Hollands Dagboek; Nico van Zantvoort

Nico van Zantvoort (41) komt uit Brabant en werkt sinds 1984 voor het Productschap Vis als valkenier in het Zeeuwse Yerseke. Daarvoor heeft hij demonstraties met roofvogels in het Safaripark Beekse Bergen verzorgd en in de bouw gewerkt. Hij heeft twee roofvogels, de 1-jarige vrouwtjeshavik Denise (in opleiding) en de elfjarige mannetjeshavik Astrix. Hij en zijn vrouw Anja Putters (34) hebben twee zonen, Ronald (15) en Harm (13).

Woensdag 6 augustus

05.30 uur. Ik werp een blik door het keukenraam op de windrichting: straffe oostenwind. Ik heb geen trek in ontbijt: de tanden van het bovengebit waren me eergisteren getrokken en de smaak die ik in mijn mond proefde... De vers gezette koffie is me nog te heet om te drinken en ik besluit eerst even een raamkozijn aan de voorzijde van het huis af te schilderen. Vanaf het moment dat het mosselseizoen begint, in de eerste week van juli, is er voor zulke karweitjes minder tijd.

Na het schilderen Denise opgenomen. Zij en Astrix hebben hun dag- en nachtverblijven hier aan huis. Alleen in het begin mogen ze in huis om aan mensen te wennen. Denise heb ik pas sinds december. Er waren toen niet veel jonge meeuwen waar ze zich aan kon optrekken, dus is ze laat met haar opleiding begonnen.

Bij de mosselbedrijven doen we eerst alle plaatsen aan van waaruit te overzien is of en waar zich eventueel vogels bevinden. De haviken moeten de meeuwen verjagen om te voorkomen dat er via hun uitwerpselen salmonella in de mosselbanken terechtkomt. Alles rustig; weinig meeuwen in de buurt. Zet me neer met de vogel aan de waterkant van waaruit een groot deel van het terrein is te overzien. Het opkomend zonnetje in het gezicht, briesje door de haren, vogel op de hand en het geluid van klotsend water aan de voeten. Ik voel me een bevoorrecht mens.

Laat in de namiddag wat vliegoefeningen met Denise op een wat afgelegen terrein doorgenomen. Ze maakt bijzonder snelle vorderingen en heeft er zelf ook echt schik in. Tegen de avond de rest van de dieren verzorgd, vogels een bad gegeven, wat gegeten (het eerste van vandaag) en tegen achten samen met Anja een bezoek afgelegd bij een kennis.

Donderdag

Ik stond vanmorgen op met een beetje triest gevoel. Ik denk veel na over het gevoel. Ik beschouw ze een beetje als kinderen, die er intens naar verlangen begrepen te worden. Ik heb het juiste begrip nog niet helemaal te pakken. Desondanks voelt het wat rustiger van binnen.

Ohh, die smaak in mijn mond. Niet te pruimen! Denise is ook niet echt in haar hum: reageerde geprikkeld, opvliegerig. Bij aankomst een paar meeuwen op de dwarsligger van een kraan, die als een uitkijkpost voor de meeuwen fungeert. Zonder al te grote haast strijken ze af als ik hun richting in loop. Is ook de normale reactie, zeker bij overjarige meeuwen die de man met de vogel kennen. Het heeft wel iets weg van een kudde grazende gnoes waar een leeuw rustig langs wandelt. Niks paniek; wel alert en buiten bereik blijven! Verder alles nog rustig. Het water van de Oosterschelde staat tot boven aan de walrand en de straffe oostenwind smijt de golven hard tegen de kant. Een dergelijke wind in de winter gaat gepaard met een snijdende kou die metersdikke ijsschotsen kan doen vormen en in no time de kom kan dichtleggen. Zou je zo een ijsbeer verwachten.

Af en toe zweven kleine groepjes meeuwen langs de waterkant, blikken werpend naar het zeebanket onder hen. Daar blijft het bij. Een van de mosselhandelaren had zich op z'n 'Yesesch' (Yersekesch) beklaagd dat het afgelopen zondag 'stikte van de meeuwen in z'n pitten'. Daar vertoef ik nu wat vaker. Inderdaad had een jonge zilvermeeuw de put van zijn bedrijf als hèt Mekka uitverkoren: alles wattie nodig had was hier te halen. Wassie van overtuigd!

Vrijdag

Het wordt ander weer, drukkender. Denise nog voor het middaguur geoefend (conditietraining). Die meid levert uitstekend werk! Vond zij ook trouwens. Ieder voor zich geeft de grenzen aan van wat wel kan en wat niet. Voor mij blijft het een zoektocht naar die vorm van samenwerking die voor beide het prettigst aanvoelt. Dat geeft de grootste voldoening en uiteindelijk het beste resultaat.

Met dit warme weer zijn ook de meeuwen minder actief. Ze hebben dan ook niet zoveel voedsel nodig als in de winter. Er zijn nog wat andere karweitjes te doen, zoals het plukken, schoonmaken en invriezen van vlees als aas voor de vogels.

Zaterdag

's Morgens vroeg opgestaan om de dieren verzorgd achter te laten voor de trip die vandaag gepland staat: een dagje uit met het gezin en de schoonfamilie. Deze dag staat geheel in het teken van het bereiken van de 65-jarige leeftijd van Oma Nellie. Het werd een dagje Biesbosch, met wandeltocht en 's avonds een 'Moonlight-cruise' met diner aan boord over het water. Schoonmoeder heeft veel in het gebied vertoefd met haar man die jaren geleden is overleden en de keuze de dag hier door te brengen bleek echt een schot in de roos.

Zondag

Ik heb mogen uitslapen van mezelf, maar om half tien was ik het beu. De hele binnenkant van de mond doet zeer: ohh, het diner... En ik was al heel voorzichtig geweest...

Denise heeft 's ochtends al een paar keer kort laten horen of het nog geen tijd is om op pad te gaan. Ze heeft gelijk. Samen met André, een jongen uit de omgeving, fietsen we met z'n tweeën op, met de havik op de vuist, druk keuvelend over de vogels, de hoenders en de geit en zijn reis naar Duitsland (hij was met een chauffeur mee geweest). Soms fietsen mijn eigen kinderen ook wel eens mee maar niet zo vaak: zij hebben hun eigen dingetjes.

Bij de bedrijven aangekomen eerst Denise maar gevlogen, ik wilde haar geduld niet verder beproeven. De warmte en de inspanning van de oefeningen deden haar al vrij snel de bek opendoen. Vogels hebben geen zweetklieren; ze raken op die manier overtollige lichaamswarmte kwijt.

Onze afwezigheid op de bedrijven gisteren was niet onopgemerkt gebleven, bij de meeuwen wel te verstaan. Als de kat van huis is... Soms lijkt het wel of ze het ruiken! Later in de middag stak er een verkoelend briesje op en tegen de avond was het ronduit lekker zo bij het water.

Maandag

Het is al warm, maar tegen de middag wordt het zomers heet. De witte ratten liggen voor slampampus verspreid in hun trommels op de houtkrullen. Niks nie piep- of zuiggeluidjes; ook de jongen hebben het warm. Met van die dromerige oogjes kijken hun ouders me aan als ik de deurtjes van hun kooien opendoe en nemen dankbaar de etensrestjes aan die ik hun als een soort extraatje in de bakjes schep. Eigenlijk zijn het best leuke dieren. Soms voel ik me dan ook een beetje schuldig, maar roofvogels eten nu eenmaal geen kroppen sla.

Ik heb gehoord dat er mensen uit de natuurbescherming geprotesteerd hebben tegen het inzetten van roofvogels tegen de meeuwen. Dat is hun visie. Ik zelf denk dat het inzetten van roofvogels een ethisch verantwoord middel is - meer dan andere methodes zoals het afschieten en vergiftigen van de meeuwen. Haviken eten meeuwen, dat weten de meeuwen ook en ze blijven dan ook uit de buurt als ze weten dat je komt. Bovendien kunnen haviken alleen de zwakkere meeuwen te pakken krijgen. Je zou de vangst kunnen zien als een vorm van natuurlijke selectie. Zo hou je een gezonde meeuwenpopulatie over. En is er een evenwicht tussen de natuurwaarde en het economisch belang. De keuze ligt uiteindelijk bij de politiek.

Dinsdag

Ik realiseer me dat ik de hele week nog geen televisie heb aangekeken. Het gebeurt wel vaker dat ik een paar dagen geen televisie of krant zie. Echt missen doe ik het ook niet, moet ik zeggen.

Astrix, mijn andere havik, heeft nu nog 'vakantie'. Hij is in de rui. Roofvogels stoten maar een beperkt aantal pennen tegelijk af, in het wild moeten ze ook tijdens de rui prooi kunnen blijven vangen, dus hij kan wel vliegen. Maar Astrix is nu elf jaar en anders dan Denise vindt hij het best om even met rust gelaten te worden.

Denise's voorganger was een havik van ruim veertien jaar oud. Een heel ervaren roofvogel, hij kende het verschijnsel 'raam' heel goed, en toch heeft-ie zich te pletter gevlogen tegen een groot windscherm. Gewoon een ongeluk. Hij brak z'n nek en stierf in m'n handen. Alsof het een familielid was.

Woensdag 13 augustus

Denise maakt zo snel vorderingen in haar training dat het naar mijn idee niet lang meer zal duren voordat ze zo ver is dat ze haar eerste meeuw zal kunnen vangen. Liever hou ik haar nog even in training, want dan betreedt ze een nieuwe fase, die van ervaring opdoen met prooi. Een jonge vogel weet van niks, hij - of zij - moet eerst een bepaald zelfvertrouwen opbouwen, hij moet leren omgaan met luchtstromen rond bomen, bergen, gebouwen. Vogels moeten ook een bepaalde spierbeheersing krijgen en leren landen daar waar ze willen landen, bijvoorbeeld op de hand, en niet drie meter verderop. Ze leren eerst achter een kunstprooi aan te gaan aan een leren riem. De eerste aanval is echt niet altijd raak, in het wild moeten ze vaak ook een scherpe bocht maken en nog een keer er achteraan. Prachtig gezicht.

Als jongen was ik altijd al bezig met tamme kauwtjes, eksters en kraaien. Als jochie van twaalf zag ik toevallig een torenvalkje aan een ketting. Dat vond ik het einde, dat moest ik zelf ook hebben. Je mocht in Nederland toen roofvogels houden en ik deed de valkerij eerst als hobby. 's Middags ging ik jagen op de vuilstort bij Eindhoven. Toen de gemeente later maatregelen wilde nemen tegen de kraaien op de stort heb ik voorgesteld om roofvogels in te zetten. Daar is toen ook een proef mee gedaan. In Zeeland hoorde men daarvan en in 1984 ben ik hier begonnen. De Valkeniersvereniging heeft een opleiding opgezet met drie jaar stage en een theoretisch examen. Nu zijn er 121 valkeniers in Nederland en daarnaast een wachtlijst bij de overheid. Gelukkig was ik al valkenier lang voordat er een opleiding of een wachtlijst was.

Er lopen onzichtbare draden tussen de vogel en mij. We reageren op elkaar, we zijn constant met elkaar bezig. Als valkenier werk je niet vanuit dwang, je probeert de instincten die de vogel al heeft, in bepaalde banen te leiden. Ze zit op mijn hand, maar ze is niet van mij. Ze blijft van zichzelf.