Lekkende airco's

'DE UITBANNING van CFK's begint bij James Lovelock, een van de goeroes van de milieuwetenschap”, aldus Ton Schoot Uiterkamp, hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Groningen. “Lovelock stond op de Ierse westkust en vergeleek luchtstromen uit twee richtingen: vanuit het zuiden was de lucht schoon, maar vanaf de westelijke oceanen bleken er verbindingen in te zitten die hij niet kon karakteriseren.

Dat bleken CFK's te zijn.'' Lovelock publiceerde een en ander in 1971 in Nature, drie jaar later presenteerden Molina en Rowland (die samen met Paul Crutzen de Nobelprijs wonnen) een theoretisch model in hetzelfde tijdschrift dat voorspelde dat CFK's de ozonlaag aantasten.

CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen) zijn onder andere gebruikt als koelmiddel in koelkasten, in airco's, als ontvettingsmiddel in de metaal- en elektronica-industrie en als blaasmiddel bij de productie van schuimplastic en piepschuim. Ze werden in de jaren twintig ontdekt door Thomas Midgley, zoon van een uitvinder. Hij werkte bij General Electric, op het moment dat er een strijd rond de koelkast woedde tussen elektriciteits- en gasbedrijven. Schoot Uiterkamp: “General Electric maakte koelkasten waarmee van alles fout ging. Ze werkten op propaan- en butaan, explodeerden en vlogen in brand. Een compressor stond als een Turks torentje op het apparaat. Men zocht naar koelmiddelen die minder explosief en giftig waren. Daarin slaagde Midgley. Hij had al tetra-ethyllood ontdekt, het anti-klopmiddel dat aan benzine werd toegevoegd. Ook daarmee is veel misgegaan. Maar hij had vermoedelijk het idee dat hij een belangrijke bijdrage aan de mensheid leverde. Hij had er ten slotte voor gezorgd dat motoren niet meer uit elkaar klapten en dat koelkasten veilig werden.”

De voorspellingen van Molina en Rowland dat CFK's de ozonlaag kunnen aantasten werden aangevallen door wetenschappers van Dupont, de grootste producent van CFK's. Korte tijd later bleek dat Molina en Rowland gelijk hadden en eind jaren zeventig werd met satellieten en grondmetingen een gat in de ozonlaag boven Antarctica waargenomen. Schoot Uiterkamp: “In de VS wordt vervolgens alarm geslagen. Eind 1987 gaan de veertien belangrijkste CFK-producenten, inclusief Dupont en AKZO, alternatieven zoeken. Op internationale schaal wordt in 1987 het Verdrag van Montreal gesloten, in 1990 aangescherpt in Londen. Een ongelooflijk korte reactietijd, ingegeven doordat alle landen een acute dreiging voelden met zeer onaangename gevolgen. De westerse landen verplichtten zich het gebruik rond 2000 te halveren, de ontwikkelingslanden kregen iets langer de tijd, omdat zij het CFK-verbod zagen als 'a rich man's solution for a rich man's problem'. 'Nu wij aan koelkasten toe zijn, mag het opeens niet meer', redeneerden ze.

Hoe catastrofaal zijn CFK's? Schoot Uiterkamp: “Paul Crutzen, in 1995 Nobelprijswinnaar en directeur van het Max Planck Institut in Mainz, heeft gezegd: 'Als we vijf tot tien jaar langer hadden gewacht met maatregelen, hadden we al vanaf 1975 ook boven het noordelijk halfrond een fors gat in de ozonlaag gehad.' We hebben erg veel geluk gehad dat het probleem zich voornamelijk beperkt tot de zuidpool, waar geen mensen wonen. Ik denk dat we net op tijd zijn, de ozonlaag wordt nu goed in de gaten gehouden. Ik weet niet of we echt al kunnen meten wat het effect van de nieuwe regelgeving is. In China en India gebruikt men nog steeds CFK's.”

Bij Global Change staan twee belangrijke veranderingen centraal: de aantasting van de ozonlaag en het broeikaseffect. CFK's blijken zeer krachtige broeikasgassen te zijn. Het meest toegepast zijn CFK-11 en CFK-12. Zij leveren per molecule een bijdrage in de opwarming die tot 4.500 keer groter is dan een CO2-molecuul. Schoot Uiterkamp: “Daarom worden ze ook in koelkasten toegepast: je hebt heel weinig nodig. Maar ze blijven wel 60 tot 130 jaar in de lucht aanwezig en tasten bij hun afbraak de ozonlaag aan. Huidkanker vinden we niet leuk. Bij het broeikaseffect spelen tegenstrijdige belangen. Door toekomstige heffingen op CO2-uitstoot zijn Arabische landen bang niet van hun olie af te komen, maar Rusland en Canada hebben baat bij opwarming: ze kunnen zo grote, noordelijk gelegen gebieden in cultuur brengen.”

Begin jaren tachtig waren koeling, kunststofschuim en drijfgas in spuitbussen elk verantwoordelijk voor circa 30 procent van het totale gebruik aan CFK's. In Nederland daalde dat tussen 1986 en 1993 van ruim 14.000 ton tot ruim 2000 ton. Als drijfgas werden CFK's vanaf 1987 wereldwijd verboden, waarna al snel veilige alternatieven als dimethylether, koolzuur en lucht hun intrede deden. De leden van de Europese Unie spraken in 1993 af dat er na 1996 geen CFK's meer geproduceerd mochten worden.

In sommige gebieden loopt de ozon-afname op tot 15 procent en er zijn schattingen dat minimaal de helft van die afname door CFK's komt. De ozonlaag bevindt zich op 15 tot 50 kilometer boven het aardoppervlak. Door minder ozon kan UV-straling gemakkelijker doordringen tot ons leefmilieu, wat schadelijk is voor oog, huid en afweersysteem. Berekeningen zeggen dat bij een ozonafname van 8 procent wereldwijd 1,5 miljoen meer gevallen van huidkanker en 400.000 meer gevallen van staar zullen voorkomen. De zeewaterspiegel zal door het broeikaseffect de komende eeuw met een meter stijgen. De warme golfstroom verandert van richting en toendra's worden opgewarmd, waardoor veel methaangas vrijkomt - wat tot verdere opwarming leidt. Dit zijn echter ramingen: er zijn wetenschappers die stellen dat het hier slechts natuurlijke fluctuaties van het klimaat betreft.

Op de vraag of wetenschappers de catastrofale werking van CFK's hadden kunnen voorzien, zegt Schoot Uiterkamp: “Vaak wordt het vingertje geheven richting Midgley, maar het is een onbedoeld effect dat hij - uitgaande van de toenmalige kennis - niet had kunnen voorzien. Destijds dacht men niet in termen van verbindingen die lang aanwezig blijven in de atmosfeer. Ook nu nog kijkt men meer naar de functionele eigenschappen van een stof dan naar wat er gebeurt als die stof uiteenvalt. Paul Muller kreeg in 1948 de Nobelprijs voor de insectendodende werking van DDT, terwijl het middel nog geen vijftien jaar later in de ban ging.”

Schoot Uiterkamp: “Voor zover ik weet zullen de effecten van CFK's ergens in de tweede helft van de volgende eeuw zijn uitgewerkt. Je kunt ze milieuvriendelijk afbreken, maar veel landen doen dat nog niet. Oude airco's lekken en tot in lengte van jaren zullen er CFK's uit schuimachtige kunststoffen lekken.” Volgens de milieukundige is er in de VS een zwarte markt ontstaan: “Als je de New Scientist mag geloven wordt er net zo veel in de CFK-handel verdiend als met drugs. Alle Amerikaanse auto's hebben een airco die lekt en die moet worden bijgevuld. Dus ontstaat er handel. Maar men zoekt op grote schaal naar vervangingsmiddelen. In HCF134a zit geen chloor, de levensduur is maar 16 jaar en het tast de ozonlaag niet meetbaar aan. Greenpeace propageert een koelkast op propaan en butaan: het oude systeem maar dan bedrijfszeker. Bij de ozonafbraak spelen niet alleen CFK's een rol, ze interfereren met stikstofverbindingen die vrijkomen bij verbrandingsprocessen in automotoren en in de industrie. Niemand kan beoordelen of het gat in de ozonlaag zal toenemen, het gaat om zaken die we lang niet volledig doorgronden.”

Literatuur: R.E. Benedick: Ozone Diplomacy, New Ways in Safeguarding the Planet, 1991, Camebridge (VS).

Energy Counts and Material Matter in Models for Sustainable Development, proefschrift H.C. Moll, 1993, Styx, Groningen.

J.W. Couperus Peereboom en L. Reijnders: Hoe Gevaarlijk zijn Milieugevaarlijke Stoffen 2, 1991, Boom, Meppel/Amsterdam.