Immigratiedienst hoort hongerstaker Amiry opnieuw

ROTTERDAM, 16 AUG. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal de Iraanse asielzoeker A. Amiry opnieuw ondervragen. Amiry, die al 67 dagen in hongerstaking is, heeft daarop besloten weer vocht en mineralen tot zich te nemen. Wel blijft hij in hongerstaking.

Het kabinet heeft gisteren laten weten “open te staan voor nieuwe inzichten” over de veiligheidssituatie in Iran. Premier Kok wil nog eens praten over de beoordeling van de situatie in het land. Eerder deze week vroeg de Tweede Kamer op initiatief van D66 een hoorzitting aan over de veiligheid in Iran.

De Vereniging VluchtelingenWerk heeft daar al eerder op aangedrongen. Tijdens die hoorzitting zouden vluchtelingenorganisaties, regeringsvertegenwoordigers uit andere landen en deskundigen aan het woord moeten komen.

Kok zei dat de situatie rond de asielzoekers in hongerstaking hem niet in de koude kleren was gaan zitten. Behalve de 25-jarige Amiry weigerden enkele andere Iraniërs, onder wie M. Nasseri, voedsel en soms ook vocht tot zich te nemen. Nasseri gaf zijn hongerstaking afgelopen donderdag op, nadat de vreemdelingenrechter een verbod tot zijn uitzetting had afgewezen.

Evenals de vier grote fracties VVD, PvdA, D66 en CDA meende Kok gisteren dat het gezin Nasseri niet direct moet worden uitgezet, omdat de vader er lichamelijk slecht aan toe is.

Uitzetting van Nasseri's landgenoot Amiry is onzeker geworden, nu de IND zijn verhaal opnieuw wil horen. Volgens Amiry's advocaat H. van Zundert zijn er nieuwe feiten aan het licht gekomen, waardoor de Iraniër mogelijk toch een verblijfsvergunning krijgt. Amiry kwam in 1994 naar Nederland. Hij ontvluchtte zijn land volgens eigen zeggen omdat hij met zes vrienden betrokken was geweest bij een vechtpartij met de Iraanse ordedienst. Zijn vrienden zouden zijn gearresteerd.

Tot 1995 werden Iraanse asielzoekers in Nederland gedoogd. Zij hoefden niet terug naar hun vaderland, ook al werd hun asielaanvraag afgewezen.

Mede naar aanleiding van een ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken veranderde dat beleid. In het ambtsbericht stond dat Iran de mensenrechten meer respecteerde. Het rapport is gehekeld door Amnesty International. (ANP)