Hervormen èn zuiveren is het motto van nieuwe regering in Albanië

De vredesmacht heeft deze week Albanië verlaten. Er is een nieuwe regering aangetreden met een ambitieus programma. Langzaam krabbelt het land overeind. Maar de oppositie klaagt, want de nieuwe leiders zuiveren rigoureus.

ROTTERDAM, 16 AUG. De goede wil is, er, in Tirana: de orde moet worden hersteld, de meer dan één miljoen gestolen wapens moeten worden ingeleverd, rebellencomité's die een aantal steden beheersen, moeten worden ontbonden, de economie moet worden aangezwengeld, de politie en het leger moeten worden opgebouwd, er moet iets worden gedaan aan de dubieuze investeringsfondsen, de bron van alle misère, en het buitenland moet weer vertrouwen krijgen in Albanië (en met kredieten over de brug komen).

Het zijn stuk voor stuk gigantische taken, want in Albanië is de afgelopen acht maanden alles wat nog liep vastgelopen. De onlangs geïnstalleerde regering van de socialistische premier Fatos Nano is met voortvarendheid aan de slag gegaan en rept al van de eerste successen. Gisteren meldde ze dat alle rebelse steden in het zuiden weer door de regering worden gecontroleerd, inclusief de meest rebelse van allemaal, Vlorë. Daar heeft de politie de drie benden die de stad de afgelopen maanden hebben gecontroleerd, verjaagd en zelfs een begin gemaakt met de inzameling van wapens. De criminaliteit, zei men gisteren opgetogen in Tirana, is verdreven uit de steden en teruggedrongen naar het platteland en binnen twee maanden zal ze ook daar zijn bedwongen.

Dat is, gezien de omvang van de anarchie, een indrukwekkende prestatie - als het klopt: in de stad Elbasan vielen gisteren weer zes doden in een afrekening tussen benden. Maar het is hoe dan ook niet meer dan een begin van het grote puinruimen. De komende maanden zal de regering alles in het werk moeten zetten om 's lands economie weer op poten te zetten. Economen maken eenderde van de regering uit; de meesten van hen zijn in het buitenland opgeleid. Dat mag ook wel, want van een gestructureerde economie is geen sprake meer. De industriële produktie is zo goed als nihil en de Albanezen overleven alleen dankzij de opbrengst van de landbouw op ministukjes grond. De weinige Albanezen die werk hebben krijgen een loon dat ver onder het bestaansminimum ligt.

Alles moet worden hervormd. De economie, waarvan na vijf jaar nog maar een handvol bedrijven is geprivatiseerd; het leger dat in de anarchie van februari razendsnel uiteenviel en de facto niet meer bestaat (“Het leger is zonder veldslag en in vredestijd vernietigd”, zei vorige week minister van Defensie Sabit Brokaj); de politie, de geheime dienst en de rechtspraak, die onder het vorige regime van de Democratische partij van Sali Berisha stuk voor stuk politieke instrumenten van het bewind zijn geweest.

De minister van Justitie van dat vorige regime, Spartak Ngjela, gaf toe dat “tachtig procent van de (tweehonderd) rechters in Albanië incompetent is”: “Er zijn rechters die niet eens kunnen schrijven. Er bestaat geen rechtvaardigheid in Albanië. De mensen geloven niet in de justitie: de rechtbanken zijn niet onafhankelijk omdat ze gepolitiseerd zijn”, zei de toenmalige minister eind april.

De nieuwe regering is met de hervormingen begonnen door schoon schip te maken: alle 'politieke' benoemingen van het vorige regime zijn of worden ongedaan gemaakt. Overal wordt gezuiverd: in de legertop, de politieleiding, in de ministeries en het stedelijk bestuur, in de staatsbedrijven en de media, overal worden mensen ontslagen die naar het oordeel van de nieuwe regering hun baan eerder aan hun trouw aan aan het verdwenen bewind van Sali Berisha te danken hebben dan aan hun professionele kwaliteiten.

Het is de vraag of de nieuwe regeerders daarmee niet in de voetstappen van hun voorgangers treden. Zonder twijfel hebben veel hoge ambtenaren hun baan te danken aan hun loyaliteit aan Sali Berisha. Maar de rigoureuze zuiveringen die nu worden doorgevoerd, lijken iedereen - ook de hooggekwalificeerde en integere ambtenaren - te treffen en het is de vraag of de nu aan de macht gekomen regering van de socialisten en hun bondgenoten wel genoeg opgeleide mensen achter de hand heeft om hen te vervangen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat - opnieuw - bij de benoeming van die vervangers éérst naar hun partijtrouw wordt gekeken en pas in tweede instantie naar hun professionele kwaliteiten.

In tenminste twee ministeries, die van justitie en binnenlandse zaken, is de topambtenaren groepsgewijs meegedeeld dat ze ontslag moeten nemen of dat ze worden ontslagen en de nu naar de oppositie verdreven Democratische Partij heeft al geklaagd over de 'wraak' van de socialisten en over 'politieke zuiveringen'. “In de gangen en kantoren van de ministeries hangt een schaduw van angst en twijfel”, schreef het blad Gazeta Shqiptare.

Niet alle opposanten van het oude bewind stemt de voortvarendheid in dit opzicht van de nieuwe regering prettig. Zo bedankte Frrok Cupi - als journalist van het kritische blad Koha Jonë géén vriend van Berisha - voor de eer de nieuwe chef van het staatspersbureau ATA te worden.

De Democratische Partij heeft inmiddels in Tirana een “Bureau voor de Bescherming tegen Willekeurige Ontslagen en Communistische Wraak” geopend. Daar ligt een register waar alle slachtoffers van de zuiveringen hun klachten kunnen noteren. Het zwartboek, aldus de Democraten, zal te zijner tijd de Europese Unie, de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE en organisaties voor de rechten van de mens worden overhandigd.