Amerikanen doen goede zaken met Nederlands afval; Truc brengt nutssector voordeel

Nederlandse nutsbedrijven maken gebruik van innovatieve financieringsmethoden. Een nieuwe afvalverwerker in Twente van 574 miljoen gulden is verhuurd aan een Amerikaans energiebedrijf, en meteen weer teruggehuurd. “Wij geven geen informatie over methoden waarmee belasting kan worden ontweken”, zegt het ministerie van Financiën over de constructie.

ROTTERDAM, 16 AUG. Afval in Twente is big business voor Amerikanen. De afvalverwerkingsinstallatie Twente heeft begin deze maand met een energiebedrijf uit New Jersey een akkoord bereikt over de verhuur van haar gloednieuwe installaties. Toch zal er geen kilo Amerikaans afval in de installatie verbrand worden. De Amerikanen verhuren de installaties direct weer aan Avi-Twente.

Nederlandse financiers en ondernemers begonnen net te wennen aan het verkopen van hun bedrijfsonderdelen, om die direct daarna weer terug te huren. Maar steeds vaker wordt gebruik gemaakt van de variant op deze constructie, die ook door Avi-Twente is toegepast. Zowel sale-and-lease-back als lease-and-lease-back leiden tot voordeel voor beide partijen.

Nederlandse ondernemingen die dergelijke financiële constructies toepassen maken in de meeste gevallen gebruik van Amerikaanse partners. Aan de basis ligt een Amerikaanse belastingwet uit 1984. De wet, genoemd naar de senatoren Pickle en Dole, is bedoeld om investeringen door het Amerikaanse bedrijfsleven te stimuleren.

Via de Pickle-Dole-regeling komen de Amerikaanse investeerders in aanmerking voor gunstige afschrijvingsmethoden, waardoor een aanzienlijk belastingvoordeel ontstaat. Het voordeel geldt ook voor bedrijven die in het buitenland investeren, en zelfs voor ondernemingen die leasen in plaats van kopen. Dat de gekochte of gehuurde installaties meteen weer worden terugverhuurd, is voor de Amerikaanse overheid geen bezwaar. Zolang de dollar maar blijft rollen.

De Amerikaanse ondernemingen geven hun fiscale voordeel gedeeltelijk door aan de bedrijven waarin zij investeren. Een bedrijf dat zijn eigen installaties verkoopt en terughuurt, profiteert van leasekosten, die veel lager zijn dan de financieringskosten op basis van een 'ouderwetse' lening. Volgens belastingadviseur B. van Gils van Moret, Ernst & Young kan het verschil wel een vol procent bedragen, of “zelfs iets meer”. In het geval van een lease-and-lease-backconstructie krijgt de onderneming uiteindelijk meer geld voor de verhuur, dan zij betaalt voor de huur, waardoor er een netto voordeel ontstaat.

De Nederlandse overheid heeft de Amerikaanse belastingdienst al herhaaldelijk gewezen op het bestaan van de constructie, maar de Amerikanen hebben er nog geen stokje voor gestoken. Hoewel de Nederlandse schatkist er niet onder lijdt, wil een woordvoerster van het ministerie van Financiën er verder niets over zeggen. “Wij geven geen informatie over methoden waarmee belasting kan worden ontweken.”

De nieuwe variant werd vorig jaar gebruikt door de afvalverwerkingsinstallatie in Alkmaar, en begin deze maand bereikte de afvalverwerkingsinstallatie Twente een overeenkomst met een Amerikaans energiebedrijf uit New Jersey. De installatie die Avi-Twente verhuurt, kostte ruim een half miljard gulden en zal in oktober officieel in gebruik worden genomen.

Avi-directeur M. Ooms wil niet kwijt met welk Amerikaans energiebedrijf de overeenkomst precies is gesloten. Veel liever spreekt hij over de geavanceerde installatie op het bedrijfsterrein in Hengelo. Tussen techniek en financiering van de vuilverbrander ziet hij wel een verband. “Alles aan deze fabriek is innovatief; van de techniek en de organisatie tot aan de financiering.”

De methode is met name interessant voor Nederlandse ondernemingen die geen vennootschapsbelasting betalen, veelal nutsbedrijven. Een Nederlandse onderneming die wel belasting betaalt, kan zijn investeringskosten (rente en afschrijvingen) gedeeltelijk van de belasting aftrekken, waardoor de netto financieringskosten lager worden. Het verschil met de Pickle-Dole-constructie wordt dan dus kleiner, zodat de omslachtige regeling veel van zijn aantrekkingskracht verliest.

Voor ondernemingen die géén vennootschapsbelasting betalen en hun investeringen niet van de belasting kunnen aftrekken, is de regeling verleidelijk. De vuilverbranders in Alkmaar en Hengelo zijn dan ook niet de enige nutsbedrijven die innovatief denken. Zo hebben alle Nederlandse stroomproducenten een of meer van hun centrales doorverkocht, de NS een deel van zijn treinstellen, en de energie- en waterbedrijven hun gas-, elektra-, en watermeters.

Er is een keerzijde. Bij verkopen en terughuren ligt de juridische eigendom van de verkochte onderdelen bij een Amerikaanse investeerder. Hiermee wordt het verkopende bedrijf feitelijk uitgehold tot een lege schil. Avi-directeur Ooms benadrukt dan ook dat het in Hengelo niet gaat om verkoop. “De eigendom blijft in onze handen.” Maar ook bij lease-and-lease-backconstructies wordt een deel van het risico overgedragen aan een andere onderneming, en worden de eigendomsverhoudingen bijzonder ondoorzichtig. Hierdoor kunnen de bestuurders een deel van hun sturingskracht verliezen.

Pickle-Dole-deskundige Van Gils omschrijft dat in de eerste plaats als een gevoelsmatig probleem. “Sturingsrisico's zijn te ondervangen door duidelijke voorwaarden in het leasecontract. De geldschieter is immers niet geïnteresseerd in de exploitatie van de investering, maar in de leaseopbrengst en het belastingvoordeel. De exploitatie laat hij graag over aan de onderneming.”

Pas bij dramatische gebeurtenissen als het faillissement van een van beide ondernemingen zou de constructie nadelige gevolgen kunnen hebben, aldus de belastingadviseur.

Verder kan het opereren op de internationale geldmarkt voor problemen zorgen. De leaseovereenkomsten zijn meestal gesteld in dollars. Waardestijgingen van deze munt zullen leiden tot hogere leasekosten dan begroot. Weliswaar kunnen de valutarisico's worden afgedekt, maar dat kost geld. Ook de regelingen die bepalen wat er gebeurd na afloop van de leaseperiode maken het contract ingewikkeld en kostbaar. Van Gils: “Alle risico's moeten zo goed mogelijk worden afgedekt door Amerikaanse fiscale juristen, en die kosten nogal wat.”

Hoewel een deel van het voordeel in de zakken van juristen verdwijnt, blijft de constructie voldoende glans behouden voor veel Nederlandse nutsbedrijven en Amerikaanse pseudo-investeerders. De afvalverwerkingsinstallatie Twente zal niet de laatste Nederlandse onderneming zijn die in ruil voor een ondoorzichtige bedrijfsvoering een voordeeltje opstrijkt.