Weduwe ziet af van kort geding over mijnongeval

ROTTERDAM, 15 AUG. Het ministerie van Defensie heeft tegenover de weduwe M. Ovaa verklaard dat het “aannemelijk” is dat haar man in 1984 niet om het leven was gekomen bij het testen van een mijn, als Defensie in 1970 bepaalde maatregelen had genomen.

Dit citeert Ovaa uit een brief die zij eerder deze week van Defensie heeft ontvangen. De weduwe spande twee weken geleden een kort geding aan tegen de Staat om de waarheid over het ongeluk boven water te krijgen. De zaak zou maandag dienen bij de rechtbank van Den Haag. Omdat haar vragen nu zijn beantwoord, ziet Ovaa van het kort geding af.

In maart dit jaar erkende Defensie voor het eerst aansprakelijkheid voor de dood van R. Ovaa in 1984. De technisch specialist Ovaa had de opdracht een mijn van het type AP 23 68-2 te testen. Toen de mijn niet ontplofte liep hij erheen. Op het moment dat hij zijn hand ernaar uitstrekte explodeerde de mijn alsnog.

Tot dit jaar heeft het ministerie van Defensie tegenover de weduwe van Ovaa volgehouden dat haar man het ongeluk aan zichzelf te wijten had. Hij zou “onvoorzichtig” hebben gehandeld. Het ministerie verklaart nu dat op grond van een testrapport over de mijn uit 1970 maatregelen genomen hadden moeten worden die niet genomen zijn. De maatregelen hadden kunnen bestaan uit technische aanpassingen aan de mijn, speciale instructies voor het gebruik of beperking van de toegang tot de mijn. Dat er niets is gebeurd, wijt het ministerie aan interne communicatiestoornissen. R. Ovaa wist hierdoor niet hoe gevaarlijk de mijn was die hij moest testen.

Het ministerie ontkent dat het ontbreken van deze maatregelen ook heeft geleid tot een eerder ongeval in 1983 met dezelfde mijn, waarbij acht militairen in een leslokaal om het leven kwamen. Dit ongeval werd volgens Defensie veroorzaakt doordat een scherpe mijn per abuis was terechtgekomen tussen oefenmateriaal.

In een civiele procedure die nog niet is afgesloten, eist Ovaa een ton voor de materiële schade die zij en haar gezin hebben geleden door de dood van haar man. Daarnaast wil zij vergoeding van de immateriële schade die zij heeft geleden doordat Defensie haar gedurende dertien jaar verkeerd heeft geïnformeerd. Omdat Defensie op het laatste punt geen schuld erkent, is volgens Ovaa “de weg nog niet vrij voor een schikking”.

De Kamerleden Sipkes (GroenLinks), Zijlstra en Valk (PvdA) hebben minister Voorhoeve (Defensie) in juli vragen gesteld over beide mijnongevallen. Het ministerie heeft vorige week uitstel gevraagd voor de beantwoording hiervan.