Dienstplicht voor leider Koerden

ANKARA, 16 AUG. Abdullah Öcalan, de leider van de Turks-Koerdische Arbeider Partij (PKK), moet zich binnen drie maanden als dienstplichtig soldaat melden, anders raakt hij zijn Turkse staatsburgerschap kwijt. Zijn naam stond deze week samen met tientallen anderen vermeld in de Turkse staatscourant. Öcalan houdt zich sinds 1980 schuil, naar verluidt momenteel in het door Syrië gecontroleerde deel van de Bekaa-vallei in Libanon.

De oproep voor zijn terugkeer valt vrijwel samen met de dertiende verjaardag, gisteren, van de guerilla-oorlog van de PKK in het Turkse zuidoosten. Met een aanval door PKK-rebellen op twee gendarmerieposten werd in 1984 een begin gemaakt met de strijd, die inmiddels aan zeker 30.000 mensen het leven heeft gekost. Bovendien werden miljoen mensen uit hun dorpen verdreven. Vice-premier Bülent Ecevit kondigde eerder deze week aan dat als gevolg van de toegenomen veiligheid later dit jaar de uitzonderingtoestand in het Koerdische Zuidoosten wordt opgeheven. Op grond van de noodtoestand maakt het Turkse leger vrijwel volledig de dienst uit in deze sterk achtergebleven regio. De machtige legerstaf, en in het verlengde daarvan de politiek, is nog steeds niet bereid om de Koerden culturele en politieke vrijheden toe te staan.