Dit jaar 33 Iraniërs teruggestuurd

ROTTERDAM, 16 AUG. Nederland heeft dit jaar 33 afgewezen en uitgeprocedeerde asielzoekers naar hun geboorteland Iran uitgezet. Dit blijkt uit cijfers van het ministerie van Justitie. Vorig jaar werden 51 Iraniërs uitgezet, in 1995 moesten 73 Iraanse asielzoekers gedwongen Nederland verlaten. In de meeste gevallen werden zij op hun reis door leden van de marechaussee begeleid.

Daarnaast, meldt de Vereniging VluchtelingenWerk, werden vorig jaar 201 Iraniërs 'onder toezicht' uitgewezen. De marechaussee controleert dan of de asielzoekers daadwerkelijk met het vliegtuig zijn vertrokken. Zowel bij gedwongen uitzetting als 'onder toezicht' worden de Iraniërs veelal gepresenteerd aan de Iraanse ambassade om zo eenmalige inreisdocumenten te krijgen. Daardoor zouden de Iraanse autoriteiten op de hoogte zijn van hun terugkeer.

In 1996 zijn 122 Iraniërs vrijwillig, via het internationale remigratiebureau IOM, naar hun moederland teruggekeerd. Wel plaatst VluchtelingenWerk een kanttekening bij die vrijwilligheid. “Sommige Iraniërs keren vrijwillig terug om zo een confrontatie bij de ambassade te vermijden. Ze hopen dat ze vervolgens ongemerkt langs de politie op het vliegveld kunnen komen”, aldus een woordvoerder van VluchtelingenWerk.

Het aantal Iraniërs, dat na een afwijzing uit de diverse asielzoekerscentra in Nederland verdween, is aanzienlijk groter. In 1995 vertrokken 570 Iraanse asielzoekers uit de centra, vorig jaar waren dat er 768. Van hen wordt aangenomen dat zij in de illegaliteit zijn ondergedoken.

Voor de asielzoekers die wel terugkeren naar Iran, heeft de Nederlandse overheid een systeem van monitoring opgezet. Maar VluchtelingenWerk meent dat het systeem weinig voorstelt. “Een medewerker van de ambassade geeft de asielzoeker bij aankomst op het vliegveld in Teheran zijn naam en telefoonnummer en zegt: 'Hier kunt u mij bereiken als er problemen zijn'.”

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken spreekt dit tegen. “We hebben telefoontjes van enkele verontruste familieleden gehad. Daarop hebben we gereageerd. Een medewerker van de ambassade is op onderzoek geweest en in alle gevallen bleek er niets aan de hand te zijn.”

Ook zouden familieleden enkele keren medewerkers van VluchtelingenWerk hebben geïnformeerd, nadat hun familielid bij terugkeer in Iran zou zijn opgepakt. “Maar we hebben nooit bewijs in deze zaken kunnen krijgen”, aldus de woordvoerder van VluchtelingenWerk. Mensenrechtenorganisaties worden nauwelijks toegelaten in Iran. Amnesty International mag het land niet in, evenmin als de rapporteur van de Verenigde Naties.