effect van zo'n cursus. Want leerde Erik verder veel wat hij nog niet wist? Volkomen nieuwe dingen heeft hij niet gehoord, zegt hij, maar hij heeft wel geleerd te letten op de goede kanten van zijn kind. “Mijn gevoel was dat er elke dag ruzie was en dat ik elke dag wel eens uit m'n vel sprong. Op de cursus bleek dat een gewone dag over het algemeen eigenlijk wel goed verliep: m'n zoon had ook lekker gitaar gespeeld en een paar uur op straat gevoetbald met z'n vriendjes. Zo'n erge dag als ik eerst dacht was het helemaal niet geweest.”

Ook voor Marijke was het eigenlijk een cursus 'open deuren intrappen', maar dat vond ze niet overbodig. “Integendeel, het is geweldig als verborgen capaciteiten door zo'n cursus naar buiten komen.”

Straffen en prijzen

In een buurthuis in Amsterdam-West zitten acht vrouwen bij elkaar voor de laatste les van Opvoeden: zó. Ze hebben formulieren bij zich waarop ze hun huiswerk hebben geschreven en cursusleidster Hilde Marks neemt met hen door wat ze thuis hebben gedaan. Het onderwerp is straffen en prijzen. Een moeder vertelt dat ze het moeilijk vindt om complimentjes uit te delen, omdat ze dat niet gewend is. Kinderen leren daar meer van, zegt Hilde, en de moeder is het daarmee eens. “Ik heb mijn dochter geprezen omdat ze haar bed had opgemaakt. Ze heeft het daarna nog een paar keer gedaan. Misschien komt dat door mijn complimentjes.” Een andere vertelt dat ze haar zoon niet op z'n kop had gegeven toen hij op een schaal ging staan die op de grond stond. “Ik werd niet boos want hij deed het per ongeluk.”

Iedereen wordt beter van de nieuwe aanpak, hebben de moeders de afgelopen weken gemerkt. “Ik sta steviger in mijn schoenen”, zegt een moeder, “vroeger deed ik maar wat, nu heb ik een idee. Als ik nu 'nee' zeg, hou ik dat vol.”

Hilde Marks laat de moeders een lijst maken van beloningen. Knuffelen, zegt er een, samen winkelen, roept een ander. Iets aardigs zeggen. Samen naar opa fietsen. Geld voor snoep geven. Als de lijst lang genoeg is, mogen ze beloningen voor zichzelf opnoemen - want een moeder die zich prettig voelt en ontspannen, is ook belangrijk voor een goede opvoeding. De vrouwen zouden zichzelf belonen met een kopje koffie en benen op tafel, ze kijken naar een soap op televisie of gaan een uur sporten, ze gaan naar een vriendin. Of ze gaan naar de cursus, want ook dat beschouwen ze als beloning.

Vooral rust hebben ze op de cursus opgedaan. Ik ben kalmer geworden, zegt een moeder, het was een antistresscursus. De twijfel of ik het wel of niet goed deed is weggenomen, zegt een ander, dat is heel rustgevend. En volgens weer iemand anders is iedereen veranderd en zullen de kinderen voortaan zeggen: ga naar de cursus, want dan wordt het gezelliger thuis.

Als ze aan het eind van de ochtend een certificaat uitgereikt krijgen, zijn ze trots. Je kunt er maatschappelijk niets mee, maar het is belangrijk als bewijs, ook tegenover hun man. Ze blijken iets voor hun kinderen over te hebben, ze gaan beter opvoeden.

De vrouwen die deze cursus volgden, waren Turks. Maar ze deden het om precies dezelfde redenen als Nederlandse vaders en moeders die zich opgeven. En net zoals de kinderen van een Turkse moeder merken dat het effect heeft, zo zeggen de zoons van Marijke ook dat de cursus geweldig geholpen heeft. Het viel ze op dat er thuis niet meer zo geruzied werd, ze waren heel blij dat hun moeder naar cursus was gegaan. Ook bij Erik is de situatie verbeterd en de spanning voor een groot deel verdwenen. Zijn zoon is vaak vervelend, maar op zijn minst zo vaak aardig, stelt hij vast en hij prijst hem nu als hij iets aardigs doet. Dat heeft hij in ieder geval opgestoken. “Dat was wel een eye-opener voor mij.”

Slaapproblemen

De meeste opvoedingsproblemen lijken te gaan over ongehoorzaamheid, dwarsheid, geruzie van kinderen onderling. Je zou zeggen: problemen van alle tijden. Of veranderen de vragen van ouders in de loop der jaren? Nauwelijks, zegt Geraldien Blokland. Slaapproblemen bij peuters staan bovenaan de lijst en dat was twintig jaar geleden ook al een erkend probleem in het tijdschrift Ouders van Nu.

Lichte verschuivingen zijn er wel. Een 'roldoorbrekende opvoeding' en een 'vredesopvoeding' zijn helemaal uit de mode geraakt, daar loopt geen ouder meer warm voor. Problemen van deze tijd zijn pesten en druk gedrag, net als de vraag naar grenzen stellen: hoe lang mag een kind televisie kijken, hoe lang laat je een kind aan tafel zitten, hoe krijg je een kind op tijd in bed? “Bij Opvoeden: zó propageren we dat grenzen stellen juist goed is. Een ouder mag best iets uitleggen aan een kind, maar één keer uitleggen is voldoende.”

De overgang van het hiërarchische model van vorige generaties naar de gelijkheid tussen ouders en kinderen van nu heeft ouders onzeker gemaakt. Dát is het grootste probleem van deze tijd, zeggen de hulpverleners van de Opvoedtelefoon. Er is een opvallend verschil tussen hoe zij de vragen aan de telefoon omschrijven, en de manier waarop ouders dat doen. Op de toptien van vragen van ouders staan: slaapproblemen, eetproblemen, agressief gedrag, ongehoorzaamheid, zindelijkheid, koppig en dwars gedrag, pesten, aandacht vragen. De mensen aan de andere kant van de telefoon maken een ander rijtje. Hun toptien wordt aangevoerd door 'onzekerheid ouder', daarna volgen: grenzen stellen, pedagogische onmacht, bezorgdheid ouders, relatie ouder-kind, beleving ouderschap, puberteitsconflict, gebrek aan steun, verschil aanpak ouders.

Hebben ouders last van huilende peuters - of van hun eigen onzekerheid? Moeten ze een oplossing vinden voor ongehoorzaamheid - of voor hun eigen onmacht om hun kinderen zover te krijgen dat die naar hen luisteren?

Marjan Hoogland beaamt dat de onzekerheid van ouders tot problemen kan leiden, maar ze vindt die onzekerheid ook een overschat idee dat te veel wordt onderstreept. Hoogland coördineert in Amsterdam de videohometraining, een vorm van hulpverlening aan gezinnen die steeds populairder wordt. Met behulp van video-opnamen thuis zelf laat ze ouders zien waar het niet goed gaat in de contacten met kinderen, en vooral ook waar het wél goed gaat. Volgens haar praten de media het mensen aan, dat opvoeden moeilijk is en dat het desastreus kan uitpakken. Dat vindt ze een veel te zwaar oordeel. “Het gaat vaak om zulke kleine dingen die de sfeer thuis kunnen verbeteren. Praat wat meer met je kind, besteed eens wat extra aandacht aan hem, zeg wat vaker iets aardigs.”

Marjan Hoogland is net als Geraldien Blokland optimistisch over de kwaliteiten die de meeste ouders van nature hebben. Bij 85 procent van de ouders gaat het goed, zegt ze, en bij mensen die problemen hebben met opvoeden gaat er ook nog altijd heel veel goed. “Op video-opnames van vijf à tien minuten van de dagelijkse omgang tussen ouders en kinderen thuis, is dat duidelijk te zien. Het is zo jammer om, bijvoorbeeld in de beeldvorming op de tv, uit te gaan van stagnerend opvoederschap. Benadruk liever hoe goed veel ouders het van nature doen en bekrachtig ze. Dat helpt veel beter dan steeds de mislukkingen naar voren halen.”

Ze heeft aarzelingen over alle cursussen die over opvoeden gaan. Natuurlijk kunnen ouders verbeterd worden, maar je kunt ouders ook verslechteren. “Het gevaar van al die cursussen is dat veel spontane reacties misvormd kunnen worden. Heel veel cursussen gaan uit van een kind dat helemaal gevormd moet worden door de ouders, haast als een hondje dat moet worden afgericht. Er bestaat dan een heel systeem van belonen en straffen, er wordt veel over gewenst en ongewenst gedrag gepraat, over het systematisch grenzen stellen en structuur bieden, over de onzekerheid van veel ouders. Dat zijn gevleugelde woorden op die cursussen en ik vind dat niet een goede benadering. Tachtig procent van de ouders heeft een rijker aanbod in huis dan die cursus geeft. Ik denk dat dat door het biologisch ouderschap komt, dat het in de genen zit. Een pasgeboren kind activeert sociale reacties. Iedereen die zo'n baby vastpakt, het ruikt en voelt en ernaar kijkt, voelt liefde opkomen. Dat gaat vanzelf en is helemaal niet zo rationeel.”

Het is jammer, zegt Hoogland, dat ouders die hulp zoeken, vaak denken dat alles misgaat. “Ook de alledaagse problemen die ieder in de opvoeding tegenkomt, worden dan heel groot gemaakt. Het is belangrijk ouders te oriënteren op al die alledaagse oplossingen die meestal ook voorhanden zijn. En alles wat vanzelf goed gaat, daar moet je afblijven.”

Die onzekerheid en behoefte aan scholing tot ouder is iets van deze tijd, zegt Hoogland. “Het is maar de vraag of opvoeden tegenwoordig ook feitelijk zoveel moeilijker is dan voor vorige generaties, die te maken hadden met een slechte economische situatie, met minder scholing. Er bestond nog geen pil, kinderen gingen vroeger werken en bleven vaak lang thuis wonen, wat ook tot spanningen leidde. Je moet nuchter blijven over de problemen van het moderne ouderschap.”

Examen ouderschap

Verzorging heeft inmiddels een plaats in het vakkenpakket op school, sommige mensen vinden dat een vak Opvoeding ook zinvol zou zijn. Of een examen voor aanstaande ouders. Belachelijk, vindt Hoogland. “Typisch de overschatting van onze tijd. Je zou een hele generatie kunnen misvormen door ouders examen af te laten leggen. Zou jij er voor voelen om je kind op te voeden volgens de aanwijzingen van orthopedagoog X of pedagoog Y? Al die boekjes over opvoeding! Gelukkig volgen ouders niet alle aanwijzingen; ze lezen zo eens wat en pikken eruit wat hun aanspreekt. Meer is ook niet nodig.”

Geraldien Blokland vindt wel dat er in Nederland behoorlijk goed wordt opgevoed, maar ze is het zeker niet met Marjan Hoogland eens dat opvoedcursussen voor de meeste mensen overbodig zijn. “Het kan geen kwaad je licht eens op te steken bij anderen. Je kunt met familie en vrienden over je kinderen praten, en dat hebben mensen ook altijd gedaan, maar kennelijk hebben sommigen behoefte aan meer. Dat ze hulp zoeken wijst er op dat ze hogere eisen stellen aan de relatie met hun kinderen. En zoveel hulp is er helemaal niet, het aanbod valt vies tegen. Als je als ouder in Amsterdam met iemand over opvoedingsproblemen wilt praten, zoek je je suf, er bestaan nauwelijks opvoedingsspreekuren. Of je komt terecht bij een particuliere praktijk waarvoor je fors moet betalen. Dat kan iemand met een uitkering zich niet permitteren. Laagdrempelige hulp bestaat er nauwelijks.”

Ideale ouders bestaan niet, maar redelijke ouders zijn tot op zekere hoogte maakbaar. Je kunt er niet relativerend genoeg over spreken. “Je kunt het als ouder nooit helemaal goed doen”, zegt Marijke. “Het eventuele schuldgevoel daarover heb ik allang afgeschaft. Ik mag tevreden zijn als m'n kinderen aardig met anderen omgaan en normaal in het leven staan. Lukt me dat, dan ben ik een redelijke ouder en dat kan iedereen leren.”

Marjan Hoogland: “Het hoeft toch allemaal niet zo ideaal te zijn? Ideale ouders bestaan gelukkig niet en daar moeten mensen ook helemaal niet naar streven.” Geraldien Blokland: “Iedereen heeft wel een paar minpuntjes. Bruno Bettelheim heeft ooit de term 'goed genoeg ouder' geïntroduceerd. Kinderen moeten het maar met je doen, met alle hebbelijkheden en onhebbelijkheden die je hebt.”